Een bedrijfsongeval te mannheim

De geschiedenis van de Duitse justitie is, voor, tijdens en helaas ook na de oorlog, geplaveid met schandalen. Zoals die zaak uit 1967 tegen de SS'er S., die twintig joodse kinderen aan de regelknoppen van de centrale verwarming had opgehangen. De man werd van rechtsvervolging ontslagen ‘omdat hij de kinderen, behalve dat hij hen van het leven beroofde, voor de rest geen onnodig letsel had toegebracht’.

Of de recente zaak tegen de neonazi D., die sedert jaar en dag betoogt dat de gasovens van Auschwitz een verzinsel zijn. Nee, ook de rechtbank van Mannheim, waarvoor hij zich moest verantwoorden, bleek niet gecharmeerd van ’s mans verhalen over de ‘holo’. Toch is hij tot slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld. De verdachte was immers een persoon met een 'grote intelligentie’, een 'onbesproken gezinshoofd’, 'een karaktersterke, zich van zijn verantwoordelijkheid bewuste, persoonlijkheid, met heldere opvattingen en een politieke overtuiging die hem zeer aan het hart gaat en met groot engagement wordt uitgedragen’. Hij heeft het beste met Duitsland voor en neemt het de joden 'bitter kwalijk’ dat zij zo 'hardnekkig vasthouden’ aan hun verhalen over de jodenvervolging.
In niet-juridische termen vertaald: de joden moeten eindelijk eens ophouden met hun gezeur over de concentratiekampen, om het even hoeveel vrienden en familieleden de gasovens van Auschwitz zijn ingezonden.
Gasovens die niet eens hebben bestaan, in de ideologische optiek van de verdachte. Nee, men mag inmiddels in Duitsland niet meer ongestraft de massamoord op de joden loochenen. Zelfs niet van de rechtbank in Mannheim. De neonazi D. werd wegens 'rassenhaat’ veroordeeld. Beargumenteerd echter in het bovengeciteerde vonnis, dat eerder het karakter droeg van een getuigschrift dat D., ingelijst en wel, zo boven zijn schoorsteenmantel kan hangen.
Het was wereldnieuws, want de wereld kijkt nog altijd met een laatste restant argwaan naar de wijze waarop Duitsland met zijn verleden in het reine probeert te komen. De kritiek is gerechtvaardigd, niet op Duitsland, waar de verontwaardiging algemeen is, maar op de Duitse justitie, een staat in de staat met een traditioneel buitengewoon slechte reputatie. Zij was de handlanger van de zwartste reactie tijdens het Keizerrijk en de Republiek van Weimar, zij collaboreerde zowel in Hitler-Duitsland als in de DDR van Erich Honecker. De DDR-juristen zijn inmiddels allemaal tot kok of straatveger omgeschoold, in tegenstelling tot de nazi-juristen die na de oorlog vrijwel allemaal in functie bleven.
Natuurlijk zijn zij inmiddels dood of gepensioneerd. Het is des te schokkender te moeten constateren dat er inmiddels een nieuwe generatie juristen is opgestaan die zich niet zo zeer met het nazisme als wel met het neonazisme identificeert. Het zijn harde woorden, die wij de Duitsers helaas niet kunnen besparen.
Er is immers geen sprake van een 'uitglijer’ of een 'bedrijfsongeval’ (deze sussende woorden zijn gesproken door een Mannheimer collega-rechtspreker), maar een weloverwogen, in een vijfenzestig pagina’s omvattend vonnis geformuleerd, oordeel, door vijf man/vrouw ondertekend - drie beroepsrechters en twee lekenrechters. Van een minderheidsstandpunt was geen sprake, noch van een postume distantiering. Daar zaten, in volle heerlijkheid, vijf volwassen mannen en vrouwen, die meenden wat zij zeiden, ook al kleefde er bloed aan de zoom van hun toga.
Rechters moeten rechtspreken, zonder dat zij door iemand voor de voeten worden gelopen. Dat is het verschil tussen een rechtsstaat en een totalitair regime. Een onwelkom vonnis kan worden gecorrigeerd door het gerechtshof of de Hoge Raad, niet door de openbare mening, de minister van Justitie of de volksvertegenwoordiging.
'Een rechter is onafhankelijk en is slechts aan de wet onderworpen’, zegt het Wetboek van Strafrecht. Zowel het openbaar ministerie als de verdediging zijn dan ook onmiddellijk in appel gegaan, de eerste om voor de hand liggende redenen, de tweede omdat hij zei niet te begrijpen waarom zo'n als alleszins voortreffelijk getypeerde vaderlander als zijn client uberhaupt is veroordeeld.
De rechter zelf staat in Duitsland echter traditioneel boven de wet, hoe krankzinnig zijn opvattingen ook mogen zijn. Hij kan niet worden ontslagen en zelfs het disciplinair overplaatsen naar de kamer voor belastingrecht kost de grootste moeite. Er lijkt in Duitsland maar een methode om een rechter van zijn pluche te jagen: door hem dood te schieten, een methode die de Baader-Meinhofgroep een tijd met wisselend succes heeft proberen toe te passen. Het feit dat twee van de drie verantwoordelijke beroepsrechters inmiddels 'wegens langdurige ziekte’ een andere functie zullen krijgen, illustreert de ernst van de zaak.
Niemand in de gehele Bondsrepubliek is gelukkig met de affaire-Mannheim, ook de juridische standsorganisaties niet. Het recht, constateren zij met stroeve mond, is in diskrediet gebracht, al zijn de geincrimineerde personen 'boven elke twijfel verheven’. In geborneerde juristenbreinen, misschien. Voor de rest was de afkeuring algemeen. Alle kranten hebben woedende commentaren gepubliceerd, de televisienetten daverden van de verontrusting, alle politici, van links tot rechts, van Grunen tot christen-democraten, van de bondskanselier tot de secretaris-generaal der sociaal-democraten, van Pruisische protestanten tot Zuidbeierse katholieken, hebben laten weten van deze smeerlapperij niet gediend te zijn. Het is een geluk bij een ongeluk, en moet nadrukkelijk bij onze beoordeling van deze ongelooflijke zaak worden betrokken.
Zeker, het is inmiddels een keurige natie, de Duitse Bondsrepubliek. Probeer echter wel uit de handen van hun rechters te blijven, want dan ben je nog niet gelukkig. Behalve natuurlijk als je een karaktervast, onbesproken gezinshoofd bent met vaderlandslievend politieke idealen, ook als deze idealen door een wolkenkrabberhoge berg van lijken worden geschraagd.