Groen

Een Belg

Ik was in Laaxum. Het waaide heel hard en het regende, het water van het IJsselmeer was groen, bij overtrekkende grijze wolken zelfs gifgroen, jonge wilgen waaiden als zilverflitsen naar het zuidoosten, alle stokrozen lagen op de grond. Voor het eten gingen we een stuk lopen, Stavoren was net iets te ver, dus het werd het Rode Klif. De zon brak door, langs het basaltdijkje sproeide het water van de voormalige Zuiderzee hoog op. Op het Klif waren twee mannen bezig een bord neer te zetten met daarop de mededeling dat de Slag bij Warns op 26 september herdacht zou worden. Op de enorme zwerfkei die er ligt de tekst leaver dea as slaef. Zwaluwen kwamen niet tegen de wind in. Een gedrongen eik, minder buigzaam dan de wilgen, voorgoed met zijn top naar het zuidoosten. In de verte lag Warns, op een oeroude keileemrug.
Op de terugweg, vanaf het klif de dijk langs, zagen we een man het water in gaan. ‘Die zwemt hier elke dag, zomer en winter’, zei onze gids. ‘Hij is een jaar of 75.’ Zijn auto, een rode, stond langs de dijkweg. We keken nog wat rond in Laaxum zelf. Daarmee waren we snel klaar, als er tien huizen staan is dat al veel. Een bok aan een touw bij een boerderij, het huisje waar Rudi van Dantzig tijdens de oorlog op kracht moest komen, de vervallen visafslag, de oranje reddingsboot in het kleine haventje.
Op de weg liep een duif, een duif met ringen. De rode auto kwam langs en stopte een eindje verderop. De zwemmer stapte uit. ‘Een echte?’ vroeg hij. Hij pakte de duif vakkundig op en streelde hem met grote handen. Hij was zelf een duivenmelker, vertelde hij, en ook dat deze duif een Belg was. ‘Hoe oud ben jij?’ vroeg een van ons. ‘65’, zei de zwemmer. Hij stapte in de auto, waarin naast een jonge vrouw ook drie honden zaten, en stopte de duif in het handschoenenkastje. ‘In de winter hakt hij een wak’, zei onze gids. ‘Hij moet zwemmen.’ De radio op de reddingsboot begon te knetteren.