Kunst - Fiona Tan

Een berg van beelden

Een nieuw kunstwerk van Fiona Tan gaat over de berg Fuji, de hoogste van Japan. Aan het eind van de tentoonstelling in Museum De Pont blijft er niets van over.

Medium ascent still 04
Fiona Tan, Ascent, 2016. Filmstills

Zo halverwege de film Moonlight, als de jongen Chiron, inmiddels een tiener, na een moeizame dag het armzalige huis van zijn verslaafde moeder binnen stapt, hangt daar boven de eettafel een kunstwerk aan de muur. Hoewel maar even in beeld is de voorstelling onmiddellijk herkenbaar als de beroemde golf van Hokusai met in de verte, binnen het bereik van de klauwen van het water, onder zijn uitgeslagen nagels, klein, de hoogste berg van Japan, de berg Fuji. Het lijkt een poster in de film, maar als houtsnede was het kunstwerk van origine al een reproductie. Verspreid als prent werd het in de negentiende eeuw meteen beroemd en ook later bleef de golf fascineren, als vroeg voorbeeld van een gestileerd kunstwerk en als verbeelding van een historische tsunami. Maar het was de kunstenaar om die berg te doen geweest: De grote golf van Kanagawa is de eerste aflevering uit de serie van 36 gezichten op de berg Fuji.

Het kunstwerk hangt in Moonlight niet zonder betekenis aan de muur, geen toevalligheden op een filmset en zeker niet in het uitgeklede huis van een junk. Golf en berg getuigen, geloof ik, van het lot van Chiron: als de jongen andermaal de grillen van zijn moeder ondergaat kijken zij toe, het water dreigend als een opgeheven hand maar een die nooit neerkomt, en de berg, ondanks de dreiging, stil en onaangedaan.

De berg Fuji druipt ten minste sinds de tijd van Hokusai van de symboliek. In vele opzichten is het de perfecte berg, een donkere, conische vorm met een contrasterende, witte ijskraag. Na de kunst was het de fotografie die hem wereldwijd aanzien gaf. Hij bleek geknipt voor een bestaan als nationaal icoon en hoe vaker hij ergens opdook, hoe herkenbaarder hij werd. De Nederlandse kunstenaar Fiona Tan, geboren in Indonesië, opgegroeid in Australië en met wortels ook in China, kende de berg ongetwijfeld ook voordat ze hem met eigen ogen zag. In 2015 begon zij met het verzamelen van foto’s van de berg, onder meer in het archief van het Izu Photo Museum in Japan, en bracht deze samen in een lange film, Ascent (2016).

Ascent betekent beklimming maar ook opkomst, verloop en vooruitgang. In de nieuwbouw van Museum De Pont, waar Ascent na een presentatie in Japan en vertoning op een aantal filmfestivals (in een andere montage) nu te zien is, leidt een richel met foto’s langs de muren naar de filmzaal. Daar komen de beelden in beweging in wat Tan noemt een ‘fotofilm’: op het scherm vliegen de foto’s voorbij als in een carrousel met de berg Fuji als onbewogen middelpunt. In korte scènes zijn het steeds de kleuren in de lucht boven de berg die veranderen en is het het leven aan de voet van de berg dat per foto verschilt, de mensen, de koeien, de fabrieken, bruggen en huizen. Eigenlijk is de berg het enige wat de foto’s met elkaar gemeen hebben. En de enige foto’s waarop hij niet te zien is, spelen zich af op zijn vulkanische huid: hoe dichter een fotograaf de berg nadert, hoe verder de iconische vorm oplost. Tijdens de beklimming resteert niets dan ruwe hellingen van donkere aarde.

Er zijn twee vertellers in de film, Mary en Hiroshi, die mijlenver van elkaar verwijderd zijn. Niet alleen omdat Mary een Engelse is en Hiroshi een Japanner, maar ook omdat Hiroshi inmiddels overleden is en tot Mary spreekt vanuit een doos met zijn nalatenschap die haar is opgestuurd, vijf jaar later. Hij vertelt, in het Japans, over zijn beklimming van de berg Fuji, en zij deelt, in het Engels, de vondsten in de doos en verbindt ze aan haar herinneringen. De twee hebben elkaar gekend en ze missen elkaar, hij denkt aan haar terwijl hij zo hoog op die berg is, zij aan hem omdat hij niet meer bestaat. In de film vullen de twee elkaar moeiteloos aan.

Medium ascent still 02
Fiona Tan, Ascent, 2016. Filmstills © Courtesy the artist, Frith Street Gallery, London and Wako Works of Art, Tokyo

Maar Ascent is natuurlijk niet werkelijk een film over de berg Fuji. Tan zag in de berg vooral een berg van beelden en in de tentoonstelling is hij niet meer dan idée-fixe. Zo veel lagen staan tussen de kunstenaar en de echte berg in: de foto’s op de eerste plaats, stuk voor stuk overtuigd van hun eigen weergave maar zelf onderhevig aan de geschiedenis van de fotografie. Hoe openlijk bedrieglijk zijn die van honderd jaar geleden, van westerlingen in een kar getrokken door een Japanner met strooien hoed die stilhoudt voor de berg Fuji, maar dan in een studio. Hoe bedrieglijk ook de recente digitale beelden, haarscherp maar geen stap dichterbij. Zo veel posities zijn mogelijk, op zo veel momenten op de dag, verdeeld over vier seizoenen, door de jaren heen, dat je nauwelijks over één berg kunt spreken.

‘Nu zie ik waarom fotografie de perfecte memento mori vormt. Fotografie, net als rouw, stopt de tijd’

De berg Fuji vormt al eeuwen een uitdaging in het landschap, een fenomeen om fysiek te bedwingen en een plaatje om goed in beeld te krijgen. Een deel van die foto’s werd door de kunstenaar eerst in een bepaalde volgorde op de richel geplaatst en daarna op film in een willekeurig ritme op ons afgevuurd, onder muziek die soms de spanning opvoert en dan weer wegvalt. Mary en Hiroshi voegen de mythes en anekdotes toe die aan de berg kleven, verbinden de militaire en de geologische geschiedenis aan de beelden, de reisverhalen. Tijd en plaats worden door Tan goed door elkaar geschud en wat wij te zien krijgen is derdehands informatie, op z’n best.

Ascent is daarbij niet echt een film, in ieder geval niet een die thuishoort op een festival, maar een beeldend kunstwerk. Zo zegt Mary, terwijl we kijken naar een nachtopname met lichtjes uit de stad en de berg als donkere lijn aan de horizon, dat ze zich herinnert hoe een professor aan de universiteit eens beweerde dat film als vuur was en fotografie als ijs. In film draait het om licht, schaduw en beweging, film staat voor vluchtigheid. Fotografie daarentegen bevriest dat wat zich voor de camera beweegt, foto’s kunnen objecten bewaren in de tijd. ‘Nu zie ik waarom fotografie de perfecte memento mori vormt’, zegt Mary. ‘Fotografie, net als rouw, stopt de tijd.’ Even later herinnert ze zich ook dat de professor stelde dat film en fotografie door hun tegengestelde karakter nooit samen kunnen gaan. Het vuur van de film doet het ijs van de foto smelten, het water van de foto zal op zijn beurt de vlammen doven.

Toch heet Ascent een fotofilm te zijn. De kunst van Tan wordt vaker gekenmerkt door een samensmelting van media, door het samengaan van geschiedenis met herinnering. Dat gebeurde in haar werk voor de Biënnale van Venetië, waar ze Nederland in 2009 vertegenwoordigde, en ook in ander werk dat deel uitmaakt van de tentoonstelling in De Pont: Depot (2015) en The Changeling (2006), een project dat vertrok vanuit een fotoalbum dat ze vond op een rommelmarkt. In het album bevonden zich tweehonderd portretfoto’s van Japanse meisjes in schooluniform. Op een rechthoekig scherm, gesneden voor een portret, brengt Tan de foto’s in beweging en één voor één komen de meisjes voorbij. Op een tegenovergelegen scherm staat het beeld stil op een meisje en er klinkt een vrouwenstem die fantaseert over haar leven op de toon van een sprookje.

Small ascent still 05
Fiona Tan, Ascent, 2016. Filmstills

Daarnaast maakte Tan een serie schetsen geïnspireerd op de meisjesportretten en die hangen in het museum tegenover de richel met foto’s van de berg Fuji. De gezichten van de meisjes zijn maar half opgezet, met ogen, een neus, een mond en wenkbrauwen maar geen omtrek van hun gezicht. Die leegte in de gezichten vormt een contrast met de tot aan de randen toe gevulde foto’s van de berg tegenover hen, tot zich ook daar een leegte begint af te tekenen. De gezichten kunnen best bestaan zonder omtrek, blijven herkenbaar zonder voorhoofd en kaaklijn: de berg daarentegen is alleen maar dat, een lijn die de helling voorstelt en een witte rand als grens voor de sneeuw. Mary herinnert zich hoe Hiroshi vertelde over de betekenis van leegte in de Japanse taal, hoe dat woord geen negatieve connotatie heeft omdat het de potentie heeft om gevuld te worden. Het woord voor leegte is utsuro; utsuwa betekent al kom.

Met wat geduld is de tentoonstelling in De Pont zo een oefening in opbouwen en afbreken. Met nog een staartje buiten het museum in een bijzondere publicatie, een gezamenlijke productie van het museum in Tilburg en dat in Japan. In een cassette zitten drie cahiers: het eerste omvat essays in het Engels, het perspectief van een schrijver, een kunsthistoricus en een cultureel antropoloog, gevolgd door een transcript van Ascent, het gesprek tussen Mary en Hiroshi. Het tweede boek brengt de tekst in het Japans en het derde bevat de foto’s uit de tentoonstelling, te delen door beide taalgebieden. Hier verschijnt Fuji weer anders: niet als vele bergen naast elkaar op de richel, niet achter elkaar geprojecteerd als in de film, maar boven elkaar, in groepjes van twee, vier of zes, soms wel acht bergen samen op een pagina.

De berg Fuji is een valse premisse, een collectief gedeelde hersenschim, en aan het eind van de tentoonstelling heeft de kunstenaar de berg helemaal afgebroken juist door hem in beeld te brengen. In Ascent bereikt Hiroshi de top en zegt: ‘Je kunt een berg beklimmen, de hoogste berg. Maar op het moment dat je de top bereikt, besef je dat daar niets is.’ Ook Mary krijgt tegen het eind van haar verhaal een inzicht. ‘Film is geen vuur en fotografie is geen ijs en de twee staan zeker niet tegenover elkaar, noch zijn het vijanden. Maar als fotografie toch ijs is, dan kan film wellicht beter worden vergeleken met stoom: gevaarlijk heet, onzichtbaar, zelfs explosief.’ Met Ascent heeft Tan het voortbestaan van de berg Fuji weer een slinger gegeven.


Fiona Tan – Ascent, t/m 11 juni in Museum De Pont in Tilburg; depont.nl