Een bal gooien

Terwijl ik daar zo stond, te praten met de ui, te roeren in mijzelf, zachte zelfkastijding in de richting van mijn voorstellingsvermogen, ving ik uit de kamer die vroeger nogal eens de huiskamer werd genoemd, alsof het voorgaande al niet genoeg stof voor een ledige namiddag opleverde, enkele klanken op van de inmiddels blijkbaar begonnen Franse les op de BBC. Nogal impertinent werd mij daar, als wel heel eventueel cursist, bevolen de woorden Je n'existe pas na te zeggen.

Terwijl ik op dat moment meer dan ooit besef had van mijn bestaan. Omdat ik honger kreeg. Ook wist dat in een pan die daar op het vuur stond, hoewel dat niet brandde, zich overblijfselen van de gisteravondse maaltijd bevonden. Vlees, twee halve aardappelen en wat lange groene bonen. Haricots verts, bonen die ik graag koop omdat zij door hun slanke en evenwijdige vorm iets verpletterend onboons uitdragen. Ook uiresten, in deze oker- à omberkleurige pan. Een licht gevoel van gêne bekroop mij. Was het wel gepast om een hap van zo naburige uien te nemen terwijl ik voor het eerst van mijn leven een goed gesprek had met een soortgenoot van yonder hoopje verteerbaar drab? Was dat niet zoiets als met een bal gooien op de begrafenis van mijnheer van Ballegooijen? Maar op die manier kun je je wel alles afvragen en het gebruik van de term soortgenoot was wellicht ook wat overdreven. Of zocht ik het kwaad hier verder dan noodzakelijk? De ui deed alsof hij niets merkte, of hij merkte niets. Ik stak het gas aan. Nam het deksel van de pan en met niet al te veel lichaamskracht en een vork probeerde ik de aardappelen wat eetbaarder van vorm te doen zijn. Ik had, zonder mij dit verder manifest gewaar te worden, zin in duwpot. Bekend gerecht van twee halve aardappelen, vijf bonen die voorlopig nog, als gevallen korenaren op een schets in pijpaarde van Millet, om en door elkaar heen gestrengeld lagen, een markant gevormde scherf van een sucadelap en dan nog voornoemd grensgevallig hoopje ui. Om van onderliggend sap maar niet te gewagen. Ik keek naar het schuim dat vol goede bedoeling boven kwam drijven. Wie zei dat ook alweer eerder?