Arthur Japin

Een bad van Fondant

Arthur Japin

De droom van de leeuw

Uitg. De Arbeiderspers, 390 blz., € 27,50

«Iedereen moet zijn eigen wereld maken», besluit Arthur Japin een van zijn reisverhalen in de bundel De vierde wand (1998), een opdracht die hij ten volle waarmaakt in zijn roman De droom van de leeuw. Het is een barokke, tijdloze wereld die hij neerzet, hoewel de beschreven epoque met jaartallen wordt aangeduid. Met de heldin van het verhaal, de betoverende Gala Vandemberg, maken we kennis in 1966, als ze acht is. Tien jaar later voegt zich bij haar de held, de bijna even goddelijke Maxim. Ze besluiten samen hun geluk als acteur te gaan beproeven in Rome, onder het motto (Gala’s motto) dat er geen grotere kwelling denkbaar is dan stil te blijven staan. Bewegen zullen ze!

Hun bewegingen volgen we door de ogen van een oude Italiaanse filmregisseur die, ziek, bedlegerig en bijna dood, reconstrueert hoe hun beider levens en het zijne verstrengeld raakten. Het vertelperspectief ligt hiermee bij een warmbloedige Italiaan op leeftijd, bedenker van La dolce vita, en nog immer begiftigd met gevoel voor pathos en hartstocht. Deze constructie, die verantwoordelijkheid voor woordkeuze en compositie bij een tweede instantie legt, biedt Japin de mogelijkheid alle remmen los te gooien.

«God, wat houdt hij van die eigenzinnigheid!» roept Maxim meermalen uit over Gala, waarbij «eigenzinnigheid» soms vervangen is door «onverwachtheid». Een van de protagonisten overweegt: «Een adem, langer duurt schoonheid niet.» Een sfeerbeeld: «Alsof de wind van de tijd het travertijn tot een juweel heeft geslepen, breekt de zon vanuit alle hoeken door het duister van de gang.» Een beschrijving: «Op de rand van een bad gaat Gala liggen om het volle gewicht van wat ze meemaakt tot zich door te laten dringen. Maxim komt naast haar zitten. Ze hoeven niets te zeggen. Allebei zien ze zichzelf als van een afstand. Ze beleven niet alleen wat ze meemaken, maar zien zichzelf tegelijk jaren later hierop terugkijken. Allebei voelen ze én zichzelf én de ander schoonheid ademen. Hun middenriffen gaan op en neer in hetzelfde ritme. Zoals in bed in diepe slaap. Zo bekijken zij zichzelf vanaf een hoog standpunt uit de verte, klein op de rand van het bad. Ze voelen dat ze zouden moeten huilen. Ze zouden moeten huilen, maar het lukt niet.»

In hoeverre de lezer in staat is zich te laten meevoeren door dit weelderig uitdijende verhaal over «liefde en verbeelding, passie en dood, geïnspireerd door het leven zelf» (flaptekst), is afhankelijk van de mate waarin hij opgewassen is tegen een schrijfstijl die behalve exuberant clichématig is. Het ene na het andere personage «beent verongelijkt» weg, «draait zich demonstratief om» of «verzucht» het een of ander. De constructie van de toeziende regisseur wordt geen noodzakelijk of wezenlijk onderdeel van de geschiedenis, en lijkt daardoor een literaire truc die de roman moet uittillen boven een kasteelroman. Dat in deze Snaporaz overduidelijk Fellini te herkennen is, bevriend met de in de roman slechts bij zijn voornaam genoemde Mastroianni, maakt het geheel er niet overtuigender op.

De krachtigste verhaallijn is de bijzondere band tussen Gala en Maxim, die wel op liefde maar niet op seksualiteit is gebaseerd. De obsessie die Maxim voor Gala voelt, zijn woede over haar ontrouw, de trouw die hij haar desondanks blijft toedragen, is in een aantal passages goed voelbaar. Aan mooie ideeën, gedachten, sferen en impressies ontbreekt het De droom van de leeuw niet; voortdurend moet alleen door een laag van fondant heen gegeten worden om daarbij te komen.

Japin verwierf internationale roem met De zwarte met het witte hart (1997), een historische roman waarin hij uit eerbied voor het feitenmateriaal zijn naar exaltatie neigende schrijfstijl over het algemeen wist in te tomen. Met De droom van de leeuw schreef hij zijn tweede roman, na ook een aantal verhalenbundels te hebben gepubliceerd. Recentelijk draaide de speelfilm Magonia in de bioscoop, onder regie van Ineke Smits, gebaseerd op Japins Magonische verhalen (1996). Een gevoelige film over de kracht van de verbeelding, die in zijn suggestieve bedoelingen uiteindelijk doorschoot naar een onvervalste draak. Een dergelijke spanning tussen verfijndheid en nadrukkelijkheid is in De droom van de leeuw 390 pagina’s lang voelbaar. Het is een spanning die de lezer in ieder geval wakker houdt, al was het maar om zich af te vragen waar kunst ook alweer ophoudt en kitsch begint.