Een beer in de deurpost bent u wel eens achtervolgd door het geluid van klotsende roeispanen?

Marijke van Warmerdam stelt haar nieuwste werk tentoon in het Van Abbemuseum. Morsetekens schrijvende vliegtuigen in formatie, een zich voortplantende geluidsgolf en een levensgrote bruine zak. Van Warmerdam stelt de blik op scherp.
Marijke van Warmerdam, Enkel, dubbel, dwars, Van Abbemuseum, 22 februari tot en met 13 april 1997. Ook in het Muhka (Museum voor Hedendaagse Kunst), Antwerpen tot en met 30 maart. De catalogus is binnenkort verkrijgbaar. Gelijktijdig in het Van Abbe: Voorstelling van Suchan Kinoshita en Collectie Presentatie met werken van Jan Dibbets, Richard Long, Sol LeWitt, Gilbert & George en Hamish Fulton.
STEL, U KOMT een lange man tegen. Die man draagt een pak en een crêmewitte stropdas. U wisselt wat van gedachten, wellicht beroepsmatig, wellicht uit nieuwsgierigheid. Later hoort u de conversatie geluidsversterkt door de ruimte klinken. U schrikt en vraagt zich af wie het gesprek heeft opgenomen.

Die lange man was de Amsterdamse galeriehouder Kees van Gelder. Achter zijn stropdas had hij een klein microfoontje en een cassetterecordertje geklemd.
De bezoeker getaped in plaats van de galeriehouder geïnterviewd. Een kleine ingreep in de dagelijkse gang van zaken die kenmerkend is voor het oeuvre van Marijke van Warmerdam. Zij was het die de Stropdas (1995) aan Van Gelder gaf om de reacties van het kunstpubliek vast te leggen. Het ding ligt nu naast een aantal andere objecten en kunstenaarsboeken in de vitrine van de tentoonstelling Enkel, dubbel, dwars in het Van Abbemuseum.
Het tijdelijke onderkomen van het Van Abbe onder de rook van het PSV-stadion: het is er aangenaam toeven. Niets herinnert hier aan de overvolle zalen van musea die zich gedwongen zien publiekstrekkers te programmeren. Hier geen 250 schilderijen van verfgeweldenaar Georg Baselitz op luttele meters wandoppervlak samengeperst of grotesk uitpuilende rijen Pop Art van Roy Lichtenstein. In plaats daarvan: ruimte en rust.
Het Van Abbe, zo benadrukte adjunct-directeur Frank Lubbers in zijn toelichting voor de pers, wil nadrukkelijk een kunstenaarsmuseum zijn. Het tentoonstellingsprogramma wordt niet aangepast aan de voorspelbare vraag van het publiek (‘Vincent van Gogh, De Peel en het raadsel der aardappelpoters’), maar is vooral bedoeld om de ontwikkelingen in de hedendaagse kunst op de voet te volgen.
Die strenge keus (een luxe die nog maar weinig musea zich kunnen veroorloven, gaf Lubbers ruiterlijk toe) impliceert een tentoonstellingsprogramma dat door de bezoekers vaak als 'moeilijk’, 'ontoegankelijk’ of 'intellectueel’ wordt ervaren.
Van Warmerdams Enkel, dubbel, dwars bewijst des publieks ongelijk.
VIJF VLIEGTUIGEN in formatie stoten witte strepen uit volgens een door ponskaarten voorgeschreven patroon. De vliegers zijn sky-typers, mannen die met hun vliegtuigjes reclameboodschappen 'schilderen’ tegen de achtergrond van een felblauwe lucht. Twee films op een scherm geprojecteerd tonen een bruine beer tegen een witte muur, ongemakkelijk rechtopstaand in de deuropening (links) en in diverse houdingen ontspannen leunend tegen de deurpost (rechts). In een andere zaal: snel verspringende beelden van een leeggeruimd huisinterieur.
Als je het opschrijft klinkt het simpel. Je ziet wat je ziet en het is wat het is. Een wankelende beer is een wankelende beer en vliegtuigjes in de lucht zijn vliegtuigjes in de…
Of toch niet?
Van Warmerdam projecteert al haar films in een loop, een techniek waarbij begin en eind van de filmstrook aan elkaar worden geplakt, waardoor de handeling eindeloos wordt herhaald. Totdat het museum sluit en de suppoost de stekker uit het stopcontact trekt. Voor die tijd echter zal de bezoeker door de knieën zijn gegaan voor de hypnotiserende kracht van Skytypers, Empty house en Beer (1997).
Van Warmerdam, die twee jaar geleden op de Biënnale van Venetië opzien baarde met haar filmpje van een douchende man, is bekend om haar voorliefde voor het alledaagse. De films en video’s lieten tot nu toe meestal in één take vastgelegde handelingen zien zoals een jongen die een achterwaartse salto uit stilstand maakt (Sprong, 1994) een vrouw die haar blonde haar föhnt (Blondine, 1995) of een meisje dat een handstand maakt (Handstand, 1992). Terloopse handelingen uit het alledaagse leven, met dwingende blik vastgelegd. Onbenullige gebeurtenissen zonder pointe of dramatische handeling, waaraan je gemakkelijk voorbij zou kunnen lopen. Toch gebeurt dat niet en dat heeft vooral te maken met de zorgvuldige kadrering, de loop-techniek en de precieze keuze voor bepaalde handelingen. Douchen, haren föhnen en het maken van een handstand zijn voor iedereen herkenbare onderwerpen; er is niets moeilijks aan, maar door de kracht van de herhaling krijgen de handelingen iets ongewoons, iets wat ze buiten het bereik van het alledaagse tilt.
Ziedaar het geheim van goede kunst.
De loop der dingen nèt even een andere draai geven (bent u wel eens achtervolgd door het geluid van klotsende roeispanen?), en tegelijkertijd de vraag naar het hoe en waarom van dit alles volledig open laten. Dat is het beproefde recept dat Van Warmerdam toepast. Het levert krachtige, poëtische beelden op die zich hardnekkig verzetten tegen pretbedervende, zwaarwichtige interpretaties.
Je ziet wat je ziet, het is wat het is, maar tegelijkertijd is het méér.
HOE DAT 'MEER’ te omschrijven, dat is het probleem. Je kan natuurlijk zoals Lynn Cooke in een doorwrocht catalogusartikel doet, de geschiedenis van de cinema erbijhalen en de invloeden van de videokunst uit de jaren zestig en zeventig aanwijzen, maar daarmee heb je nog niets verklaard van de aantrekkingskracht van deze beelden.
Er hóeft ook niets verklaard te worden, want Van Warmerdams kunst is een probleemloze kunst. De oppervlakkige toeschouwer zal door de zalen lopen en het vooral 'geinig’ vinden, de onderzoekende kunstliefhebber zal op zoek gaan naar het 'geheim’ achter de getoonde beelden.
Wat boeit ons in de beer?
Waarom vliegt een sky-typer in zijn eigen rook?
En waarom doen de ritmisch verspringende beelden van een leeg huis zo unheimlich aan?
Een antwoord laat zich niet snel geven, maar één ding staat vast: Van Warmerdam dwingt ons tot geconcentreerd kijken. Wie langer dan een minuut voor de vertoonde films staat, zal proberen te achterhalen hoe ze in elkaar zijn gezet. Je telt het aantal beeldwisselingen, je probeert te ontdekken waar begin en eind van de filmstrook aan elkaar zijn geplakt en je vraagt je af of de split-second, lichtflitsachtige beeldjes van het trappenhuis in Empty house nu t†ssen de opnamen zijn gemonteerd of als double-print zijn gebruikt. Ritme, beweging en illusie, dat zijn de zaken waar de toeschouwer zich opeens het hoofd over breekt. Het zijn de basisbegrippen van de cinema, net als kleur, lijn en vorm in de schilderkunst.
VAN WARMERDAM, afgestudeerd aan de Rijksacademie en winnares van de Prix de Rome 1992 voor de categorie 'beeldhouwen, beeldende kunst en de openbaarheid’ heeft haar werk wel eens omschreven als 'immateriële sculpturen’; het gaat haar niet alleen om het beeld op het projectiescherm, maar om het geheel van beeld, geluid en ruimte. De op een simpele houten constructie geplaatste projector die voortratelt, het in de (verduisterde) ruimte zwevende scherm: samen vormen ze het kunstwerk.
Het is typisch de uitspraak van een beeldhouwer die de sokkel ver van zich heeft geworpen.
Maar uiteindelijk is ook deze definitie van haar werk niet toereikend. Het klinkt te ondoorgrondelijk conceptueel voor Van Warmerdams helder geregisseerde loops.
Het past niet.
Een grote bruine beer die aan de deurpost krabt. Met veel haar en klauwen. Een grote bruine Big Bag die tot leven komt. Daar gaat het om.
What you see is what you get. Plus wat extra’s. Dat is de ware kunst.