Wisselcolumn

Een beschaving in crisis

De Arabische en moslimwerelden moeten in deze dagen als beschaving een uitdaging het hoofd bieden zoals ze die sinds de val van het Ottomaanse Rijk niet hebben gekend. De terroristische aanslagen op New York en Washington hebben duizenden onschuldige levens gekost. Miljoenen andere levens zullen worden verwoest of verloren gaan als moslims en Arabieren reageren op 11 september door alleen maar meer te gaan zwelgen in hun gevoel van slachtoffer-zijn.

«Anti-Amerikanisme» in de handen van een Osama bin Laden is slechts de meest recente en meest kwaadaardige vorm van een idee dat oorspronkelijk werd gekoesterd door seculiere, zogenaamd progressieve, nationalistische Arabische intellectuelen onder een verscheidenheid aan etiketten: anti-imperialisme, anti-zionisme, Arabisch socialisme, pan-Arabisme. Als uitgangspunt hadden die authentieke klachten, sommige meer legitiem dan andere. Wat de legitieme grieven betreft, moet prioriteit worden gegeven aan het onrecht veroorzaakt door de verdrijving van miljoenen Palestijnen die gepaard ging met de geboorte van Israël in 1948.

In de handen van Arabische nationalisten en linkse «anti-imperialisten» van mijn generatie (waar ik ooit deel van uitmaakte) kon dit gevoel van verbittering en misnoegen echter niet worden gekanaliseerd in het opbouwen van burgermaatschappijen gebaseerd op zwaar bevochten uitbreidingen van burgerlijke vrijheden die werden ontrukt aan tirannieke regimes (zoals ze in de jaren 1980 verschenen in Latijns- Amerika). Dat we er niet in slaagden zulke doelen zelfs maar na te streven, deed een vacuüm ontstaan dat al gauw werd opgevuld door een samenzwerings-visie van de geschiedenis, opnieuw leven ingeblazen door die tirannieën, die alle ellende in de wereld toeschreven aan ofwel de grote Satan, Amerika, ofwel de kleine Satan, Israël.

De gevaarlijke, niet officiële bijwerking van deze visie was het idee dat «wij Arabieren» geen, of bijna geen macht hadden om verandering te brengen in al het onrecht in de wereld. Arabieren in het bijzonder, en moslims meer in het algemeen, begonnen zichzelf te zien als de «eeuwige» slachtoffers van de twintigste eeuw, veroordeeld tot een Sisyfus-strijd tegen satanische onrechtvaardigheid. Verloren ging een besef van onszelf als authentieke politieke spelers die zich richtten op concrete en geleidelijke politieke overwinningen.

Het is belangrijk om op te merken dat Arabieren niet de enige mensen zijn die zichzelf onderdompelen in slachtofferschap; het moderne Israëlische idee van identiteit werd per slot van rekening net zo zeker gebouwd op de fundamenten van de holocaust als de Palestijnse nationale identiteit werd gesmeed door Israëls behandeling van Palestijnen. Zulke overeenkomsten (er zijn er vele) schiepen een krachtig complex van slachtofferschap, in meer of mindere mate van toepassing op alle volken van het Midden-Oosten (Palestijnen, Israëli’s, Koerden, Armeniërs, Turkomanen, sji’ieten en soennieten).

In de Arabische wereld, met name na Israëls overwinning in de Zesdaagse Oorlog van 1967, transformeerde dit complex tot de drijvende kracht van politiek en cultuur; het werd het fundament waarop zulke moorddadige regimes als Saddam Hoesseins Irak en Hafez Assads Syrië werden gebouwd. Vanuit de handen van seculiere Arabische nationalisten werd het moordzuchtige anti-Amerikaanse brouwsel doorgegeven aan (voorheen marginale) religieuze fanatici. In 1979 versmolt het met anti-sjah-sentimenten en werd een van de bezielende krachten achter de Iraanse revolutie. In de nasleep van die gebeurtenis, die vruchtbaar bleek te zijn, overspoelde het belangrijke delen van de islamitische beweging van Algerije tot Pakistan.

De Arabische en moslimwerelden omvatten tegenwoordig een hopeloos samenraapsel van instortende economieën en massa werkloosheid geregeerd door steeds repressiever wordende regimes. Maar in veel opzichten is de grootste tekortkoming in de islamitische wereld intellectueel, met name een fout van de intelligentsia — schrijvers, professoren, kunstenaars, journalisten et cetera — die, met een paar uitzonderingen, niet in staat zijn de wildste en meest paranoïde fantasieën van de regio het hoofd te bieden. Indien dan al iets, dan ondersteunen zij ze door te weigeren zich te ontworstelen aan nationalistische paradigma’s (bijvoorbeeld door niet de hand van solidariteit uit te steken naar tegenhangers in Israël).

In plaats daarvan handelen ze als «rejectionistische» critici (die onderhandelingen met Israël verwerpen), en hekelen hun regeerders omdat die onvoldoende anti-zionistisch of anti-imperialistisch zijn. Wat verloren gaat in dit alles is het harde werk teneinde een moderne, op rechtvaardigheid gebaseerde politieke orde te creëren, die de basis zou kunnen vormen voor algemene voorspoed. Als dat alternatieve doel ontbreekt, dan is het, in het heetst van eindeloze retoriek vol zelfmedelijden en slachtofferigheid, toch niet vreemd dat wanhopige middleclass-individuen in de richting worden getrokken van radicale en terroristische activiteiten die zijn gericht op het vernietigen van de gedemoniseerde ander? Hun weerzinwekkende/suïcidale acties roepen steeds snellere en gewelddadiger reacties op, die op hun beurt dat alomtegenwoordige gevoel van slachtofferschap weer versterken, en weer andere denkbeeldige martelaren opleveren. Ziehier de afgrond waar de Arabische en moslimgemeenschappen van de wereld op dit moment voor staan.

Om zich terug te trekken van die gapende kloof moeten moslims en Arabieren, en niet Amerikanen, aan de frontlinies staan van een nieuw soort oorlog, een oorlog die het voeren waard is voor onze eigen verlossing en onze eigen zielen. Dat, zo zullen ouderwetse moslimgeleerden je vertellen, is de werkelijke betekenis van «jihad», een betekenis die is gekaapt door terroristen en zelfmoordcommando’s en degenen die hen toejuichen of rechtvaardigen. Uitdrijven wat zij in onze naam hebben gedaan, is de uitdaging die de beschaving van Arabieren en moslims, binnen en buiten de Arabische en moslimwerelden (Osama bin Laden heeft de betekenis van zulke onderscheiden uitgewist) aan het begin van de 21ste eeuw het hoofd moet bieden.

© Project Syndicate

Vertaling: Rob van Erkelens