Bosnië gaat stemmen

Een Berlijn zonder muur

Op 8 april gaat heel Bosnië — sinds het einde van de oorlog officieel één land — naar de stembus. Maar verzoening is een traag proces. Een bericht uit een verdeelde stad.

MOSTAR, zondagmiddag, twaalf uur. Als de kerkklokken in het westen oorverdovend beginnen te luiden, zet de muhedin in Oost-Mostar zijn gezang even luid in. De sound van de kerkvaders vermengt zich boven de afgeschoten daken tot één geheel, alsof het om een openbare opvoering gaat, gesubsidieerd door de internationale gemeenschap, want multi-etnisch, zoals de internationalen dat graag willen. Multi-etnisch, dát willen de geldschieters graag.


Vijftig jaar lang herinnerden klanken van verscheidene gebedshuizen eraan dat, hoezeer de jongelui op zaterdagavond in de disco ook met elkaar verbonden raakten, hun opa’s en oma’s zich tot verschillende goden richtten voor een gelukkig en gezond leven. Het maakte de jongelui niets uit. De gebruiken van de oudjes betekenden vooral: zowel met kerst als met Bairam een feestmaal. Toen tien jaar geleden diezelfde klanken uitgroeiden tot mega-hits in de nationale media reageerden de jongelui verbijsterd. In plaats van Madonna de muhedin? In plaats van Prince de psalmen? Dat kón niet! Maar nog voordat het ongeloof was verdwenen, bestormden ze elkaars huizen, sneden ze de oudjes de kelen door, verkrachtten ze elkaars moeders en zusters en sloegen ze elkaar de hersens in.


Na een gezamenlijke strijd tegen het Joegoslavische leger, die de bewoners van Mostar schouderophalend wegwuiven — ‘als ze schoten vanuit de bergen lieten ze eerst een sirene horen, zodat je op je dooie gemak naar huis kon wandelen; een lachertje’ — barstte in Mostar een gruwelijke oorlog uit tussen Kroaten en moslims. ‘Vanwege dat servetje waarop onze leiders het Servische en het Kroatische Rijk hadden uitgetekend, tijdens het diner waarvoor ze hun moslim-collega vergaten uit te nodigen, daarom’, leggen de moslim-obers uit, en ze wijzen grijnzend op donkere servetten in de eetgelegenheid: ‘Op deze valt niet te schrijven. Wie nu iets van plan is, moet netjes om papier vragen.’ Kroatische obers hebben een heel ander verhaal: ‘Wij hebben ons alleen maar verdedigd. Zonder de oorlog zouden we allemaal geïslamiseerd zijn.’ Vijf jaar na de oorlog kunnen de jongelui niet eenduidig vaststellen waarom ze hebben gevochten. Hoezo verzoening?



BIJ DE vredesakkoorden van Dayton is Mostar een Berlijn zonder muur geworden. De onzichtbare scheidslijn loopt dwars door schoorstenen, die — als door een wonder nog ongeschonden — zich oprichten uit de hologige gebouwen aan de voormalige frontlinie, midden in de stad. Vijf miljard dollar voor de wederopbouw van Bosnië ten spijt is in Mostar de oorlog bij lange na nog niet weggeverfd. De beroemde Oude Brug, Stari Most — die de waaghalzerige jongeren gebruikten om met een duik in de diepgroene Neretva de zomer in te luiden — is ondanks buitenlandse plannen alleen op oude ansichtkaarten te bewonderen. Op de metershoge visibility-borden prijken namen van organisaties die de reconstructie van de brug bekostigen. De moslims in Oost-Mostar kijken er niet naar om: na vijf jaar zijn ze wel gewend óm te lopen.


Bosnische Kroaten in West-Mostar, die zich liever Kroaat dan Bosniër noemen, maken zich al helemaal niet druk om de Oude Brug. De meesten hebben in geen vijf jaar een stap in Oost-Mostar gezet.


Het portret van Tudjman hangt in hun etalages; in cafés en winkels worden prijzen in Kroatische kuna’s geschreven. Wie met Bosnisch geld wil betalen wordt met de nek aangekeken. In de lobby van hotel Ero, waar zich het hoofdkantoor van de Office of the High Representative (OHR) bevindt, is maar één Bosnische krant te koop.


Reconsruction. Reconciliation. Return — de pijlers van de internationale gemeenschap. Kroaten in Mostar hebben andere wensen, lijkt het. ‘En als ze die niet hebben, wordt er wel voor gezorgd dat ze die krijgen. Zoals tijdens het communisme ieder die lid was van de Partij kon rekenen op een baan, een woning en een snelle behandeling bij de dokter, kan de kleine man in Mostar maar beter naar de pijpen van de partij dansen, als een goed en gezond leven voor zijn kinderen hem wat waard is’, legt een oude dame uit die al een half uur naar een balkonnetje staart waar was hangt te drogen. Vroeger stonden er bloembakken, die haar man elk voorjaar in de verf zette. Nu wonen er vluchtelingen. ‘Hún huis is vernietigd door een granaat, zeggen ze. Maar ik heb gehoord dat er niets met hun huis is! Ze hebben goede connecties, hun neef zat hoog in het leger. Krijg ze er maar eens uit…’ Elke dag komt de dame naar haar huis kijken. Ze heeft de papieren voor terugkeer allang ingevuld, maar na vijf jaar is ze de hoop verloren er ooit weer te zullen wonen: ‘Misschien maar goed ook. Mijn zoon kan hier niet op bezoek komen. Hij vocht aan de andere kant. De buren zien hem al aankomen.’



IN OOST-MOSTAR ligt de video War in Mostar in de winkels, gemaakt door BBC-journalisten die in 1993 met draaiende camera de hel in zijn gelopen. ‘Originele opnamen van de vernietiging van Stari Most’, prijkt op de hoes. Bloedstollende beelden doen het vertrouwen in internationale doelstellingen wankelen. De vrouw die haar man in stukjes vindt, het kind dat tijdens de vlucht wordt beschoten, de dokter die getroffen is door een sniper. Vergeving hoezo?


Alija woont tien meter van de Oude Brug vandaan. Zijn zuster is omgekomen, zijn dochter is na haar twaalfde jaar opgehouden te groeien. Toch heeft hij de hoop op een multi-etnisch Mostar niet opgegeven. Toen alle niet-Kroatische medewerkers van het lokale radiostation ontslagen werden, heeft Alija een onafhankelijke radio- en televisiezender opgericht. De verslaggeving tijdens de oorlog werd hem niet altijd in dank afgenomen. ‘Stari Most is niet uit zichzelf ingestort. Partijdige berichtgeving hebben ze me verweten. Nou, ik bén ook partijdig. Ik vecht tégen allen die een multi-etnisch Mostar in de weg staan. De brug is tot instorten gebrácht. Ik heb ook hardop gezegd door wie.’ Dat de televisiezender zich dankzij internationaal geld staande houdt, doet geen afbreuk aan Alija’s overtuiging. ‘Wat ik vind, vond ik lang voordat de donoren kwamen. Wij werkten al tijdens de oorlog met een multi-etnische redactie.’


De cameraman heeft vanaf zijn achttiende in het Bosnische leger gevochten. Hij heeft elf granaatscherven in zijn lijf. De editor is doof aan één oor door de granaat die naast hem ontplofte toen hij in de rij stond voor water. ‘Iemand moet voor mij extra levens hebben verdiend, anders kan ik het niet verklaren. Twee-en-dertig lijken en ik had niks!’ Darmen en hersenen die aan zijn kleren bleven kleven, heeft hij met pijn in zijn hart eraf gewassen: ‘Zonde van het water!’


De jongens kunnen er niet aan wennen dat de oorlog voorbij is. Ze missen de adrenaline. Ze lopen nog dagelijks hun ‘oorlogsroutes’, over steile rotsen langs de rivier, de buitenlandse waarnemers op terrasjes aan het water de stuipen op het lijf jagend. ‘Gevaarlijk? Er wordt niet eens geschoten, man. Dit loop ik blind!’ zegt de editor. ‘Adrenaline? Welnee, het is gewoon de kortste weg.’ Sinds de oorlog is hij niet in West-Mostar geweest. ‘Wie mij wil zien, moet maar hierheen komen.’ Een oud-klasgenoot wilde hem zien. De editor zei door de telefoon dat hij zich schaamde voor alles wat de moslims is aangedaan, al had hij zelf niet meegevochten. Hij moet nu nog lachen om dat gesprek: ‘Toen hij klaar was met excuses aanbieden, zei ik: “Heb jij niet geschoten op moslims? Nou, ik wel op Kroaten! En granaten gegooid en alles wat je maar kunt verzinnen. Sorry!”’



DE CAMERAMAN kwam na de oorlog een Kroatische collega tegen. Ze ontdekten dat ze letterlijk tegenover elkaar hadden gestaan. De één probeerde het gebouw te veroveren waarin de ander zich schuilhield. ‘Verdomme, zat jij daar! Met hoeveel? Drie? Wij dachten dertig.’ Ze zijn een biertje met elkaar gaan drinken. ‘Je kunt je oorlogservaringen alleen met elkáár delen. Ook al stond hij aan de andere kant, het was hetzelfde spel. Met iemand die de voetbalwedstrijd niet heeft gezien, is het slecht napraten, toch? Niet dat oorlog op voetballen lijkt. Onze oorlog kent geen winnaars.’



ZOALS OORLOG als vanzelf van slungelige pubers Rambo’s maakt, zo dwingt vrede tot verzoening. ‘De snipers die op burgers schoten, die kan ik nooit vergeven, maar die had je óók aan onze kant’, zegt de editor. ‘De rest móest, zoals ik ook moest. Waarom zou ik ze haten?’ De jongelui pleiten elkaar vrij door politici de schuld te geven die angst en haat hebben gezaaid via de media. Zij dwongen de burgers in elkaars wurgende armen te lopen. ‘Wij zijn allemaal slachtoffers van dezelfde politiek’, zegt de cameraman. Die politiek houdt niet op bij binnenlandse politici: Amerika, Duitsland, het Westen… Hebben zij schone handen? Blijkbaar kwam onze oorlog maar al te goed uit. En nog steeds. We leven in een land gecreëerd door buitenlanders, geregeerd door buitenlanders! In feite is dit bezet gebied, maar geen buitenlander die sorry zegt!’


De Bosnische president Izetbegovic heeft zijn volk opgeroepen zich te verontschuldigen voor de misdaden die door hen zijn begaan. ‘Laten wij moslims het goede voorbeeld geven, voor ons is het makkelijker dan voor de anderen.’ Wie zich verzoent kan rekenen op buitenlandse steun, zeggen boze tongen. Toch lijken zij die het meest hebben geleden als eerste bereid te vergeven, weder-op-te-bouwen en multi-etnisch te leven. Maar zij hebben dan ook geen keus. In tegenstelling tot Serviërs, Kroaten én buitenlanders hebben moslims maar één land: Bosnië.


‘De bewoners van West-Mostar moeten dit gedeelte van de stad net zo missen als ik de straten aan de overkant’, zegt Alija. ‘Maar voor hen is het moeilijker daarvoor uit te komen. Ze worden geregeerd door de Bosnische HDZ, die nog nationalistischer is dan de Kroatische moederpartij.’ Alija, die vanwege zijn multi-etnische houding meermalen met een pistool is bedreigd, kan het weten. ‘Ze hebben zo hun methoden, van een pak slaag tot ontslag of erger. Mensen aan de overkant zijn doodsbang.’


Misschien dat hij om die reden zijn vriend Davor nooit heeft gebeld. Ze hebben twintig jaar met elkaar gewerkt, gevoetbald, in het weekend forellen uit de Neretva gevist. Alija heeft pas na de dood van Tudjman de moed verzameld om Davors nummer te draaien.


Op de dag van de ontmoeting is de muur tegenover hotel Ero met rode letters besmeurd. Slogans die de OHR, als hoogste baas van de internationale gemeenschap, verantwoordelijk stellen voor het vonnis tegen de Kroatische generaal Blaskic, door het Haagse Tribunaal veroordeeld tot 45 jaar: ‘Wat hebben de Amerikanen met de indianen gedaan? Wij zijn allemaal Blaskic. Go home!’


Op de redactie van Alija is het nieuws bekend. Kroaten kondigen demonstraties in alle grote steden aan. Op de Kroatische staatstelevisie: ‘Deze straf is een belediging voor het Kroatische volk! Blaskic is onschuldig.’ Een geheim document dat plotseling werd gevonden zal alsnog de onschuld van Blaskic aantonen, volgens de nieuwslezer. ‘Ze gaan alle schuld op Tudjman schuiven, hij is toch dood’, mompelt de editor. Alija durft te wedden dat zijn ontmoeting met Davor voorlopig niet doorgaat.



OP DE BOSNISCHE televisie de verkiezingsslogan van de OVSE, die op 8 april iedereen naar de stembus moet lokken: ‘Stem voor verandering’. Spotjes van politieke partijen; de bond van oorlogsveteranen kiest voor tanks en soldaten: ‘We hebben toch niet voor niets gevochten.’ De partij voor gemeenschappelijk Bosnië laat bloemen, zon en zee zien — de positieve benadering. Maar op de radio stellen anonieme burgers voor van Bosnië een protectoraat te maken. Petrich, de huidige baas van de OHR, moet maar president van het land worden: ‘Het Westen heeft oorlogsmisdadigers de vrede laten ondertekenen in plaats van ze in de boeien te slaan. Zij die de oorlog hebben veroorzaakt zijn nog steeds aan de macht. Laat het Westen ze nu maar naar huis sturen!’


Alija wint de weddenschap, Davor zegt af. ‘Zolang niet een moslim door het tribunaal is veroordeeld, zie ik er vanaf banden met moslims aan te halen. Ik ben Kroaat en het tribunaal heeft het Kroatische volk diep beledigd’, legt Davor uit. Dan haastig: ‘Ik wilde echt, maar in deze situatie… Ik heb met de priester gepraat, maar die heeft het me afgeraden. Ik heb kinderen.’ Dan op fluistertoon: ‘Laat in godsnaam de nationalisten bij de verkiezingen verliezen. Dit is geen leven.’


Alija begrijpt de angst. Het kan zijn dat na dat telefoontje waarvoor hij jarenlang moed verzamelde, en dat mogelijk is afgeluisterd, iemand Davor heeft opgezocht en hem heeft geadviseerd de afspraak af te zeggen. ‘Met de priester gepraat, zeg je?’ Treurig legt hij de foto van zijn dochter die hij aan Davor wilde laten zien terug in de la.



DE OHR GEEFT in verband met de demonstraties alle medewerkers een paar uur vrij. ‘Dan gaan ze koffie drinken in Oost-Mostar, daar is het veilig’, zegt een medewerker. Zelf blijft hij op kantoor om de demonstranten te woord te staan. ‘Oorlogsveteranen spreken nauwelijks Engels, het is vast zó voorbij.’


De cameraman die niet in West-Mostar kan filmen, maakt zich op voor een ‘saaie reportage’ in Sarajevo: Albright komt ‘het jaar van de Return’ promoten. In Sarajevo leven Serviërs en moslims op een paar kilometer afstand van elkaar. ‘Wie elkaar wil zien, kan maar beter bellen voordat de Servische generaal Krstic door het Tribunaal is veroordeeld’, mompelt de cameraman terwijl hij de hoofdstad binnenrijdt.


Bij de OBN (Open Broadcast Network), in de volksmond ‘televisie van Westendorp’ genoemd, is de presentatrice teleurgesteld omdat er ‘geen geld’ is om haar naar Den Haag te sturen. ‘Soms denk ik dat ze me hier alleen willen omdat ik het station een multi-etnisch karakter verschaf. Dan krijgen zij geld van de EU en ben ik verder klaar’, zegt ze tegen de cameraman. Niet dat ze er last van heeft dat ze Servisch is, maar ‘last’ en een normaal leven liggen ver uit elkaar.


Haar moslim-collega die wél naar Den Haag is gestuurd, vertelt over de telefoon dat de directeur van een Nederlands televisiestation excuses heeft aangeboden voor het uitzenden van een filmpje waarin een nep-Hitler joden de stuipen op het lijf jaagt. ‘Zie je, daar is ook censuur!’ grijnst de cameraman.


‘Die man heeft sorry gezegd terwijl hij het filmpje niet eens heeft gezien!’ herhaalt de presentatrice verbaasd.


‘En vervolgens heeft hij de eikel die het wél heeft gezien ontslagen!’ zegt de cameraman.


De presentatrice schudt haar hoofd: ‘Hij zei dat álles zijn eigen schuld is, wat een beschaving.’


‘Vraag het materiaal op, als spotje voor 8 april!’ zegt de cameraman. ‘EEN GOED VOORBEELD: buitenlander zegt sorry!’


De presentatrice lacht: ‘En wie gaat die spot betalen?’


‘Nie-ma-nd!’ roepen ze in koor.