Liefde in tijden van verandering: Zuid-Afrika

Een bedwelmend bad

Grahamstown heeft een progressief en tolerant imago. Het is een stad met een ongebruikelijk en onstuimig liefdesleven. Een stad die in je kruipt. En het seksleven is er losbandig. ‘Relaties? Wie heeft daar nou behoefte aan? One night stands, daar gaat het om.’

Medium 296764629 625f2b5fa2 o

Op een dag, zo’n vijf jaar geleden, laadde Rat Western, toen 26, haar kat, koffers en kind van twee in haar auto en reed de duizend kilometer van Johannesburg naar het oostelijke stadje Grahamstown, waar ze als kunstdocente een baan had gekregen aan Rhodes University. Ze was er nog nooit geweest. ‘Bij Bedford zag ik een bord “Grahamstown 95 kilometer”, met allemaal kogelgaten. Daarna bijna honderd kilometer over een weg vol gaten, omgeven door veld, eindeloos veld’, vertelt ze op het terrasje van Red Café, dat uitkijkt over Grahamstowns hoofdstraat High Street.

Maar het klikte tussen haar en Grahamstown. De stad, zegt ze, deed haar denken aan het werk van de negentiende-eeuwse Engelse kinderboekenschrijfster Beatrix Potter, die beroemd werd met The Peter Rabbit, een verhaal over een ongehoorzaam jong konijntje. ‘Maar hier zou The Peter Rabbit echt verdorven zijn’, grinnikt Western.

Zelfs naar Zuid-Afrikaanse maatstaven is het negentiende-eeuwse Grahamstown met zijn 120.000 inwoners een vreemde plaats. Het eerste wat opvalt is het isolement; de dichtstbijzijnde stad van formaat is Port Elizabeth, ruim 130 kilometer verderop. Daarnaast oogt Grahamstown uiterst conservatief, met zijn koloniale architectuur, oneindig veel kerk­torens en leerlingen van Kingswood College die op zaterdag verplicht in hun schooluniform rondlopen, compleet met een boater, een platte hoed van stro met een lint in de schoolkleuren. Tegelijkertijd heeft Grahamstown het imago van verdraagzaam en progressief. Hier vond bijvoorbeeld jaren geleden de eerste Silent Protest plaats, een demonstratie tegen verkrachtingen, waarbij de vrouwen hun mond afplakten en de hele dag zwijgend rondliepen. Bovendien heeft Grahamstown een ongebruikelijke bevolkingssamenstelling, waarbinnen studenten, academici, onderwijzers, psychologen, psychiaters, kerkelijken en rechtskundigen domineren. Dat is te danken aan de universiteit, de talrijke elitaire middelbare scholen, de grote psychiatrische inrichting, de ruim zestig kerken en de regionale rechtbank.

Als we afgaan op de psychogeografen die menen dat de omgeving van grote invloed is op menselijk gedrag en emoties, dan moet Grahamstown zeer ongewone liefdesverhalen opleveren. Western knikt. ‘Veel mensen komen hier omdat ze zware tijden doormaken. En je kunt je hier nergens verstoppen. Het is een kleine stad en iedereen weet alles van je. Het is alsof je constant in een spiegel kijkt. Elders kun je je problemen wel ontwijken. Maar Grahamstown is heel hermetisch. Mensen kunnen op het hysterische af betrokken raken bij het persoonlijke leven van anderen. Zo komt mijn ex binnenkort terug. Iedereen heeft het er al over. Ik heb al drie versies gehoord van wat hij allemaal heeft uitgespookt in de tussentijd. Ik weet zeker dat hij vergelijkbare roddels over mij heeft gehoord.’

Daar hebben we meteen een van de liefdesproblemen in Grahamstown: het feit dat iedereen elkaar kent. Je kunt elkaar niet ontlopen. Ons Red Café zit rond lunchtijd vol mensen die elkaar allemaal vriendelijk groeten. De zus van dichter Breyten Breytenbach is er, met haar onafscheidelijke papegaai op haar schouder, de linkse filosoof Pedro Tabensky met zijn zwarte baret, en de Afrikaner literator Tim Huisamen leest in een hoekje de lokale Grocott’s Mail.

Die sociale benauwdheid, in combinatie met een intense vriendenkring, maakt het extra moeilijk en pijnlijk om relaties te beëindigen. Je komt je ex telkens weer tegen, net als de vrienden van je ex, die ook jouw vrienden waren. Je verliest die vrienden. ‘Liefde in Grahamstown is niet iets tussen twee mensen’, zegt studente Torey Floss. ‘Het gaat over jou en je geliefde en de kapper en al die anderen, die er allemaal een mening over hebben.’

Iets anders wat al snel opvalt is dat Grahamstown een mannentekort heeft. Western vergelijkt het met de bbc-dramaserie Cranford die zich afspeelt in een fictief Engels stadje in de negentiende eeuw, met een overschot aan alleenstaande vrouwen en een gebrek aan potentiële liefdespartners. Ze stuurt me een link naar de eerste aflevering. ‘Kijk vanaf minuut zeven tot negen’, mailt ze. In die scène zingt het nieuws rond dat er een nieuwe mannelijke dokter in aantocht is. Oef! Ai! De vrouwen raken vreselijk opgewonden: there’s a new kid in town. ‘Hun gedrag is hetzelfde als hier. Er zijn veel alleenstaande vrouwen, en iedereen kwekt. Het best kun je het gewoon voor jezelf houden als je weet dat er een nieuwe man in de stad is, want iedereen zal proberen om hem te versieren en om jou te hinderen.’

De poel waaruit je als goed opgeleide 31-jarige vrouw kunt putten is vrij klein, beaamt kunstenares Madelize van der Merwe. ‘Je hebt de keuze uit academici, gescheiden mannen en promovendi.’ Zelf heeft ze na een stukgelopen relatie nu een verhouding met iemand die zes jaar jonger is. ‘Ik heb vijf vriendinnen die alleenstaande moeders zijn. Als we uitgaan gedragen ze zich als wolven…’ Rat Western voegt toe: ‘Wat mij al snel opviel is hoeveel van mijn studenten besloten om lesbisch te worden…’

Niet lang daarna spreek ik de 23-jarige Suzette Bravi, die begin dit jaar aan Rhodes University afstudeerde in de journalistiek. Als kind groeide ze op in een prettige buitenwijk van Johannesburg. Haar ouders waren joods en progressief, ze ging naar een gemengde school en ze had een vriendje met wie ze ook sliep. En toen, vier jaar geleden, haar relatie was voorbij, besloot ze om in Grahamstown te gaan ­studeren.

De eerste dag na haar aankomst tijdens de introductieweek zat ze mistroostig in haar studenten­flat. Was dit het nou? Die kleine, in een kom gelegen stad met zijn kerktorens en lage koloniale architectuur? En dat nietige winkel­centrum, dat bioscoopje, die handvol bars en restaurants? En overal studenten die tijdens de introductiedagen zoveel zopen dat ze laveloos op de stoep voor de Rat Parrot-pub lagen. En dan die alternatieve Rhodes-studenten­outfits van pyjamabroek, ongekamd haar en blote voeten…

Maar toen ging het snel. Dag twee was stukken beter. Ze ontmoette een ongewone jongen met een imposante afro, Jack, die viola speelde en was opgevoed door twee moeders. Ze praatten en praatten. Het klikte. ‘In Johannesburg voelde ik me altijd een outcast. Ik had niet veel vrienden. Hier ontmoette ik mensen met wie ik werkelijk een band voelde’, zegt Suzette.

Niet veel later ontmoette ze Beth, aantrekkelijk, zelfbewust en intelligent. Beth interpreteerde mensen en de wereld op een voor Suzette ongebruikelijke manier. En Beth was biseksueel, voelde zich erg aangetrokken tot Suzette en vond dat die moest leren hoe je een vrouw zoent. ‘Maar ik was nog te huiverig’, zegt Suzette. ‘En toen dacht ik: als we nou een jongen erbij betrekken lukt het me misschien wel.’ Dus organiseerden ze een trio. Maar ze bleken alledrie heel onervaren. Er werd wat gezoend en geknuffeld, en daar bleef het bij. ‘Ik voelde een hoop adrenaline. Ik herinner me dat ik het heel raar vond. Ik weet niet goed of ik het leuk vond of niet. Het was zo vreemd voor mij om zoiets te doen. In Johannesburg zou ik dat absoluut nooit gedaan hebben’, zegt Suzette.

Daarna probeerden ze nog eens een trio, nu met de viola spelende Jack. Die had er wel oren naar en zorgde voor joints en drank. Hij deed een rode emmer over de lamp, zodat het licht zwoel werd. Iedereen kleedde zich tot op het ondergoed uit en daarna kwam de massageolie te voorschijn. Maar voor het werkelijk tot seks kon komen viel Suzette in slaap.

Zij en Beth bleven elkaar zien. Beth was verliefd, Suzette niet. Kussen deed ze alleen als ze gedronken had. Maar ze wilde graag bij Beth zijn, want ze vond Beth heel fascinerend. ‘Alleen was ik niet echt geïnteresseerd in vrouwen. Daarvoor hou ik te veel van de penis.’ En dus begon ze ook een relatie met een jongen, Andrew. Ook op Andrew was Suzette niet verliefd, maar de seks was fantastisch. En Beth, die ongeveer als maagd naar Grahamstown was gekomen, deed het tussendoor ook met verschillende jongens.

Bijna drie jaar verkeerde Suzette in die draaikolk van seksueel experimenteren, uitgaan en diepe gesprekken. Ze dronk midden in de week en sloeg soms klassen over omdat de kater te erg was. ‘In het begin is het ontzettend aantrekkelijk. Je kunt de meest waanzinnige dingen doen zonder dat dat werkelijk consequenties heeft.’ Uiteindelijk kreeg ze een vaste relatie met een jongen uit Johannesburg en was het afgelopen met de chaos. Nu woont ze weer in Johannesburg en mist ze Grahamstown. Ze knikt als ik de regels uit de Eagles-hit Hotel California citeer: ‘You can check out any time you like but you can never leave.’ ‘Ik mis mijn vrienden van toen. Hier in Johannesburg kun je niet al die crazy shit uithalen. Het was heel bevrijdend. Ik mis de zorgeloze vrijheid. Maar het kan ook heel claustrofobisch zijn, en klein en benauwend.’

En de liefde? ‘Ik denk dat ik heb geleerd dat liefde niet zo puur is als ik had gedacht. Ik leerde om me meer te laten gaan en het verbreedde mijn ideeën over de liefde. Het is veel minder aan seks gerelateerd dan ik meende.’

Grahamstown als bastion van de experimenteerzucht. Wie had dat ooit gedacht in 1812 toen de stad werd gesticht door kolonel John Graham. Aanvankelijk was het bedoeld als militaire basis van waaruit de onrustige Xhosa’s ten noorden van de Grote Visrivier konden worden bedwongen. Na 1820 kreeg de stad stevige impulsen dankzij de duizenden Britse settlers die naar Zuid-Afrika waren gebracht om landbouw te beoefenen in de bufferzone tussen de koloniale administratie en de zwarte volken. De meesten zagen na een tijdje af van dat geploeter in de grond en vestigden zich in veilige plaatsen als Port Elizabeth en Grahamstown, dat uitgroeide tot een levendige stad waar flink in huiden en ivoor werd gehandeld. In 1855 werd de eerste eliteschool gesticht, St. Andrews College, en in 1904 werd Rhodes University geopend. De belangrijkste industrie van Grahamstown is sindsdien onderwijs.

‘Na Stellenbosch is dit de meest blanke universiteit van Zuid-Afrika. Wij doceren de elite uit de hele regio. Vorig jaar had ik drie kinderen van ministers in mijn klas, uit Nairobi, Windhoek en Johannesburg’, zegt de 42-jarige politicoloog Richard Pithouse, die in 2010 vanuit de havenstad Durban met zijn vrouw in Grahamstown kwam wonen. De politiek geëngageerde Pithouse heeft de pest aan Grahamstown: ‘Het doet me denken aan suburban blank Durban van dertig jaar geleden, waar bepaalde delen van de stad totaal gedomineerd worden door blanken. En dan die koloniale Engelse cultuur, die je zelfs in het eten aantreft: sandwiches van korstloos wit brood, terwijl de werkloosheid in de townships op zeventig procent wordt geschat. En de conversaties van al die blanken die steeds maar zeggen dat ze niet racistisch zijn. Die superieure houding…’

Maar de studenten vinden het hier fantastisch, zegt Pithouse: ‘Hier vind je nog dat ouderwetse studentenleven. Het is kleinschalig, je kunt relatief veilig rondlopen en dronken worden. Dat heeft ook te maken met een gebrek aan ander vertier, en met een gebrek aan discipline.’

Het imago van progressief en tolerant heeft Grahamstown deels te danken aan het feit dat het accent binnen de universiteit op alfa-wetenschappen ligt. De Amerikaanse en Europese verworvenheden van de jaren zestig en zeventig werden hier gretig overgenomen, waardoor faculteiten als sociologie, filosofie, psychologie en journalistiek een radicaal imago hebben gekregen.

En dan is er het Grahamstown Festival dat sinds 1974 ieder jaar in juni/juli wordt gehouden en waar ook tijdens apartheid steevast grensverleggende producties te zien waren. ‘De (apartheids)staat stond het festival toe als een soort uitlaatklep’, zegt de sinds 1976 in Grahamstown wonende literator Tim Huisamen, verbonden aan het departement Afrikaans-Nederlands. Het accent lag aanvankelijk op theater: kleinschalige producties met vaak een politieke inslag. De bij wet verboden interraciale seks was een geliefd onderwerp.

De man die wellicht de toon zette voor het imago van Grahamstown als stad met een ongebruikelijk en onstuimig liefdesleven was schrijver André P. Brink, die in 1961 werd aangesteld als docent aan het departement Afrikaans-Nederlands. Hij zou er tot 1990 blijven les­geven. Brink schreef een aantal van zijn romans in Grahamstown, onder meer Orgie en Lobola vir die lewe, waarin hij op een voor die tijd onconventionele manier omgaat met seks en godsdienst. Brink paste ook netjes in de inmiddels stevig gewortelde Grahamstown-traditie dat je als docent een verhouding krijgt met een van je leerlingen.

Huisamen, die goed bevriend raakte met Brink, haalt zijn schouders op: ‘Ik wist dat de docenten en hun vrouwen vreemdgingen. Wij beschouwden dat als vrijgevochten. Brink had affaires, maar hij deed dat heel discreet. Zijn reputatie is veel slechter dan de man werkelijk is. Hij is erg aardig en charmant en heeft een fantastische smaak in kunst. Ja, hij hield van jonge vrouwen. Zoals Kissinger ooit zei: roem is een uitstekende opkrikker van het libido. Brinks derde vrouw was inderdaad een studente, Maresa. Immoreel? Ik heb me in Amsterdam sufgeneukt… Kijk, dit was post_-sixties_ en jonge Zuid-Afrikanen wisten ook van promiscuïteit.’

Dat is het steeds weerklinkende refrein. In Grahamstown is het seksleven losbandig. ‘Relaties? Wie heeft daar nou behoefte aan? One night stands, daar gaat het om’, zegt een 27-jarige vrouw die een maand of tien in de stad verblijft en zich vol energie in de ‘vertigo van Grahamstown’ heeft gestort. Ook al heeft Grahamstown dankzij die zestig kerken de bijnaam ‘City of Saints’, het is bovenal een stad met spreuken die met seks te maken hebben. In studentenkringen heb je onder meer ‘seal clubbing’ (met zoveel mogelijk eerstejaars studentes slapen), ‘hunt the grunt’ (een weddenschap om met het lelijkste meisje te slapen) en ‘if you can’t hook up in Friars, you can’t hook up anywhere’ (over een van de disco’s waar je alleen komt om te zuipen en te versieren). Mannelijke academici zijn vooral in hun nopjes met het credo ‘Rhodes University, where there are so many women that even the ugly guys get laid.’

Maar niet alle jonge mensen in Grahamstown geven zich met hart en ziel over aan wilde experimenten. Aan het begin van New Street, een paar deuren van de Monastry waar de techno­feesten tot zonsopgang doorgaan, is het kantoor van His People, een charismatische kerk die twintig jaar geleden een vestiging opende in Grahamstown en die erg populair is onder studenten. His People houdt ieder jaar speciale seminars over relaties en seks. Ze geven ook een 22 pagina’s dikke brochure uit, getiteld Finding Love That Lasts; Discover God’s Take On Romance. Het boekje behandelt onder meer vriendschap, huwelijk, dating, seksualiteit, interraciale relaties en scheiding, en kijkt bij ieder onderwerp wat de bijbel daarover te zeggen heeft.

Dit jaar kwamen er 130 jongeren af op het liefdesseminar. ‘Veel studenten komen uit traditionele gezinnen en hebben moeite met die vrijheid-blijheid van Grahamstown nadat ze heel beschermd zijn opgegroeid’, zegt His People-staflid Sean Bennetts. ‘Grahamstown heeft een sterke drinkcultuur en er is een gebrek aan discipline. Wij hebben geen regels over drank, maar de bijbel zegt dat je niet dronken moet worden en je remmingen verliezen.’

De zondagochtenddiensten worden door zo’n tweehonderd mensen bezocht, ’s avonds komt het dubbele aantal. De pastoor is een zwarte Zimbabwaan, zijn tweede man een kleurling. Op een willekeurige zondagochtend zijn er vooral vrouwen en wat zwarte mannen. Blanke jongens mijden His People, zegt Bennetts. ‘Het heeft onder meer te maken met machogedrag: drank en seks. Iemand die naar het spirituele zoekt wordt als kwetsbaar en zwak beschouwd.’

Voor veel jongeren in Grahamstown die op zoek zijn naar een moreel kompas is His People het alternatief voor het gezinsleven dat zij achter zich hebben gelaten. His People propageert ‘pure liefde’, dus geen innig lichamelijk contact voor het huwelijk. ‘De bijbel zegt: geen seks’, zegt Bennetts. ‘Als je puur bent zal God de relatie zegenen.’ His People propageert ook dat de leden naar een partner zoeken binnen de kerk. ‘Zo kun je elkaar op een veilige manier leren kennen’, zegt Sean, die zijn vrouw Sarah via His People leerde kennen. Als ik vraag of het niet problematisch is dat je elkaars seksuele voorkeuren helemaal niet kent totdat je trouwt zegt hij: ‘Sarah en ik waren allebei maagd tot we trouwden en we hebben nu een awesome seksleven.’ Sarah vult aan: ‘Jonge mensen, blank en zwart, zien veel pijn om zich heen, ouders die scheiden. Ze denken: er moet iets beters, iets mooiers bestaan.’

Naast de zondagsdiensten heeft His People ook zo’n vijftig celgroepen. Gill Jones (22) zat in een van die groepen. Zij kwam vier jaar geleden als aantrekkelijke blondine uit het kustplaatsje Knysna naar Grahamstown om er te studeren. ‘Ik vond de stad vreselijk. Grahamstown kan hard en bruut zijn en erg kliekerig. De eerste twee weken bepalen in welke scene je terechtkomt. Als je niet drinkt maak je weinig vrienden. Je moet dan sterk in je schoenen staan. Feestende vrienden van me werden gearresteerd of maakten de studie niet af.’

Gill verkoos de kerk boven de pub en beloofde zichzelf dat ze ‘de universiteit met mijn waardigheid intact zou verlaten’. Ze ging er volledig in op. His People werd de plek waar ze vrienden maakte en waar ze ‘groeide’. Ze leerde in tongen te praten en als ze een moeilijke periode doormaakte ging ze naar een ‘soaking session’, een intieme, intense gebedsessie waar iedereen zich helemaal kan laten gaan.

In haar vierde jaar vond Gill een vriendje, in de kerk. ‘We zijn nog steeds samen’, zegt ze, inmiddels verhuisd naar Kaapstad. Ze zijn nog niet getrouwd en hebben nog geen seks gehad. Zelfs tongzoenen is uit den boze. Ze weet hoe zwak het vlees is. ‘Niemand dwong ons om het zo te doen. Wij zeggen: God is persoonlijk en geïnteresseerd, dus waarom betrek je hem niet bij je relatie? Dat is liefde. Je leert de ander eerst als vriend kennen. Voordat hij me voor de eerste keer echt uit vroeg ben ik naar de leider van His People gegaan en heb ik hem gevraagd wat hij ervan vond. Hij gaf zijn zegen.’

Wekenlang verblijf ik als gastdocent in Grahamstown. Ik hoor verhalen over swingers, overspel, affaires, orgies, nachtelijke tochten om seks te scoren. Maar ik ontmoet ook veel veertigers en vijftigers met kinderen die heel blij zijn met Grahamstown omdat het er zo rustig is en het kroost op straat kan spelen en naar een goede school kan gaan. Ik zit in de bars, de clubs en de restaurants. Ik bezoek jazzmiddagen, avonden met akoestische muziek, een kunstveiling, sta tot vier uur met een whisky in mijn hand in de technoclub Monastry, zie de lokale bluesband Sunship een set van drie uur spelen, waan me soms ‘the new kid in town’. De sfeer is steevast goed. Deuren gaan open, altijd is er wel een glas wijn, een glimlach, een grap, een zoen, een roddel. Ik voel me een echte Grahams­tonian als ik hoor dat ik ‘the hots’ voor iemand zou hebben die ik nauwelijks ken. De buitenwereld met zijn oorlog in Syrië, protesten in Johannesburg en een stervende Mandela is ver weg. Grahamstown is een bedwelmend bad. Steeds beter begrijp ik waarom dat zinnetje uit die oude hit van de Eagles hier zo aanslaat: als je te lang blijft kun je niet meer weg, blijft Grahamstown in je hoofd zitten.

Ik denk aan kunstenares Madelize van der Merwe die zei dat ‘vrienden dachten dat ze moesten koppelen. Maar ik heb meer behoefte aan vriendschap dan aan een relatie’, en ik realiseer me dat ik ernaast zat toen ik aanvankelijk vooral keek naar de romantische liefde tussen twee mensen, de verstrengeling van de ik en jij in een ‘wij’.

In restaurant Haricot Vert kijkt psychologe Lisl Floss me lang en nadenkend aan. ‘Er is heel veel liefde hier’, zegt ze ten slotte. ‘Maar niet per se het soort waar jij op doelde. Mensen geven hier werkelijk om elkaar. Omdat ze weten dat dat kan. In een grote stad kan het zijn dat je geen idee hebt dat jouw vriend twee suburbs verderop het moeilijk heeft. Hier rij je gewoon even langs iemands huis om te kijken of alles in orde is. Als je alleen bent en je wellicht buitengesloten voelt, dan trekken mensen zich dat aan. Je ziet heel veel liefde in Grahamstown. Mensen die hand in hand lopen. Mensen die elkaar omhelzen. Ja, jongens ook. Het is een zachtaardige stad. Er wordt veel emotie getoond in het openbaar.’


De namen in dit verhaal zijn op verzoek gefingeerd


Liefde in tijden van verandering

Deze zomer buigen onze correspondenten zich over de liefde wereldwijd. De manier waarop mensen verliefd worden, waarop relaties worden aangegaan, de liefde wordt bedreven – het heeft alles te maken met de maatschappelijke omstandigheden. Liefde als spiegel van de toestand van een land, daar gaat het om. Van de seksuele revolutie die zich in Egypte aan het voltrekken is tot het rumoer rond het homohuwelijk in Frankrijk tot de liefdesmoraal in Oeganda.

Beeld: Ian Turk/ Flickr.com