Jon McGregor thuis in Nottingham. april 2021 © Antonio Olmos / Guardian / Eyevine / ANP

Het gaat helemaal mis op Antarctica. Twee jonge wetenschappers verblijven in een onderzoeksstation samen met de ervaren Robert ‘Doc’ Wright, die zich daar al decennia volkomen op zijn plek voelt. Geen afleiding van ongewenste anderen, geen alledaagse beslommeringen, alleen de onderzoeken die dagelijks verricht worden, in het weidse ijslandschap dat Doc tot in het kleinste detail kent – al ziet hij de hevige storm niet aankomen. Tijdens een veldtocht worden de drie mannen erdoor beteugeld. Er zijn protocollen, maar die bieden geen soelaas. De twee wetenschappers verdwijnen. Doc wordt gered.

Het woord voor rood is een verhaal over communicatie, of eigenlijk over het gebrek daaraan. Dat begint al in dit eerste – en meest doorleefde – gedeelte van de roman, Hellen getiteld. Het hele stuk is een uitgebreide en bij tijd en wijle roesachtige beschrijving van die fatale expeditie. Korte, hijgerige zinnen, dichte alinea’s, volop witregels en zintuiglijke beschrijvingen – en tussendoor af en toe juist uitgebeende dialogen, die amper zijn omlijst met handelingen of reflectie.

De Britse Jon McGregor (1976) bewees in zijn eerdere werk, onder andere de veelgeprezen roman Reservoir 13 en het oer-Engelse debuut Als niemand over opmerkelijke dingen spreekt, al een secuur stilist te zijn. Hij is geen schrijver die strooit met ferme metaforen of ronkende volzinnen, maar wel slaagt hij er vaak knap in om een sobere, indringende sfeer op te roepen, met precies de juiste toon.

Dat gebeurt ook in Het woord voor rood. Deze vlot lezende roman laat zich aanvankelijk zo samenvatten: verwarring, isolement, gebrek aan grip. McGregor legt weinig uit, hij laat het de lezer ondergaan – je wordt in deze roman gedropt zoals die drie mannen in die sneeuwstorm zijn terechtgekomen, onvoorbereid en zonder context. En terwijl de windhozen hen omverwerpen en tegen het ijs smijten, worden de zinnen steeds verbrokkelder. Al gauw is er geen sprake meer van afgebakende scènes of gesprekken. Er zijn alleen nog flarden, stuiptrekkingen, vage indrukken, bewegingen die niets meer uitrichten.

Waarom zou iemand willen leven op Antarctica, wat valt dáár te winnen?

Als een regisseur schakelt McGregor te midden van dit alles tussen zijn personages. Dat zorgde ervoor dat ik me bij niemand in Het woord voor rood werkelijk betrokken voelde, maar toch nam de roman me moeiteloos mee. Want juist dat verbrokkelde, net niet doorgrondelijke past bij wat er plaatsvindt; de toon ontwikkelt zich mee met de plot van de roman. Eerst is er die almaar heftigere beklemming: de radio’s op Antarctica sputteren tegen, gesprekken haperen en zijn pas goed te volgen zodra verschillende hoofdstukken naast elkaar worden gelegd; telefoons hebben niet genoeg batterij; gps-coördinaten blijken niet te kloppen; via een satelliet wordt gecontroleerd of alles oké gaat. En als respons uitblijft, weet men buiten Antarctica genoeg, de stilte is het antwoord, in zekere zin begint het meer geijkte gedeelte van de driedelige roman dan pas.

Wat opvalt: ook als de ramp voorbij is en de toon minder kortademig wordt, blijft Het woord voor rood draaien om communicatie. Doc heeft op het ijs een beroerte gehad en collega’s willen weten wat er gebeurd is, hoe dit alles heeft kúnnen gebeuren. Hij moet zichzelf weer leren praten. Artsen proberen contact met hem te krijgen, evenals zijn vrouw Anna, die in het tweede romandeel (Vallen) wordt ingevlogen en wier perspectief plots centraal staat. Ze knijpt gealarmeerd in zijn hand, vraagt of hij haar herkent. Zie je me? Lukt het om te knikken?

En kun je op de een of andere manier overbrengen wat jij hebt gezien?

Waar de roman in eerste instantie lijkt te gaan om die noodlottige expeditie schuift de aandacht geleidelijk naar het moeizame huwelijk tussen Anna en Doc, die voor haar gewoon Robert heet. Eigenlijk heeft zij helemaal geen zin om bij hem te zijn, in dat ziekenhuis. Ze had al weinig met zijn werk en zijn uithuizige bestaan, ze zou willen dat dit alles niet gebeurd was. Waarom is hij zo graag zo lang bij zijn vrouw vandaan, waarom zou iemand willen leven op Antarctica, wat valt dáár te winnen?

Het is een keurig uitgevoerde, dappere zet van McGregor dat hij een van zijn hoofdpersonages pas na bijna honderd bladzijdes introduceert. Hij dompelt haar direct onder in een medische wereld waar ze helemaal geen onderdeel van wil zijn, vol stilte en herinneringen die nog niet in taal gevat kunnen worden.

In de handen van een doorsnee auteur zou deze constructie zichzelf in de staart bijten: Doc moet namelijk terughalen wat wij als lezer al deels hebben meegekregen. Maar McGregor schrijft veel te vakkundig om klakkeloos te herhalen en hij vlecht de verschillende lagen van zijn verhaal behendig in elkaar. Richting het slot wordt de toon af en toe ietwat zalvend, Doc richt zichzelf op en leert opnieuw communiceren, na alle tegenslag glipt er meer en meer hoop in het verhaal. Maar zoet wordt het nergens. Daarvoor is Het woord voor rood gewoonweg veel te goed geschreven. En blijft de overrompelende kracht van dat begin te zeer hangen: binnen een paar tellen kan alles weg zijn, de mensen om je heen, de taal, de wereld.