De derde ronde van de crisis

‘Een bank is geen ijscofabriek’

De Spaanse bankencrisis blijft een tikkende tijdbom die ieder moment de eurozone kan opblazen. De 100 miljard euro die Europa onlangs toezegde om haar onschadelijk te maken, heeft niets uitgehaald. Wat zijn de alternatieven?

Medium bankia

Kan Spiderman Europa redden? Wel als het aan Bankia ligt. De grootste spaarbank van Spanje is praktisch failliet. Maar omdat zij als too big to fail geldt, houdt de Spaanse staat haar met enorme financiële injecties overeind. Op dit moment staat de teller op 23,5 miljard euro.

Het haalt weinig uit. Want Bankia staat niet alleen. De Spaanse banken hebben jarenlang een enorme huizenzeepbel gefinancierd. Nu zitten ze tot hun nek in de slechte leningen en hypotheken die misschien wel nooit meer worden afbetaald. Onverkoopbare woningen en bedrijfspanden staan voor te veel geld in de boeken. Niemand weet hoe groot de risico’s precies zijn. Twee internationale adviesbureaus schatten dat de banken maximaal 62 miljard euro extra kapitaal nodig hebben. Spaanse burgers en bedrijven nemen alvast het zekere voor het onzekere: zij evacueren massaal hun spaargeld naar Noord-Europa.

In een poging die onzichtbare bank run een halt toe te roepen, werpt Bankia nu de Amerikaanse superheld in de strijd. Jongeren die aan het einde van de maand driehonderd euro hebben gespaard, krijgen een Spiderman-­handdoek. Vanaf vijftig euro maken ze al kans op een reisje naar New York om de première van de nieuwe Spiderman-film bij te wonen. Tijd genoeg: door de eurocrisis zit meer dan de helft van de Spaanse jeugd zonder werk. Of ze daarmee ook veel geld te sparen hebben, is een ander verhaal.

De kredietcrisis begint een hoog déjà vu-gehalte te krijgen, merkte topeconoom Nouriel Roubini onlangs op. Ga maar na. Het begon in 2008 als een crisis van de financiële wereld. Het failliet van Lehman Brothers bracht de wereldeconomie tot aan de rand van de afgrond. Alleen massale staatsinterventies konden erger voorkomen, maar het gevolg daarvan was wel dat de crisis oversloeg van de banken op de staten.

Het epicentrum van deze tweede ronde was de eurocrisis. Europa heeft deze aangepakt met een serie bezuinigingspakketten van historische omvang. Maar dat heeft de situatie enkel verslechterd. Een groot deel van de eurozone is in een nieuwe recessie beland, wat zorgt voor nog grotere overheidstekorten en massawerkloosheid.

Deze crisis in de ‘reële economie’ knaagt op haar beurt aan de broze gezondheid van de banken, met name die in de probleemlanden. De gevolgen daarvan worden als eerste zichtbaar in Griekenland en Spanje: de derde ronde van de kredietcrisis. Het maakt pijnlijk duidelijk hoe weinig er is veranderd sinds het begin van de crisis, vier jaar geleden. Opnieuw worden miljarden aan belastinggeld in vrijwel failliete banken gepompt. Opnieuw blijken de winsten privaat, maar de verliezen publiek.

We zullen geen enkele bank laten omvallen, heeft de Spaanse premier Mariano Rajoy verzekerd. ‘Als dat gebeurt zal het land omvallen’, voorspelde hij onheilspellend. Onzin, reageerde The Financial Times in een commentaar: ‘Beloven dat geen bank zal omvallen is wat een land daadwerkelijk onderuit doet gaan.’ Verwacht wordt dan ook dat Spanje binnenkort, in navolging van Griekenland, Portugal en Ierland, een beroep zal moeten doen op Europese nood­leningen. Maar ook als Europa besluit de Spaanse banken direct te helpen – via het nieuwe Europese Stabiliteits Mechanisme of de Europese Centrale Bank (ecb) – is het resultaat hetzelfde. Aan het eind van de rit is het de Europese belastingbetaler die opdraait voor de risico’s en de kosten van de bankencrisis.

Dat is de slechtst denkbare oplossing, meent Greg Ford van Finance Watch. Deze nieuwe Europese ngo is op aandringen van euro­parlementariërs in het leven geroepen om weerwoord te bieden aan de machtige bankenlobby in Brussel. ‘Als het dan toch tot een bailout moet komen, gebruik het dan tenminste als drukmiddel’, oppert Ford. ‘Door zomaar over de brug te komen met vers kapitaal, zonder enige voorwaarden te stellen, maak je het probleem van de zogeheten moral hazard alleen maar groter.’ Ford wijst op de ruim duizend miljard euro die de ecb de afgelopen tijd tegen een spotgoedkoop tarief heeft uitgeleend aan Europese banken. Volgens sommige schattingen is bijna een derde van dat geld naar Spaanse banken gegaan. Ford: ‘In feite komt dat ook al neer op een bailout, maar dan via de achterdeur. Banken leenden voor één procent geld, en kochten daarmee staatsobligaties met een rente van vijf procent. Met de winst konden ze eventueel hun kernkapitaal versterken. Maar er zat geen enkele restrictie aan die noodhulp. Zelfs niet zoiets eenvoudigs als het paal en perk stellen aan winstuitkeringen.’

Zijn er dan geen alternatieven voor de dure en moreel dubieuze aanpak van de Spaanse bankencrisis? Op papier in elk geval wel. Misschien wel de meest drastische is nationalisatie, zoals onder meer de succesvolle linkse Griekse partij Syriza wenst. Dat heeft zeker voordelen. Het feit dat banken maatschappelijk van zo’n groot belang zijn dat ze blijkbaar niet failliet mogen gaan, maakt ze ongeschikt voor de markt. Om dezelfde reden houden veel landen hun energiebedrijven, de watervoorziening en het wegennet liever in eigen hand.

Er kleven desondanks ook nadelen aan. Banken in overheidshanden kunnen speeltjes van politici worden. Dat is uitgerekend in Spanje zichtbaar, waar Bankia bestierd werd door kopstukken uit de conservatieve partij. Het gevolg: wanbeleid, vriendendiensten en megalomane investeringen. Tegenover zulke missers staan ook positieve voorbeelden van banken in publiek beheer, zoals het leeuwendeel van de Duitse Sparkassen. Niettemin blijkt nationalisatie alleen nog geen garantie voor succes. Daarvoor is een structuur nodig die publieke verantwoordelijkheid combineert met een zekere mate van politieke onafhankelijkheid.

Daar komt een ander probleem bij. Een bank nationaliseren op het moment dat de economie floreert kan de gemeenschap geld opleveren. Maar in crisistijd is het een fatale kostenpost. Ierland ging, als gevolg van de nationalisatie van zijn opgezwollen probleembanken, bijna failliet. Het kan niet de bedoeling zijn dat fiasco te herhalen in Spanje of Griekenland. Sowieso lijkt het politieke klimaat in Europa op dit moment niet rijp voor een grotere rol van de overheid in de economie. Hetzelfde geldt voor nauwelijks minder ingrijpende voorstellen als de scheiding van zaken- en consumentenbanken, en het stellen van een plafond aan de omvang van banken.

Anders ligt dat voor het plan voor een Europese bankunie. Eind vorige maand sprak ecb-president Mario Draghi daarover in een lezing. Begin deze week bleek het onderdeel te zijn van het nieuwe ‘masterplan’ dat Brussel voorbereidt ter bestrijding van de eurocrisis. Kern van zo’n bankunie is de instelling van één krachtige toezichthouder voor de banken. Tegelijkertijd moet een Europese garantie op spaargeld de huidige kapitaalvlucht uit Spanje en Griekenland een halt toeroepen.

Econoom Harald Benink, hoogleraar banking and finance aan de Universiteit Tilburg, noemt die voornemens veelbelovend. ‘Al vóór de invoering van de euro gingen er stemmen op om het toezicht op grote banken als Deutsche Bank en ing naar Europees niveau te tillen. Maar de politiek durfde het niet aan. Hetzelfde geldt voor het europeaniseren van het depositogarantiestelsel. De discussie hierover lijkt eindelijk in een stroomversnelling te komen.’

Een Europese toezichthouder zou volgens Benink veel sneller en harder kunnen ingrijpen, in plaats van beetje bij beetje de verliezen te erkennen, zoals in Spanje is gebeurd. Bovendien zorgt een continentale garantieregeling ervoor dat de lasten van een bankenredding verdeeld worden over alle landen, in plaats van dat ze enkel op de zwakste schouders terechtkomen. Maar hoe realistisch zijn zulke voorstellen voor ‘meer Europa’ in eurosceptische tijden? Benink: ‘Vergelijk de euro met trouwen in gemeenschap van goederen. Natuurlijk kun je zeggen: wij willen niet opdraaien voor de verliezen van de Grieken en de Spanjaarden. Je kunt ook scheiden. Maar dan moeten we wel even afrekenen bij de kassa. Want aan zo’n exit uit de eurozone zijn enorme kosten verbonden.’

Voor Spanje komt een Europees bankregime waarschijnlijk te laat. Bovendien lost het de fundamentele onrechtvaardigheid van publieke steun voor private banken niet op. Wat dat laatste betreft wijst zowel hoogleraar Benink als Greg Ford van Finance Watch op een ander alternatief: de geordende afwikkeling van een probleembank. Duitsland en Groot-Brittannië hebben de benodigde wetgeving al doorgevoerd. De Nederlandse regering bereidt een ‘interventiewet’ voor die iets soortgelijks beoogt.

‘Een bank is geen ijscofabriek. Je kunt haar dus niet zomaar failliet laten gaan’, legt Benink uit. ‘Maar met zo’n interventieregime kun je een bank herstructureren, en er daarbij voor zorgen dat de verliezen zoveel mogelijk worden afgewenteld op professionele beleggers. Vervolgens wordt de gezond gemaakte bank doorverkocht.’ Het alternatief zijn taferelen als bij Dirk Scheringa’s dsb, meent Benink. ‘Die bank moest per se in z’n geheel doorverkocht worden, inclusief de nodige lijken in de kast. Omdat dat niet lukte, restte er niets anders dan een faillissement.’

Of zo’n geordende afwikkeling van banken daadwerkelijk een pijnloze bailout mogelijk zal maken, wordt overigens betwijfeld. Daarvoor is de operatie te complex, zeggen de critici. Hoeveel van de verliezen wordt afgewenteld op de aandeelhouders is bovendien uiteindelijk vooral een kwestie van politieke durf en wil. Zonder dat zal er ook over nog eens vier jaar niets veranderd zijn. Zelfs niet als Spiderman bijspringt.


Is Nederland vatbaar voor een crisis à la Spanje?

✔ Ook Nederland kampt met een zeepbel op de huizenmarkt

✔ De Nederlandse banksector is net als de Spaanse, gemeten naar het bbp, gevaarlijk groot

✔ Onverkoopbare kantoren en andere gebouwen staan ook in Nederland tegen te hoge prijzen in de boeken van banken, investeringsfondsen en overheden

✔ In beide landen zijn vooral de private schulden groot. De Spaanse staat had daarentegen tot de crisis vaak begrotingsoverschotten

✘ De werkloosheid in Nederland bedraagt volgens Eurostat ‘slechts’ 5,2 procent van de beroepsbevolking, in Spanje is dat 24,3 procent

✘ Het aantal huizenbezitters dat niet langer de hypotheek kan betalen, is mede daardoor veel lager

✘ De Spaanse economie krimpt iets harder dan de Nederlandse, en is internationaal minder concurrerend

✘ Het kapitaal vlucht op dit moment van Spanje naar, onder meer, Nederland – niet omgekeerd


Op 22 juni 2012 is bovenstaand artikel op enkele punten bijgewerkt om recht te doen aan actuele ontwikkelingen.


Beeld: Madrid, 2 juni. Demonstranten bij het hoofdkwartier van Bankia. Courtesy Ofelia de Pablo & Javier Zurita / Polaris / HH