Fred Vargas

Een behaarde man van binnen

Fred Vargas
De omgekeerde man
Uit het Frans (L’homme à l’envers, 1999) vertaald door Rosa Pollé, De Geus, 287 blz., € 18,90

Fred Vargas (1957), van huis uit archeologe, is met haar misdaadromans, waarmee ze in 1986 begon, inmiddels een grootverkoper en ook hier geen onbekende. Ik heb hier al enkele keren titels van haar aangeprezen. Met groot genoegen verzint Vargas ingewikkelde intriges, die ze in de lengte wikkelt om wraakoefeningen die tientallen jaren in beslag kunnen nemen of laat voeden door de geruchtenmachine die een hysterische golf teweegbrengt. In deze wat oudere roman wordt de waan aangezwengeld door iemand van wie je dat lange tijd niet verwacht, die ook nog eens wraak neemt voor een ander, ver weg en dood – vanwege het genre houd ik het maar vaag. De Nederlandse titel klinkt raar, in het Frans is het een dubbele verwijzing: naar de boosdoener, die ongeveer het omgekeerde blijkt te zijn van wat hij lijkt, een Canadese berenkenner die in de Provence betrokken raakt bij een wolvenplaag. De titel slaat vooral op de legende van de weerwolf, een onbehaarde man die ’s nachts zijn inwendige vacht binnenstebuiten keert.

Het begint met wolven die in de Provence schapen doodbijten. De drijfjacht die boeren op touw zetten verandert van aard zodra een vrouw wordt doodgebeten door wat een beest met een geweldig gebit moet zijn. Dan gaat het nog maar om één Wolf, ‘Het beest uit de Mercantour’. De verdenking valt op Massart, een mensenschuw type, werkzaam op het abattoir én onbehaard. Een merkwaardig drietal – het meisje Camille dat stuurt, Soliman, een Afrikaanse jongen die bij de vermoorde vrouw woonde, en een oude schaapherder – zet in een gammele veewagen de achtervolging in op Massart, die behalve schapen onderweg drie mannen vermoordt. Pas op driekwart komt de Parijse commissaris Jean-Baptiste Adamsberger in actie, vaste klant in Vargas’ boeken. Op de televisie heeft hij tussen de dorpelingen Camille herkend, met wie hij ooit een affaire van twee uur had, en laat zij nou zelf zijn hulp inroepen. De politieman gaat op zijn intuïtie af en heeft altijd gelijk, maar goed dus dat hij wat laat komt.

Op het eind moet er snel nog heel veel worden uitgelegd – in een speurdersroman altijd een teken van zwakte.

Het is zeker niet Vargas’ beste, maar zoals steeds vol bizarre details, zoals de geestelijke oefeningen die kunstenares Camille ontleent aan het lezen van een Catalogus van professioneel gereedschap.