Leo Molenaar

Een bedreigde diersoort

In het vuistdikke boek ‘Reindert Jacobsen’ is een ouderwetse docent geschiedenis aan het woord: ‘een leraar met een verhaal.’


Er moeten in Nederland nog enkele exemplaren zijn van een diersoort die weliswaar nog niet geheel is uitgeroeid maar wiens verdelging zeer energiek ter hand wordt genomen. Ze leven hier een stil en bedreigd bestaan. Ik heb het over de leraar in het voortgezet onderwijs wiens kennis verder reikt dan de ‘basis- en verrijkingsstof’ uit de onderwijsmethode en die deze kan en wil overbrengen op zijn leerlingen. Kortom: ‘de leraar met een verhaal’.


Over zo’n ouderwetse leraar, de cultuurhistoricus Reindert Jacobsen (1876-1962), verscheen vorig jaar een vuistdik boek. Jacobsen was vanaf 1905 vijfenveertig jaar lang als geschiedenisleraar verbonden aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam. Bij zijn afscheid was hij vijfenzeventig jaar oud. Jacobsen was leerling, collega en - tijdelijk - vriend van de later zo vereerde dichter J.H. Leopold. Zelf was hij leraar van onder meer Jan Romein, Ida Gerhardt en Ernst en Alfred Kossmann. Van zijn studie tot zijn dood was hij bevriend met de historicus Willem van Ravesteijn, een van de grondleggers van de Nederlandse communistische partij. Hoewel Jacobsen in 1906 cum laude promoveerde op een, nog in 1972 herdrukt, eigenzinnig proefschrift over de zestiende-eeuwse schrijver Carel van Mander, zag hij zichzelf niet als een geleerde. Zijn verering voor Jacob Burckhardt was zo groot dat hij zijn eigen capaciteiten als veel te mager beschouwde. Al eerder had hij geconstateerd dat hij geen dichter was. Ondanks zijn belangstelling voor de beeldende kunst wilde hij geen professionele kunstcriticus worden, aangezien hij geen parasiet op de huid van de artiest wilde zijn. Wat overbleef was het leraarschap. In het door chemicus en historicus Leo Molenaar geredigeerde boek zijn niet alleen vele brieven en nog altijd lezenswaardige essays van Jacobsen opgenomen, maar ook getuigenissen van oud-leerlingen. Niet op iedereen maakte de geschiedenisleraar een overweldigende indruk. Opvallend is dat juist twee latere professorale historici, die Jacobsen dus voorbijgestreefd zijn, zich zeer gereserveerd over hem uitlaten. E.H. Kossmann herinnert zich van de lessen niet meer dan dat Jacobsen bruine schoenen droeg bij een zwart pak. De mediëvist A.E. Cohen is evenmin sterk door Jacobsen beïnvloed. In een gesprek met een andere oud-leerling kwam hij er achter waarom dit zo was. Die vertelde dat Jacobsen voor haar ‘de toegang tot de cultuur’ had gevormd. Cohen zelf kwam uit een cultuurminnende familie en was opgegroeid te midden van de boeken. Hij had Jacobsen in dit opzicht niet nodig gehad.


Voor veel andere leerlingen is Jacobsen wel degene geweest die hen in aanraking bracht met cultuurschatten uit het verleden. Voor een nogal dweperige natuur als Jan Romein, die van huis uit veel geld maar weinig cultuur had meegekregen, was hij zelfs een soort goeroe. Jacobsen was in de ogen van veel Rotterdamse bourgeoiskinderen een kleurrijke figuur, net als de leraar klassieke talen Leopold, van wie werd verteld dat hij dichter was. De vrienden Jacobsen en Leopold stonden bij de schooljeugd bekend als ‘Japi’ en ‘Leipi’. Dat die laatste bijnaam er niet ver naast zat blijkt duidelijk uit Jacobsens essay ‘Leopold, zoals ik me hem herinner’ en uit een brief van Jacobsen aan Mea Verwey. Hierin beschrijft Jacobsen hoe hun vriendschap als gevolg van Leopolds paranoia omsloeg in vijandschap. Hoewel Leopold en Jacobsen op elkaar leken - beiden waren estheten, projecteerden een gemankeerd liefdesleven op het rijk van de cultuur en waren briljante causeurs - was er een belangrijk verschil. Terwijl Leopold zich steeds meer opsloot in zijn eigen poëtische universum en het contact met zijn omgeving verloor, bleef Jacobsen altijd met minstens één been in de wereld staan. Hij was geen groot kunstenaar, en dat wist hij. Daarom probeerde hij zijn leven zo aangenaam mogelijk te maken. Het overdragen van zijn kennis en eruditie hoorde daarbij, op school en in lezingen voor de Rotary. Toen op het eind van zijn leven die voordrachten werden gebundeld en door de kritiek welwillend werden ontvangen, bleek dat het verhaal van deze leraar ook buiten het klaslokaal gehoord mocht worden.



Leo Molenaar (red.), Reindert Jacobsen, een leraar met een verhaal. Stichting Historische Publicaties Roterodamum, 600 blz., ƒ25,-