‘Een beetje reiken is goed’

De Oscar Romeroschool in Rotterdam doet er alles aan om kinderen aan het lezen te krijgen. En met succes. Gelauwerd leesbevorderaar Paul Vierboom: ‘Geef kinderen boeken. En vertel ze verhalen.’

Muurgedichten, raamgedichten, overal poëzieposters, rijen auteursportretten, origineel werk van beroemde kinderboekenillustratoren, een kleine drieduizend boektitels in de centrale bibliotheekhal: de Oscar Romeroschool in de Rotterdamse achterstandswijk Crooswijk ademt boeken, onder het motto ‘lezen moet altijd, overal en in alle groepen’. Op de vraag waarom geeft onderwijzer en coördinator leesbevordering Paul Vierboom (50) een onweerspreekbaar antwoord: ‘Lezen is de basis van de verbeelding. En lezen is de basis van de vooruitgang.’
Op de Oscar Romeroschool is 98 procent van de kinderen van allochtone afkomst. Veel leerlingen hebben bovendien een problematische achtergrond. ‘De werkloosheid in Crooswijk is hoog’, vertelt Vierboom. ‘Bewoners hebben psychische problemen. Er is geen geld voor buitenschoolse activiteiten. Kinderen ontbijten niet, zwerven tot laat op straat en ouders spreken matig Nederlands, waardoor vierjarigen met een taalachterstand op school beginnen. Taalonderwijs is bij ons dus prioriteit nummer één. En alles wat het lezen van boeken stimuleert speelt daarin een belangrijke rol. Want het AVI-niveau en begrijpend lezen richten zich te veel op alleen het technisch lezen en niet op leesplezier.’
De Oscar Romeroschool heeft daarom een uitgebreid jaarplan leesbevordering. Met als belangrijkste pijler voorlezen, voorlezen, voorlezen, iedere dag, uit een door de leerkracht geselecteerd boek. ‘Zo’n boek mag best boven het leerlingenniveau zijn’, vindt Vierboom. ‘Een beetje reiken is goed.’ Maar er worden ook auteursbezoeken voor alle groepen georganiseerd, de school doet mee met de nationale voorleesdagen, er zijn klassikale voorleeswedstrijden en de gedichtendag is niet alleen van Nederland maar ook van Crooswijk.
Zeven Crooswijkse basisscholen laten hun leerlingen aan de hand van zestien gedichten de ‘dichter van Crooswijk’ kiezen. Stuk voor stuk literaire gedichten. Van (kinderboeken)auteurs als Hans Kuyper, Koos Meinderts, Karel Eykman en Hans Dorrestijn. Alle zestien worden ze in de klas besproken en voorgedragen. Het dikke ideeënboek Dichters op school van Paul Vierboom op het bureau van groep-acht-juffrouw Moniek Fransens, verraadt dat de gedichtendag meer behelst dan de dichter-van-Crooswijk-verkiezing. ‘Het boek wordt ook op andere scholen gebruikt’, zegt Fransens. ‘Het is ideaal. Handreikingen genoeg voor alle groepen.’
Ze geeft haar veertien leerlingen de opdracht een naamgedicht en een ‘elfje’ te schrijven, een dichtvorm waarbij elf woorden als een halve kerstboom (1-2-3-4-1) onder elkaar worden gezet. Als ze willen, mogen ze zich ook wagen aan een rondeel, haiku of limerick. ‘Niet eenvoudig’, geeft Fransens toe, ‘maar vanaf groep drie leren ze hier al dat er verschillende dichtvormen bestaan.’ Alvorens de kinderen beginnen nog een tip van de juf: ‘Onthoud dat je meer met een gedicht kunt doen dan rijmen. Toon je gevoel, vertel een verhaal, fantaseer.’
Moniek Fransens: ‘Kinderen met een taalachterstand leren zich snel uitdrukken in zoiets kernachtigs als een gedicht. Het schrijven van een verhaal is moeilijker. Maar met een paar woorden heb je al snel een gedicht.’ Ze wijst op een van de raamgedichten in haar lokaal: ‘Disco/ Lekker swingen/ Beetje gek doen/ Met een leuk meisje/ Dansen.’ ‘Fantastisch toch, zo’n elfje? Bovendien zijn de kinderen ontzettend trots op hun resultaten.’
Dat geldt niet alleen voor bovenbouwleerlingen. Laila (9) uit groep vijf: ‘Het is leuk om te rijmen en om je eigen gedichten voor te lezen.’
Fikri (9): ‘Kijk juf, kijk mevrouw de groene journalist, ik lees Kom maar dichter. (Jan van Collie – red.) Dat vind ik mooi en soms grappig.’
Laila: ‘Ik lees ook veel boeken hoor. Alles door elkaar. Voor in bed heb ik een ander boek dan overdag. En ik kan ook al goed lezen.’
Fikri: ‘Ik mag mijn gedicht voordragen op de gedichtendag.’
Danycia (8) mag dat vandaag al doen, in de klas: ‘Kat/ in mand/ hij is zwart/ miauwen is zijn lot/ schat’, klinkt het bescheiden.
Juf Astrid Jialal, na een korte stilte: ‘Het is kunst, dus het mag. Maar let erop dat je donderdag verstaanbaar bent. Spreek alle zinnen goed uit.’
Vrijblijvend zijn de (poëzie)lessen geenszins. De Oscar Romeroschool bewijst dat een plezierige, warme leer- en leesomgeving strengheid en het nastreven van kwaliteit niet hoeft te hinderen. Zo zijn de leerlingen vrij in de keuze van hun bibliotheekboeken (ze moeten lezen leuk leren vinden), maar zorgt Vierboom wel voor een ‘rijk taalaanbod’ en ‘veelsoortigheid van genres’ op de boekenplanken. ‘Paul Biegel, Astrid Lindgren, Guus Kuijer: je vindt ze allemaal bij ons. Dat wil niet zeggen dat ze net zo verslonden worden als Paul van Loon of Roald Dahl. Maar al die series met van die platte teksten zul je bij ons niet aantreffen. Al ontkom je momenteel niet aan populaire auteurs als Carry Slee en Francine Oomen.’
Ideaal voor leerkrachten om kinderen te helpen bij hun boekenkeuze is het ‘leeslogboek’ – een kleurrijk ontwerp naar een briljant idee van Vierboom – dat iedere leerling aan het begin van het schooljaar ontvangt. Het aantrekkelijke boekje (voor de onder- en bovenbouw verschillend uitgevoerd) bevat illustraties, boekinformatie en verwijzingen naar websites en biedt vooral ruimte om bij te houden welke boeken gelezen zijn en wat de bevindingen zijn: griezelig, spannend, humorvol, mooi, verdrietig…
De tomeloze inzet en het enthousiasme van Vierboom – al 29 jaar lang – zijn een voorbeeld voor collega’s op school en daarbuiten. Hij is oprecht bescheiden en wijst erop dat je zonder een welwillende directeur en zonder meewerkende collega’s niet kunt slagen als leescoördinator. Maar dat de Oscar Romeroschool dankzij Vierbooms Dichters op school met de Onderwijsprijs van Zuid-Holland 1993-1994 is onderscheiden, dat Vierboom initiator is van Lang Zullen We Lezen – een leesbevorderingsnetwerk in Kralingen-Crooswijk waar twintig scholen en onder andere het Centrum Educatieve Dienstverlening en de Bibliotheek Rotterdam deel van uitmaken –, dat Vierboom door de gemeente Rotterdam is onderscheiden met een Oskar (OnderwijS Kansen Rotterdam) en dat hij onlangs op zijn eigen school de Leesgoedprijs 2009 heeft ontvangen ‘wegens vele jaren onverdroten en schijnbaar onvermoeibaar werken aan het in aanraking brengen van kinderen met boeken en schrijvers, de opbouw van een goed schoolbibliotheeknetwerk en een bestendig en navolgenswaard leesklimaat’, zegt voldoende over zijn buitengewone verdiensten.
Kinderboekenschrijver Aidan Chambers noemt Vierboom als zijn grote voorbeeld: ‘Die man heeft zoveel visie. Veel van zijn adviezen zoals beschreven in zijn boeken Vertel eens en Leesomgeving zijn goed bruikbaar. Maar het meest inspirerend waren de keren dat ik hem hoorde spreken. Hij heeft mij bewust gemaakt van het feit dat je als leerkracht tot de tien procent best opgeleide mensen van de wereld behoort en daarom verplicht bent je kennis op kinderen over te dragen. Boeken zijn daarbij onmisbaar.’
Vierboom vindt het jammer dat het creëren van een goed leesklimaat nog steeds school- en individugebonden is: ‘Regelmatig krijgen wij een compliment van de onderwijsinspectie. Maar scholen die geen jaarplan leesbevordering hebben komen daar probleemloos mee weg. De overheid kan veel meer sturen. Verplicht scholen het materiaal van de Stichting Lezen te gebruiken. Zorg dat op de pabo jeugdliteratuur een volwaardig vak is. Maak als overheid geld vrij voor een goede schoolbibliotheek. Zorg dat scholen gebruik maken van een leeslogboek in plaats van steeds maar weer het wiel opnieuw uit te vinden. Wat is de waarde van placemats met daarop een contextloze basiswoordenlijst zoals door de gemeente Amsterdam ontwikkeld? Wat helpt het kinderen om in tien weken tijd onder leiding van Prem in een hitsig programma klaargestoomd te worden voor de Cito? Kinderen verdienen een goed educatief plan, een lange adem van de docenten en boeken. Geef ze boeken. En vertel ze verhalen.’
Frustraties kent Vierboom echter niet. Hij is trots op de schoolbibliotheek en op alle tot stand gebrachte leesbevorderende samenwerkingsverbanden. Trots ook op de kinderpoëziebundel 100 schrijvers met gedichten en tekeningen van de schoolkinderen, uitgebracht ter ere van het honderdste auteursbezoek. Maar Vierbooms grootste succes is een compleet lezende Oscar Romeroschool: ‘In groep acht lezen kinderen probleemloos drie kwartier achter elkaar. Er is rust, er is stilte, er is concentratie. En als wij vanuit het voortgezet onderwijs horen dat onze oud-leerlingen als enigen nog wel eens uit zichzelf een boek pakken, denk ik: geweldig.’