Berlusconiwatch (22)

Een avond zonder Silvio

Rome - Een klein colosseum met ijzeren klapstoeltjes in een halve arena geschaard rond een scherm op de muur. Het is de openluchtbioscoop van regisseur Nanni Moretti, Italië’s links-intellectuele boegbeeld en icoon van de minderheid. Om half tien ’s avonds is het nog steeds dertig graden en windstil, hier, hartje Rome, wijk Trastevere.
De arena is uitverkocht, en meer dan dat. De vijfhonderd stoeltjes zijn bezet, op de trappen en de muurtjes zitten nog zo'n honderd man. Voor een film van een volmaakt onbekende debutant. Nanni Moretti biedt iedere zomer ruimte aan de ‘Bimbi Belli’ ('Mooie Kinderen’), films van Italiaanse debutanten die hem zijn opgevallen en die hij probeert te redden van een voortijdige dood.
Omdat Moretti ze heeft uitgekozen en omdat Moretti zelf na afloop van de film de jonge regisseurs interviewt, is de arena altijd uitverkocht. Als iemand uit het publiek aan de jonge regisseur vraagt: 'Hoe heeft uw film het in de zalen gedaan?’ verschijnt een dapper glimlachje. 'Andere vraag, graag. Of laat ik het zo zeggen: vanavond heb ik voor het eerst publiek! Niet dankzij mij, dat weet ik, maar dankzij Nanni.’
De film in kwestie is de moeite beslist waard. Humor, Italiaans acteertalent, mooi thema. Twee broers die elkaar na achttien jaar onmin vanwege de dood van hun vader gedwongen weer in de ogen moeten kijken. Het is een film over onthaasting, over even rewind doen in je leven, een film over terugkijken om te snappen wie je vandaag bent en waarom. Het gaat over onverwerkte emoties, over beschaving, over 'sorry’ kunnen zeggen, over kortom alles waar het in Italië al jarenlang niet meer over gaat en waarin de Italiaanse cinema ooit uitblonk.
Dat het nog kan. Dat er in Italië nog een avond kan zijn zonder geschreeuw, zonder tegenstellingen rechts-links, een avond in harmonie, een avond waarop voorzichtig wordt geprobeerd om elkaar te begrijpen. Een hele avond waarop het woord 'Berlusconi’ nooit valt!
Ondertussen is er met Berlusconi en zijn regering weer van alles aan de hand. De zoveelste geheime kongsi - de derde, vierde, vijfde? - is aan de orde van de dag. Dat iedereen en alles met elkaar onder één hoedje speelt - burgerbescherming, regering, maffia, Vaticaan, banken, bouwondernemers - is nauwelijks een verrassing. De ene bende heet La Cricca, de volgende heet P3, en het verhaal is steeds hetzelfde. Iedere Italiaan die een taartpuntje van de macht in handen krijgt, maakt er misbruik van, ten koste van de gemeenschap.
Daarom is het zo verfrissend om een hele zomeravond lang in een uitverkochte arena hartje Rome te mogen kauwen op de onverwerkte emoties tussen twee broers. Met de minderheid, natuurlijk, die het nooit zal winnen, maar die toch bestaat.