Giovanni Lorenzo Bernini, Allegorie op het Heilige Bloed van Christus, ca. 1670. Pen en bruine inkt, penseel en bruine inkt, over zwart krijt op papier, 38,6 x 24,7 cm © Teylers Museum Haarlem

Een tekening van een mannelijk naakt – een ‘academie-studie’ – van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) werd drie weken geleden geveild in de wereldstad Compiègne. De tekening kwam uit privé-bezit, waar hij altijd was doorgegaan voor werk van de Fransman Pierre Puget. Er zat een scheurtje in. Prijsindicatie van het veilinghuis: dertig- à vijftigduizend euro. Verkocht voor 1,9 miljoen, inclusief opgeld. Twee deskundigen hadden de tekening herkend en aan Bernini toegeschreven, op basis van een grondige vergelijking met de zeven andere Bernini-figuurstudies die nog bestaan en worden bewaard in de Uffizi, Florence en, jawel, Teylers Museum in Haarlem.

Tekeningen zijn veel minder courant dan schilderijen, de sensatiegraad is een stuk lager, het materiaal is schuw, en het kennerschap ontwikkelt zich langzamer en meer in stilte. Er zijn er die een tekening van Bol van een tekening van Flinck kunnen onderscheiden, op ’t oog; één zo’n kenner is Carel van Tuyll (1950). Hij werkte twintig jaar als conservator in Teylers tot hij in 2004 hoofdconservator tekeningen en prenten in het Louvre werd, de eerste niet-Fransman op die prestigieuze post. Dit jaar verschijnt de bestandscatalogus van de Italiaanse tekeningen uit de zeventiende eeuw in Teylers Museum, van zijn hand. Het leverde nieuw inzicht op. Twee tekeningen, een visioen van de heilige Maria Magdalena de Pazzi op het heilig bloed van Christus en een kind met een beschermengel, tot nog toe toegeschreven aan Giovanni Battista Gaulli (1639-1709), moeten van Bernini zijn.

Giovanni Lorenzo Bernini, Een kind met een beschermengel, ca. 1660-65. Pen en bruine inkt, penseel en bruine inkt, over zwart krijt op papier, 20,9 x 15,6 cm © Teylers Museum Haarlem

Dat is niet alleen een kwalificatie op basis van visuele of stilistische aspecten. De bewijsvoering wordt ondersteund door de fascinerende geschiedenis van de Teyler-collectie zelf. Bernini was, dat hoeft geen betoog, de grootste Italiaanse kunstenaar van zijn tijd. Een van zijn bewonderaars en sponsors was de kardinaal Decio Azzolino (1623-1689), een hoogst interessante, sluwe kerel, goede vriend (en mogelijk ook minnaar) van koningin Christina van Zweden. Toen ze stierf kocht Azzolino haar kunstcollectie. In de inventaris van Azzolino’s bezittingen staat ‘een tekening van Christus aan het kruis door de heer Bernini’ vermeld die mogelijk uit de Christina-collectie afkomstig was; de nalatenschap van de kardinaal werd daarna verkocht aan Livio Odescalchi (1658-1713), neef van paus Innocentius IX. Zijn erven verkochten uiteindelijk in 1790 zeventienhonderd tekeningen en prenten aan Teylers Museum, waaronder de tekening van het visioen van het bloed van Christus. Hij stond in 1854 nog als Bernini in de boeken, maar die toeschrijving werd toen gewijzigd in Gaulli, een leerling; nu draait Van Tuyll de zaak terug.

Je neemt je hoed af voor dat kalme kennerschap. Het maakt ook jaloers: er is niks wat je zo direct met een kunstenaar verbindt als een tekening. Een velletje, een beetje inkt, een beetje wit. Soms ‘even snel’, soms overdacht en ‘in het net’, zoals hier. Dezelfde man die het gigantische ovale plein van de Sint Pieter ontwierp en de beste beeldhouwer aller tijden was, zit naast je, en schetst wat: ‘Wat denk je, zal ik het zó doen? Voor in de grote zaal?’

En dat sla je op, ergens in je brein, en jaren, jaren later zie je een andere tekening in Parijs of Petersburg of Compiègne, en je denkt: dat is dezelfde hand, hetzelfde oog, dezelfde man. En je bewijst het.


teylersmuseum.nl