Een bandrecorder met koffiemolenslinger

Wat is serieus en wat is ironie in het werk van componist Dick Raaijmakers? Ook de onmisbare toelichtingen op papier geven zelden uitsluitsel. Dan maar gewoon luisteren naar ‘The Complete Tape Music of Dick Raaijmakers’ (Donemus CV-Near 09/10/11). ..LE Dick Raaijmakers is de man van de kortsluiting. Zoals veel van zijn muziektheaterstukken zijn doortrokken van een hang naar destructie, zo blijkt ook op de onlangs verschenen driedubbel-cd The Complete Tape Music of Dick Raaijmakers zijn voorliefde voor ondermijning en ontregeling. Dat geldt voor de Vijf Canons, maar ook voor de stukken Plumes en Flux die gemaakt zijn met de geluiden die ontstaan als elektronische apparatuur verkeerd met elkaar doorverbonden wordt. Raaijmakers componeert niet met noten maar met een gemeen gepiep, gesis, geknetter en geknisper. En dat met een haast sadistisch genoegen: je hoort bij wijze van spreken de apparaten kermen en smeken.

Zoals Raaijmakers in zijn podiumwerken graag heilige huisjes omver gooit (bijvoorbeeld door Pierre Boulez of W.F. Hermans op de korrel te nemen), zo is er ook een categorie ironische tapewerken. Met name de Romantiek heeft het zwaar te verduren. In Ach Ach horen we een stel strijkers droefgeestig zuchten. De zeventien noten in de partituur zijn van even zoveel ‘tragische’ indicaties uit de Tiende van Mahler voorzien: van immer schleppen tot mit trÑnen. Der Fall Leiermann kan beschouwd worden als een hoorspel waarin Schubert het opneemt tegen de dood, in de steek wordt gelaten door zijn vrienden, en ten slotte, in een esoterische na-ijlmuziek, de geest geeft. Het lied Der Leiermann wordt gespeeld op een volledig gesloopte bandrecorder, uitgerust met een koffiemolenslinger. De gruwelijk zwevende tonen die klinken als resultaat van het handmatig transporteren van de band, symboliseren 'de onmogelijkheid muziek te maken terwijl je weet dat de Dood je langzaam maar zeker nadert’.
Om de stukken in hun essentie te kunnen begrijpen zijn de toelichtingen van Raaijmakers, gevat in een prachtig vormgegeven boekje, onontbeerlijk. Tekst en muziek zijn als de bestanddelen van tweecomponentenlijm: pas als ze met elkaar in contact komen, ontstaat er iets krachtigs en magisch. Vroeger was ik geneigd dat als een zwaktebod te beschouwen. Maar waarom eigenlijk? De teksten zijn vaak prachtig geschreven, ofwel door po‰tische beelden ofwel door een goed gevoel voor understatement. Hoe 'beroerder’ de muziek klinkt, hoe hoger de literaire toppen, zoals de uitgewerkte metafoor van 'muizenmuziek’.
Ook de Mao-stukken kunnen het niet zonder tekst en uitleg stellen. Hier raakt de lezer verstrikt in een borgesiaans labyrint van schijn en werkelijkheid, van eindeloos weerkaatsende spiegelbeelden. Het publiek dat bij de uitvoering in 1970 de betekenis van Chairman Mao is Our Guide verkeerd begreep, werd genadeloos afgestraft: Raaijmakers heeft het stuk gewist. Acht minuten bandruis getuigen daar nu van. Gelukkig werd het authentiek Chinees klinkende Mao leve! wel tijdig herkend als vermomming en ontmaskerd als westerse spot (of begrijp ik het nu ook niet?).
Deze cd-uitgave geeft een goed beeld van de even raadselachtige als unieke wereld van Dick Raaijmakers. Een wereld waarin de strijkers van een strijkkwartet worden omgebouwd tot telefooncentrale en waarin het Lied van de arbeid wordt vertraagd tot losse filmbeeldjes.
De grootste verrassing is eigenlijk het drietal stukken filmmuziek die hij in de jaren zestig bij bedrijfsfilmpjes maakte. Gek genoeg is tekst of beeld hier volkomen overbodig. Het vakmanschap en de buitengewone muzikaliteit waarmee Dick Raaijmakers de meest merkwaardige machinegeluiden aan elkaar verbindt, spreken geheel voor zichzelf. Een niet eerder vertoond staaltje van constructiviteit.

  • De uitnodiging is zo geheimzinnig dat het concert tot nieuwsgierigheid stemt: het pianoduo Nora Mulder & Pauline Post speelt nieuw werk voor twee piano’s. Ook brengen ze een eigen versie van Solo with Accompaniment van Cornelius Cardew. Lunchpauzeconcert in De IJsbreker te Amsterdam, 27 maart.
  • De bijna negentig jaar oude componist Elliott Carter schreef een nieuw stuk voor het Nieuw Ensemble: Luimen. De eerste uitvoering maakt deel uit van een dubbelportret Pierre Boulez & Elliott Carter. 31 maart: Paradiso te Amsterdam, 1 april: Vredenburg te Utrecht.