Een bad boy in de kaukasus

Michail Lermontov, De held van onze tijd. Nederlandse vertaling Hans Boland, Historische Uitgeverij Groningen, 171 blz., f34,50
AUTEURS, ALTHANS auteurs van enige faam, leven voort door middel van hun boeken. Een mooiere manier om het bestaan op aarde te verlengen, wil me niet te binnen schieten. In het geval van de vroeg-negentiende-eeuwse Russische schrijver, dichter en officier Michail Lermontov is dit gegeven wel een bijzonder prettige bijkomstigheid. Nauwelijks zesentwintig jaar oud werd hij, gestationeerd in zijn geliefde Kaukasie, in een duel dodelijk getroffen in de borst. Een uiterst romantisch einde, dat wel, en vrijwel identiek aan de gewelddadige dood, een paar jaar eerder, van Alexander Poesjkin, wiens onbetwiste opvolger Lermontov beloofde te worden. Tsaar Nicolaas I, die het sinds zijn aantreden niet zo had begrepen op vrijzinnige nieuwlichters en Lermontov vanwege maatschappijkritische uitlatingen al eens naar de Kaukasus had verbannen (daarmee onbedoeld een geweldige impuls gevend aan de ontwikkeling van de schrijver), reageerde in besloten kring nogal koeltjes: ‘Een hondedood voor een hond.’

Ondertussen had de jong gestorvene, een wonderkind dat op zijn dertiende al volop gedichten en toneelstukken schreef, kans gezien een indrukwekkend oeuvre van poezie en proza na te laten, waaronder zijn vernieuwende roman De held van onze tijd, die in 1840 verscheen, nog geen anderhalf jaar voor zijn tragische dood. Wat de Historische Uitgeverij Groningen precies heeft bewogen om op dit moment met een nieuwe Nederlandse vertaling op de proppen te komen, weet ik niet. ‘Het boek was toe aan een moderne Nederlandse versie’, stelt de vertaler in zijn verantwoording met een zeker aplomb. Het zij zo. De vertaling is in elk geval adequaat, en het is mooi meegenomen dat het boek door deze uitgave weer even in de schijnwerpers komt te staan. Want dat deze roman belangrijk is en lezenswaard, lijdt geen enkele twijfel.
LERMONTOV BEGON aan zijn boek te werken in een periode, grofweg de jaren dertig, waarin de Russische bellettrie zich geleidelijk afwendde van de poezie - die ze door het inschakelen van Poesjkins talent binnen twee decennia tot wereldniveau had opgestoten - en zich met veel verve aan de ontwikkeling van het proza zette. Poesjkin zelf bijvoorbeeld schreef onder meer juweeltjes als De verhalen van Belkin (1830), Schoppenvrouw (1833) en De kapiteinsdochter (1836), en van Gogol verschenen beroemde novellen, zoals Het dagboek van een gek (1835) en De neus (1836). Er waren in die tijd diverse verhalende genres in zwang: historische romans, reisverhalen, sentimentele avonturenboeken, psychologisch getinte verhalen en fantastische, bovennatuurlijke vertellingen.
Bijna parallel aan de kentering van poezie naar proza liep de overgang van romantiek naar realisme. In Rusland hing die overgang samen met de groeiende betrokkenheid van de kant van schrijvers en denkers met actuele politieke en maatschappelijke vraagstukken, die na de oorlog met Napoleon en het daaruit voortvloeiende toegenomen contact met het 'liberale’ Westen steeds acuter waren geworden. Velen hadden met eigen ogen kunnen constateren dat het Russische rijk de vergelijking met het verlichte Europa niet kon doorstaan. Sommigen grepen naar de pen om de feilen van het orthodoxe tsarenbewind aan de kaak te stellen en een realistische schrijftrant sloot hier het beste bij aan. Al de zojuist genoemde romantische of semi-romantische genres zijn in meer of mindere mate terug te vinden in de verschillende episoden waaruit Lermontovs roman bestaat. Tegelijkertijd speelt het werk zich af tegen de zeer concrete en reele achtergrond van de Kaukasische campagnes van het Russische bezettingsleger. Bovendien levert Lermontov via Petsjorin, zijn hoofdpersonage, een rijke jonge officier, commentaar op de toenmalige Russische maatschappij.
Vanuit het perspectief van de geschiedenis van de Russische roman is de psychologische ontleding van Petsjorin het voornaamste vernieuwende aspect. Met recht wordt De held van onze tijd beschouwd als de eerste geslaagde Russische psychologische roman. Centraal staat hier niet de 'externe’ biografie van de held, zijn leven en wederwaardigheden, maar zijn persoonlijkheid, zijn levenshouding, zijn meest intieme gedachten, ambities en angsten. In het voorwoord bij de dagboekfragmenten van Petsjorin motiveert de auteur zijn grote belangstelling voor het innerlijk van zijn held in bewoordingen die zich bijna laten lezen als een aanval op de modieuze historische romans a la Walter Scott: 'Het verhaal van de nietigste mensenziel is amper minder boeiend en leerrijk dan de geschiedenis van een heel volk, te meer als het gebaseerd is op zelfbespiegelingen van een gerijpte geest en niet wordt verteld door een zelfingenomen schrijver die medeleven of verbazing wil wekken.’
LERMONTOVS roman is opgebouwd uit een vijftal gedeelten die op een ingenieuze manier met elkaar zijn verbonden maar tegelijk zozeer op zichzelf staan dat ze afzonderlijk kunnen worden gelezen. (Drie episoden zijn dan ook, voorafgaand aan de eerste Russische boekuitgave, apart gepubliceerd in een tijdschrift.) De kunstige vertelstructuur, ten dele afgedwongen door het ontbreken van volwassen romantechnieken toentertijd, bood Lermontov de gelegenheid om Petsjorin van verschillende kanten te belichten: van buitenaf, dat wil zeggen door de ogen van anderen, en van binnenuit, via de dagboekfragmenten. Het beeld dat we te zien krijgen, een dia en een rontgenfoto ineen, is loepzuiver en genadeloos. Net zo genadeloos als het rucksichtslose gedrag van Petsjorin, een even koelbloedige en kille als tragische en deerniswekkende bad boy, die zich vol bravoure overgeeft aan gevaarlijke maar zinloze huzarenstukjes, her en der vrouwenharten breekt en zijn 'vrienden’ als marionetten bespeelt, louter en alleen uit de behoefte zijn grenzeloze verveling te verdrijven - wat hem desondanks niet lukt. 'Wat gaat het mij ook aan, het wel en wee van de mensen’, verzucht de illusieloze dolende officier ergens, daarmee zijn levenshouding trefzeker samenvattend, want ook aan zelfkennis en ontwapenende eerlijkheid ontbreekt het hem niet. Petsjorin wordt, evenals zijn voorganger Jevgeni Onegin uit Poesjkins gelijknamige roman in verzen, algemeen beschouwd als het prototype van de 'overtollige mens’, de in aanleg begaafde, dikwijls welgestelde jongeman die, produkt en speelbal van een verstikkende samenleving, er maar niet in slaagt op een 'zinvolle’ manier inhoud aan zijn leven te geven. In het werk van een volgende lichting schrijvers, vooral in de romans van Toergenjev, zou dit type nog meer gestalte krijgen. Dat Lermontov zelf ook een grote representatieve waarde aan zijn held toekende en diens verschijning zag als een sociaal fenomeen, blijkt onder meer uit het voorwoord dat hij in 1841 toevoegde aan de tweede editie van zijn boek. 'De Held van Onze Tijd’, zo schrijft hij, 'is inderdaad een portret: niet van een individu, maar van de kwalen van onze hele generatie, in hun volle wasdom.’
De held van onze tijd is, vooral op grond van de overtuigende schildering van Petsjorin, een mijlpaal in de Russische literatuur. Het boek staat aan de wieg van de grote Russische roman. Gogol, Dostojevski, Tolstoj, Tsjechov en vele anderen hebben zowel de thematische als stilistische invloed van Lermontovs meesterwerk erkend.
De huidige lezer hoeft zich uiteraard weinig te bekommeren om de literair-historische betekenis van deze roman. Die kan gewoon genieten van het boek, dat voor een relatief kort werk uitermate rijk is: de inhoud varieert van bloedwraak, vrouwenroof, smokkelhandel en liefdesperikelen tot kritisch commentaar op de Russische maatschappij en een analyse van het menselijke handelen; het biedt verder een zeer bonte verzameling levendige portretten van uiteenlopende mannen en vrouwen; het staat vol met kleurrijke beschrijvingen van het Kaukasische berglandschap en interessante schetsen van de zeden en gebruiken van de inheemse bevolking; de toon is afwisselend filosofisch, luchtig, ontroerend, ironisch, satirisch of informatief.
De held van onze tijd is een staaltje superieure vertelkunst, geschreven in een onovertroffen, elegante, transparante taal, die de tand des tijds en alle vertalingen moeiteloos heeft doorstaan en vermoedelijk zal blijven doorstaan. Het is, kortom, een boek zoals een (literair) boek behoort te zijn: het verveelt geen moment, voert je weg uit je beslommeringen en verschaft je en passant een kijkje in de psyche van de mens.
Of Lermontovs held onmiddellijk herkenbaar is in onze eigen tijd, vind ik een boeiende maar lastig te beantwoorden vraag. De flaptekst doet er niet moeilijk over en karakteriseert Petsjorin als 'een vereenzaamde ziel in een eeuwig ontoereikende wereld’. Als dit signalement juist is, dan beantwoorden daaraan, vrees ik, velen in de twintigste eeuw. Ik ken er zelfs een paar.