Graffiti van James Joyce in Opatija, Kroatië © Henry Kellner

‘Je weet, liefste’, schrijft James Joyce aan zijn partner Nora Barnacle in 1909, ‘dat ik nooit onzedelijke taal gebruik… Als mensen in mijn bijzijn vieze of wellustige verhalen vertellen kan ik daar niet om lachen.’

Een paar jaar later zou Ulysses aan beide zijden van de Atlantische oceaan in de ban worden gedaan vanwege de extreme onzedelijkheid van de taal. Zowel sommige van de losse hoofdstukken die in literaire tijdschriften verschenen als het gepubliceerde boek werden door de autoriteiten in de verbrandingsoven gegooid – Joyce hoopte dat het feit dat hij zo vaak ‘het genoegen [had] gesmaakt op aarde verbrand te zijn’ hem wat sneller het vagevuur zou doen passeren.

Heeft Ulysses vandaag de dag de reputatie elitair en esoterisch te zijn, toen het verscheen stond het bekend als vunzig – en was dus onmiddellijk wereldberoemd. ‘ULYSSES, vier keer verboden tijdens seriepublicatie’, adverteerde de uitgever, ‘zal gedrukt worden door SHAKESPEARE AND COMPANY compleet zoals het is geschreven.’

Niet alleen gezaghebbers namen aanstoot aan Ulysses, ook veel van Joyce’s avant-garde collega-schrijvers vonden het boek obsceen. Virginia Woolf was zo geschokt dat ze moest blozen: ‘Eerst is er een hond die p’s’, klaagt ze in een brief, ‘en dan is er een man die forths’‘pee’ en ‘fart’ kreeg ze gewoon niet op papier. Zelfs D.H. Lawrence, wiens Lady Chatterley’s Lover ook het onderwerp van een obsceniteitrechtszaak was en die woorden als ‘fuck’, ‘cunt’ en ‘balls’ nog vaker gebruikt dan Joyce (de aanklager had ze geteld), schreef vol afgrijzen aan zijn vrouw: ‘Het laatste deel is de smerigste, meest onbehoorlijke, obscene tekst ooit geschreven. Ja echt, Frieda. Het is beestachtig.’

Naar de mores van die tijd was het boek ook obsceen. Ulysses is een encyclopedische verzameling van het soort vieze woorden dat, vond men, thuishoorde op straat, niet in de literatuur; een compleet handboek van alles wat schunnig bevonden werd in het Dublin van 1904, aangevuld met Joyce’s taalkundige verzinsels (‘sowcunt,’ ‘bumgut,’ ‘scrotumtightening.’)

‘Ik geloof wel dat de man een genie is’

Aanstootgevender nog voor veel vroeg-twintigste-eeuwse lezers was de nietsontziende openhartigheid waarmee Joyce de functies van het menselijk lichaam beschrijft. Stephen Dedalus piest in zee en zit onbeschaamd in zijn neus te pulken: ‘He laid the dry snot picked from his nostril on a ledge of rock, carefully.’ Leopold Bloom leest een tijdschrift op de wc terwijl hij onbekommerd zijn behoeften doet: ‘It did not move or touch him but it was something quick and neat’, observeert hij zijn eigen ontlasting. *‘He read on, seated calm above his own rising smell.’ *

De intimiteit van Joyce’s tekst verontrustte zelfs lezers als Ezra Pound, die Joyce nota bene ‘ontdekt’ had. Pound vond dat zijn protegé meneer Bloom als de sodemieter van de plee moest halen; Joyce weigerde. ‘Ik kan niet schrijven zonder mensen te beledigen’, schreef hij in 1905 aan de uitgever van Dubliners. Hoe beledigd mensen ook waren, hij paste zijn teksten nooit aan.

Later in het boek treffen we Bloom op het strand, waar hij masturbeert terwijl hij de benen en het randje van de onderbroek bewondert die de zeventienjarige Gerty MacDowell hem van een afstandje laat zien (de scène die er toe leidde dat Ulysses in de VS verboden werd). In de dronken hallucinaties van Circe is Bloom zelf een meisje en wordt hij door de hoerenmadam Bella Cohen, nu Bello, op baritontoon te koop aangeboden: ‘What offers? (He points.) For that lot… (He bares his arm and plunges it elbowdeep in Bloom’s vulva.) There’s fine depth for you! What, boys? That give you a hardon?’ Waarmee Ulysses vermoedelijk het eerste boek in de literatuurgeschiedenis is dat transgender vuistneuken beschrijft.

De ongegeneerde manier waarmee Joyce over lichamelijkheid schrijft, vindt een climax in de monoloog van Molly Bloom. Molly ligt in bed en droomt nog wat na over de wilde seks van die middag met haar minnaar (en over zijn ‘tremendous big red brute of a thing’) in taal die nu misschien niet schokt maar toen des te meer: ‘When he made me spend the 2nd time tickling me behind with his finger I was coming for about 5 minutes with my legs round him I had to hug him after O Lord I wanted to shout out all sorts of things fuck or shit or anything at all.’

Toch klopt wat Joyce in zijn brief aan Nora schreef ook: hij vond Ulysses zelf niet onzedelijk, niet wellustig. Joyce wilde zijn personages volledig weergeven, alle facetten van hun bestaan tonen, al hun gedachten laten zien; hij wilde het leven van alledag zo compleet en gedetailleerd mogelijk reproduceren. Joyce noemde Ulysses ‘het epos van het menselijk lichaam’. Daarom moet het boek ook zaken laten zien die voorheen buiten beeld gehouden werden: poepen, plassen, zoenen, menstrueren, masturberen, alle mogelijke vormen van seks. Misschien zijn die dingen obsceen maar, protesteerde Joyce nadat zijn tekst weer eens was veroordeeld, ‘obsceniteit komt ook voor in de bladzijdes van het leven’. Of, zoals hij elders zei: ‘Als Ulysses onleesbaar is, is het leven onleefbaar.’

Zo oordeelde uiteindelijk ook John Woolsey, de rechter in de geruchtmakende obsceniteitrechtszaak van 1933, ‘de Verenigde Staten v. Een Boek Genaamd Ulysses’. Joyce ‘heeft eerlijk geprobeerd te beschrijven hoe zijn personages denken’, schreef Woolsey in zijn vonnis. ‘Alhoewel het effect van Ulysses op de lezer op veel plaatsten een beetje dat van een braakmiddel is, is het nergens lustopwekkend.’ ‘Meneer Joyce,’. reageerde een woordvoerder van de schrijver, ‘is van mening dat het de rechter niet aan gevoel voor humor ontbreekt.’

‘Ik geloof wel dat de man een genie is’, was Nora’s oordeel over Joyce, ‘maar wat een dirty mind heeft hij, vind je niet?’