Tien jaar Al Gore en zijn Inconvenient Truth

Een beter milieu begon toch bij jezelf?

Een decennium nadat Al Gore zijn ongemakkelijke waarheid verkondigde, is hij nog altijd een prominent gezicht van de klimaatbeweging. Zijn alarmisme heeft plaatsgemaakt voor optimisme.

Medium hh 8546689

Waarom luistert niemand naar hem? Heus, het gevaar waar hij voor waarschuwt is echt, het bestaat! Het vormt een bedreiging voor de mensheid en als ze hem niet serieus nemen gaan we er straks allemaal aan. In 2006 wordt Al Gore genadeloos op de hak genomen door de populaire Amerikaanse tekenfilmserie South Park. De voormalige vice-president wordt afgeschilderd als een aandacht trekkende paniekzaaier. Niemand wil hem geloven, alleen hij ziet de naderende rampspoed.

Het apocalyptische onheil waar cartoonversie Gore voor waarschuwt? Een fabelachtig schepsel met de hoeven en staart van een varken, de vacht van een beer en het postuur van een mens: manbearpig. Het beeld dat na twintig minuten tekenfilm beklijft: Al Gore is een eenzame loser, gefrustreerd door de verloren presidentsrace en wanhopig op zoek naar erkenning. De enige reden dat de inwoners van South Park zijn aanwezigheid beleefd tolereren is dat ze medelijden hebben met deze arme sul die tegen spoken vecht. De allegorie is weinig subtiel: vervang manbearpig door klimaatverandering en de aflevering lijkt een komische uitvergroting van een sentiment dat tien jaar geleden een bredere weerklank vond: Gore’s luidruchtige strijd tegen de opwarming van de aarde is vooral een egotrip van een geflopt politicus. Typisch gevalletje van een Messiascomplex.

Dat de ex-politicus in 2006, zes jaar na zijn mislukte gooi naar het presidentschap, opnieuw vol in de spotlights staat, heeft alles te maken met de documentaire An Inconvenient Truth: een Hollywood-bewerking van het gelijknamige boek en de powerpointpresentaties die hij in de hele wereld heeft gegeven. Een verzameling alarmerende grafieken, foto’s en satellietbeelden moet de toeschouwer doordringen van de ernst van klimaatverandering. In anderhalf uur tijd geeft Al Gore een crash course klimaatwetenschap, maar dan zonder de terughoudendheid van een wetenschapper: zijn boodschap is onomwonden geëngageerd, hij schuwt de overdrijving en het drama niet.

Kijk eens, dirigeert Gore de blik van de toeschouwers naar een satellietfoto van Manhattan, als al het ijs op Groenland smelt – en als er niets verandert zal dat geheid gebeuren – komt straks de gedenkplaats voor 9/11 onder water te staan. Terrorisme is niet de grootste dreiging waarmee we geconfronteerd worden, wil Gore maar zeggen.

Wie de documentaire tien jaar na dato terugkijkt, ziet waarom Gore een gemakkelijke prooi was voor de satire van South Park: de voorgeprogrammeerde grapjes, de zijige autobiografische anekdotes, de kinderlijke animatie van een ijsbeer lost at sea. En gedurende de hele film, die niets minder dan het lot van de mensheid als onderwerp heeft, is slechts één man aan het woord. Toch geldt An Inconvenient Truth nog altijd als een mijlpaal in de communicatie over klimaatverandering. Totdat Al Gore de plaatjes van smeltende ijskappen en stijgende zeespiegels naar het witte doek bracht, was klimaatverandering vooral een abstracte zorg die beperkt bleef tot het academische lezerspubliek van bladen als Science en Nature. Met An Inconvenient Truth werd de opwarming van de aarde prompt een gespreksonderwerp in klaslokalen, aan eettafels en in prime time talkshows.

De film leverde Gore zowel een Oscar (voor beste documentaire) als de Nobelprijs voor de vrede op (in 2007, samen met het klimaatpanel ipcc van de Verenigde Naties) en lanceerde hem in één klap als de meest zichtbare woordvoerder voor de groene zaak. Zijn boodschap resoneerde tot ver buiten de Verenigde Staten. Toenmalig premier Balkenende toonde zich diep onder de indruk na het zien van Gore’s ‘inspirerende’ en ‘buitengewoon belangrijke’ film. Kort na het bijwonen van de Nederlandse première schreef hij samen met de Britse premier Tony Blair een brief aan hun Europese collega’s, waarin ze aandrongen op een ambitieuzer klimaatbeleid binnen de EU.

Tien jaar later is Al Gore nog altijd een prominent gezicht van de klimaatbeweging. Toen afgelopen december in Parijs het nieuwste klimaatakkoord werd afgehamerd, stond hij op de voorste rij uitbundig te applaudisseren. Een week eerder had ik hem horen spreken op het stadhuis van de Franse hoofdstad. Nog altijd even gepassioneerd vertelde hij over de gigantische uitdaging waarmee de mensheid geconfronteerd wordt. Maar zijn boodschap was anders dan een decennium terug. Een stuk optimistischer. ‘We’re gonna win this thing’, hield hij ons voor. Het probleem was weliswaar niet verholpen, maar er waren genoeg hoopvolle tekenen te ontwaren. ‘Het heeft even geduurd, maar nu barst de verandering los.’

De verschuiving in de toon van Gore’s relaas is illustratief voor de ontwikkeling die het klimaatdebat de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Nu klimaatontkenners steeds minder voet aan de grond krijgen, is het alarmisme ingeruild voor een positievere boodschap. De economie is gebaat bij een duurzame omwenteling, en razendsnelle technologische ontwikkelingen wijzen de weg naar een groene wereld. Het grote publiek is wakker geschud, tijd voor actie. De oud-vice-president is het zinnebeeld van een stroming binnen de klimaatbeweging die een ‘duurzaam kapitalisme’ propageert. Het maakt hem tegelijkertijd tot kop van jut voor zowel conservatieve klimaatontkenners als meer radicale ecologisten. Wie Al Gore de afgelopen tien jaar heeft gevolgd, heeft een aardig beeld van de twisten en tendensen in de publieke discussie over het klimaat.

De backlash die An Inconvenient Truth onmiddellijk teweegbracht loog er niet om: de film van Gore was je reinste propaganda, de wetenschap deugde niet en het was de Democraat niet te doen om het redden van de mensheid, maar om een socialistische agenda door te drukken. De venijnige kritiek kwam, weinig verrassend, vooral uit de conservatieve hoek van de VS. Zenders als Fox News gaven klimaatsceptici een platform om de film met de grond gelijk te maken. De opwarming van de aarde was een grote hoax en als de temperatuur al steeg, dan was dat niet toe te schrijven aan de mens. Bovendien is een veranderend klimaat van alle tijden. Geen reden tot paniek, negeren die Gore.

De kritiek kwam niet alleen van de extreme vleugel van de Republikeinse Partij. Door zijn suggestieve retoriek vielen ook behoudende wetenschappers over Gore heen. Al zegt hij het niet met zoveel worden, door orkaan Sandy erbij te slepen verbindt Gore deze natuurramp impliciet met klimaatverandering – wetenschappelijk gezien waagt hij zich daarmee op glad ijs. En als we Gore moeten geloven dreigt heel Nederland, met uitzondering van de Veluwe, straks onder water te lopen. Een theatraal scenario.

‘Hoewel de film meeslepend is, zijn de waarnemingen lukraak bijeengeraapt’, schreef wetenschapsjournalist Karel Knip in een strenge recensie in NRC Handelsblad. ‘Als de bioscoopbezoeker een uur nadat hij de bioscoop verlaten heeft weer langzaam bij zijn positieven komt bedenkt hij: het is vooral Gore zelf die professionele hulp nodig heeft.’

Op sommige Britse scholen werd de film zelfs in de ban gedaan nadat een rechter negen fouten in Gore’s betoog had ontdekt. Zo suggereerde Gore dat het verdwijnen van de sneeuw op de Kilimanjaro te wijten was aan klimaatverandering, terwijl daarover geen wetenschappelijke overeenstemming bestond. En de stijging van de zeespiegel door het smelten van het ijs op Groenland, volgens Gore een gevaar in de ‘nabije toekomst’, zou zo’n vaart niet lopen. Iedere onjuistheid of overdrijving werd door critici gretig aangegrepen om de kernboodschap van de film te ondermijnen.

Op sommige Britse scholen werd de film in de ban gedaan nadat een rechter negen fouten in Gore’s betoog had ontdekt

Door An Inconvenient Truth kwamen technische vraagstukken over de chemische samenstelling van de atmosfeer en de fragiliteit van ecosystemen plots in de publieke belangstelling te staan. Media worstelden met de verslaggeving van klimaatwetenschap. Verdienen wetenschappers die uit de pas lopen een podium? Plaats je een open brief van experts die stellen dat er ‘geen substantieel bewijs’ is voor de menselijke invloed op de opwarming van de aarde? Moet een talkshow tegenover een ‘alarmistische’ klimaatwetenschapper een ‘kritische’ scepticus plaatsen?

Nu is wetenschap per definitie onaf: ook klimaatwetenschappers hebben de absolute waarheid niet in pacht. In hun boek Merchants of Doubt laten Naomi Oreskes en Erik Conway zien hoe de fossiele industrie hier handig gebruik van maakte. Big Oil betaalde wetenschappers om twijfel te zaaien, een beproefde strategie, afgekeken van tabaksbedrijven. En met succes: zolang onderzoeken die de dominante inzichten ondermijnden voldoende aandacht kregen in de pers leek het bijna alsof de consensus waar Gore over sprak niet bestond.

De vraag die bleef hangen was op zich terecht – Salon.com formuleerde hem als volgt: ‘Did Al get the science right?’ Het korte antwoord: in grote lijnen wel. Natuurlijk was Gore’s verhaal politiek geladen en niet gespeend van dramatiek, maar de wetenschappelijke basis, zo concludeerden de meeste klimaatwetenschappers, deugde wel degelijk. In het artikel op Salon uitte Gavin Schmidt, klimaatwetenschapper bij Nasa, zijn bewondering voor de levendige manier waarop Gore dit soort taaie materie overbracht: ‘Zo’n presentatie met relatief veel en moeilijke wetenschap had ook dodelijk saai kunnen zijn.’ En ook het Britse gerechtshof concludeerde dat ondanks de gebreken Gore’s centrale stelling fier overeind bleef: de aarde warmt op als gevolg van menselijk handelen.

Medium hh 54436912

An Inconvenient Truth betekende niet het politieke tipping point waarop Gore had gehoopt: de film zwengelde de klimaatdiscussie weliswaar aan, maar dat leidde eerder tot verscherpte tegenstellingen dan tot een groeiende consensus. Hoewel de Democratische ex-politicus juist wilde uitdragen dat klimaatverandering een thema is waarbij de politieke links-rechts-scheidslijn overstegen moet worden (‘dit is geen politieke, maar een morele kwestie’), bleek uit opiniepeilingen dat de polarisatie over het onderwerp in zijn thuisland juist toenam in de jaren na het verschijnen van An Inconvenient Truth. Dat Gore zo’n nadrukkelijke hoofdrol speelde, deed misschien meer kwaad dan goed: verstokte Republikeinen bleken niet erg ontvankelijk voor de boodschap van iemand wiens politieke standpunten ze verafschuwden.

Eind 2009 hadden klimaatontkenners een field day toen duizenden e-mails van klimaatwetenschappers uitlekten, nadat het computersysteem van een Britse universiteit was gehackt. Een selectieve lezing van de correspondentie wekte de suggestie dat dwarse wetenschappers bewust werden buitengesloten en onwelgevallige feiten genegeerd werden. ‘Sceptici’ zagen dit als het bewijs van een duister complot.

Het schandaal, al snel ‘Climategate’ gedoopt, kon niet op een ongelukkiger moment komen: een paar weken na het datalek stond de klimaattop van Kopenhagen op de agenda. Daar moest de wereld samenkomen om een akkoord te sluiten dat de opwarming van de aarde een halt moest toeroepen. En nu kwam de wetenschap, die de rots in de branding zou moeten zijn, ineens in een slecht daglicht te staan. Toen na verscheidene onderzoeken uiteindelijk bleek dat er geen enkele aanwijzing was voor wetenschappelijke fraude was het kwaad al geschied: de top in Denemarken liep uit op een catastrofe.

Het historische klimaatakkoord waar in Kopenhagen op werd gerekend kwam er pas zes jaar later, in Parijs. Het verdrag dat 196 landen daar afgelopen december overeenkwamen was volgens Gore ‘een sterk teken dat we de klimaatcrisis zullen oplossen’. Geen enkele leider twijfelde aan de urgentie van de crisis. Niemand betwistte dat er actie ondernomen moet worden. Het zal Gore ongetwijfeld goed hebben gedaan dat de kern van zijn boodschap, waar hij tien jaar eerder nog om werd geridiculiseerd, inmiddels gemeengoed is geworden. Nu fanatieke klimaatontkenners naar de marges zijn verdrongen, kan de aandacht worden verlegd naar de oplossingen.

‘Ben je klaar om de manier waarop je leeft te veranderen?’ Na negentig minuten documentaire wordt het scherm gevuld met deze vraag. Al Gore is uitgesproken, maar voordat de aftiteling begint, krijgt de kijker van An Inconvenient Truth instructies hoe hij kan bijdragen aan een groenere wereld. Koop energiezuinige apparaten, draai spaarlampen in, zet de verwarming lager en recycle je afval. Als ieder van ons deze simpele geboden opvolgt, kunnen de klimatologische doemscenario’s voorkomen worden.

Gore appelleert aan het plichtsbesef van de ‘bewuste consument’. ‘Ieder van ons is medeplichtig aan de opwarming van de aarde en iedereen heeft de macht om daar wat aan te doen’, zegt hij tegen het einde van de film. Het roept onmiddellijk de Postbus 51-campagne in herinnering die begin jaren negentig werd gelanceerd: ‘Een beter milieu begint bij jezelf.’ Nederlanders werden in televisiespotjes aangespoord water besparende douchekoppen aan te schaffen, afval te scheiden en de lichten niet onnodig te laten branden. Eenvoudige handelingen, die als optelsom een wezenlijk verschil zouden maken.

Het klinkt prachtig. Wie kan hier ook tegen zijn? Politici omarmden deze strategie met graagte: als we allemaal ons steentje bijdragen, zijn er geen ingrijpende top-down-maatregelen nodig. Gore trachtte het klimaatdebat te depolitiseren: of je links of rechts bent, is irrelevant bij de aanschaf van een elektrische auto. Nog los van het feit dat Gore’s pleidooi in de praktijk averechts uitpakte, is het de vraag of we de politiek zo gemakkelijk buiten beschouwing kunnen laten. Door de pijlen op consumenten te richten, blijven producenten buiten schot. Zo kon Shell-topman Ben van Beurden de fossiele strategie van zijn bedrijf onlangs bij Nieuwsuur verdedigen door met de vinger naar de klant te wijzen: ‘Ik pomp alles op wat ik op kan pompen om de vraag te vervullen.’

Met zijn apolitieke redmiddelen streek Gore een aanzienlijk deel van de klimaatbeweging tegen de haren in. De oud-presidentskandidaat had klimaatverandering op de politieke agenda weten te krijgen, dat was bewonderenswaardig, maar zijn oplossingen deugden volgens veel groene activisten van geen kant. De ecologische crisis kan niet worden opgelost zolang de ideologie die ons in de problemen heeft gebracht genegeerd wordt, redeneren zij. Individuele burgers bepalen niet aan welke milieu-eisen auto’s moeten voldoen, hoeveel (indirecte) subsidies fossiele dan wel duurzame brandstoffen krijgen en of er wordt geïnvesteerd in openbaar vervoer: dat zijn politieke keuzes. Burgers hebben een verantwoordelijkheid, niet om hun huis te isoleren, maar om druk uit te oefenen op hun leiders.

Je hoort Al Gore niet oproepen tot een ‘democratische revolutie’. Oplossingen zoekt hij liever buiten het politieke mijnenveld

Ook Gore’s Republikeinse opponenten roken bloed. De hogepriester van de groene zaak is zelf zo heilig niet, beweerden zij. Want hoeveel CO2 stootte Gore wel niet uit met al die vliegreisjes om overal ter wereld zijn preek te verkondigen? Dat de film CO2-neutraal was geproduceerd, doordat Gore de uitstoot compenseerde met carbon offsets, deerde niet. Dat zijn een soort groene aflaten, schamperden conservatieve commentatoren.

Zelfs de energierekening van de oud-vice-president werd ingezet. Gore bleek twintig keer zo veel elektriciteit te verbruiken als de gemiddelde Amerikaan, mede dankzij zijn verwarmde buitenzwembad. ‘Bij ieder ander had een energierekening van dertigduizend dollar me koud gelaten’, zei Drew Johnson, de directeur van de denktank die de factuur naar buiten bracht. ‘Maar hij vertelt andere mensen hoe ze moeten leven, terwijl hij zich niet eens aan zijn eigen regels houdt.’ Goedkope aanvallen, allicht, maar doordat Gore zo hamert op individuele verantwoordelijkheid konden zijn critici eenvoudig op de man spelen.

In februari 2016 houdt Al Gore een ted-talk in Vancouver. Het thema is ‘dromen’, maar tot zijn verbazing is Gore ingedeeld bij de afdeling ‘nachtmerries’. Terwijl het helemaal geen somber praatje wordt, belooft hij: ‘Ik heb wel wat slecht nieuws, maar ik heb nog veel meer goed nieuws.’ Het is een transformatie sinds zijn documentaire van tien jaar terug: toen besteedde hij het leeuwendeel van zijn tijd aan de angstaanjagende conclusies van klimaatwetenschappers. Nu pakt Gore het anders aan. Hij begint met het bekende recept, met alarmerende grafieken en videofragmenten die de schokkende gevolgen van een opwarmende aarde tonen (‘het journaal begint steeds meer te lijken op een natuurwandeling door de Openbaring van Johannes’).

Maar dan, ongeveer halverwege zijn toespraak, verandert hij compleet van toon. Dat het anders moet heeft hij zojuist aangetoond, maar kán het ook anders? ‘Dit is het opwindende nieuws’, beantwoordt Gore zijn retorische vraag enthousiast. De kosten voor duurzame technologie zijn ongelooflijk hard gedaald. De hoeveelheid stroom opgewekt door zonnepanelen en windmolens doet zelfs de meest optimistische voorspellingen verbleken. En de investeringen in hernieuwbare energie zijn explosief gegroeid. Hoe meer statistieken hij laat zien, hoe euforischer hij wordt. Hij eindigt zijn praatje met een opzwepend optimisme: ‘We gaan dit winnen. We zullen zegevieren!’

Gore heeft ongetwijfeld goed geluisterd naar de inzichten van psychologen die zich bezighouden met klimaatverandering. Het menselijk brein heeft grote moeite om grip te krijgen op zoiets abstracts als de opwarming van de aarde. De Volkskrant sprak begin april met de Noorse psycholoog en econoom Per Espen Stoknes, auteur van het boek What We Think About, When We Try Not to Think About Climate Change. ‘Als je een probleem zou willen bedenken dat vrijwel ongemerkt, als een geest, voorbij zou glijden zonder dat we in actie komen, zou je uitkomen bij iets als klimaatverandering’, zei hij in dat interview. De manier waarop we over klimaatverandering communiceren is van cruciaal belang, concluderen Stoknes en veel van zijn collega’s. En daar gaat het nogal eens mis: te vaak ligt de nadruk op de zwaarmoedig stemmende klimaatwetenschap. Maar wanneer we te veel apocalyptische scenario’s horen, haken we af. Een belerende of alarmistische toon verlamt mensen. We hebben behoefte aan een hoopvol verhaal. De nieuwe toespraak van Al Gore voorziet in deze behoefte.

Daarmee is overigens niet gezegd dat Gore’s optimisme gespeeld is. Hij ziet de kiemen van een nieuwe vorm van kapitalisme die een snelle overgang naar een duurzame toekomst mogelijk maakt. Het is een lijn die wordt omarmd door prominente ondernemers als Bill Gates, Virgin-oprichter Richard Branson en Unilever-topman Paul Polman. Anders dan de radicale tak van de klimaatbeweging geloven zij niet dat ons hele economische systeem op de schop moet. Kapitaalkrachtige investeerders zijn geen vijanden, maar potentiële bondgenoten. Wat de wereld nodig heeft zijn zakenmannen met bravoure, types als Tesla-baas Elon Musk.

Samen met ex-Goldman Sachs-bankier David Blood heeft Gore een investeringsfonds opgezet dat ‘long term greed’ toejuicht. Met hun firma The Generation bewijzen ze dat er prima geld verdiend kan worden zonder ecologische schade te veroorzaken. Het probleem is niet dat bedrijven op winst gericht zijn, maar dat ze niet voorbij de eerstvolgende kwartaalcijfers durven te kijken. The Generation heeft een andere blik dan de doorsnee belegger: ook zaken als CO2-uitstoot en groene ambities worden meegewogen. En als The Generation eenmaal met een bedrijf in zee gaat, is het een actieve aandeelhouder die aandringt op een duurzame koers.

Het optimisme van Gore is gestoeld op een basisvertrouwen in de markt en de kracht van technologie. Vandaar dat hij zo opgewonden raakt door de rappe kostendaling van hernieuwbare energie. Het is een kwestie van tijd voordat de marktlogica een massale overstap naar groene stroom gebiedt. En disruptieve innovatie zal oplossingen bieden die we ons nu nog niet kunnen voorstellen. Als lid van de raad van bestuur bij Apple en adviseur bij Google kent Gore Silicon Valley van binnenuit. In tech-ondernemers bewondert hij de dadendrang en durf om groots te dromen. Tijdens zijn ted-talk strooit hij met inspirerende citaten die illustreren dat de mens in staat is zichzelf te verbazen. ‘Things take longer to happen than you think they will, and then they happen much faster than you thought they would’ (econoom Rüdiger Dornbusch).

Waar Gore en de zijnen vertrouwen houden in het adaptieve vermogen van het kapitalisme is er binnen de klimaatbeweging een groeiende groep activisten die een onversneden systeemkritiek uit. De wortel van het probleem is volgens hen het sprookje van eeuwige groei dat we onszelf al ruim vierhonderd jaar lang voorhouden. De ecologische crisis gaan we niet oplossen zolang we vasthouden aan een economisch systeem dat natuurlijke rijkdommen behandelt als wegwerpartikelen. Met massale straatprotesten en menselijke blokkades proberen actievoerders hun leiders tot inkeer te brengen. Fossiele brandstoffen moeten in de bodem blijven, oliebedrijven zijn vijanden van de planeet en het geglobaliseerde kapitalisme moet aan banden worden gelegd.

Sinds het verschijnen van haar boek This Changes Everything geldt de Canadese schrijver Naomi Klein als kopstuk van deze meer radicale stroming. Tijdens de klimaattop in Parijs schoof Gore aan bij allerhande evenementen van het bedrijfsleven, terwijl Klein vanaf de barricades opriep tot luid protest. Voor haar was de klimaattop bij voorbaat al een farce. Het uiteindelijke akkoord, dat naar diplomatieke standaarden toch boven verwachting was, is in haar ogen ‘jammerlijk ontoereikend’.

Ook Klein verkondigt een hoopvol verhaal. Of althans, ze doet haar uiterste best: het verzet tegen de ecologische vernietigingsdrang van het kapitalisme is een strijd voor een betere wereld. Racisme, bezuinigingen, hebzucht van het bedrijfsleven, verlies van biodiversiteit: het zijn voor Klein en haar gevolg geen geïsoleerde problemen. De ontwrichting van het klimaat dwingt ons om de inrichting van onze economie en samenleving grondig te herzien. Een zware opgave, maar ook een unieke kans om een schonere, rechtvaardigere en meer democratische maatschappij vorm te geven.

Wie louter luistert naar de oplossingen die Gore aandraagt, zou hem ongetwijfeld indelen bij het kamp van techno-optimisten. Maar dat zou wat te kort door de bocht zijn. Een terugkerend element in zijn boeken en toespraken is een diepgewortelde zorg over de staat van de democratie in Amerika. Hij hekelt de greep van geld op de politieke besluitvorming en de groeiende invloed van lobbyisten. Deze passage uit zijn boek The Future (2013) kan zo overgenomen worden door de campagne van Bernie Sanders: ‘Door te tolereren dat rijkdom wordt gebruikt om het democratische proces te vervormen, te devalueren en te corrumperen, ontnemen we onszelf de mogelijkheid “de laatste kans” aan te grijpen om een duurzame weg te vinden door de meest ontwrichtende veranderingen waar de mensheid ooit mee te maken heeft gehad.’

In An Inconvenient Truth beschrijft Gore zijn eigen verbazing en frustratie, toen hij als jong Congreslid de schrikbarende wetenschap aan zijn collega’s presenteerde: ‘Ik had een groot vertrouwen in ons democratische systeem. Ik geloofde werkelijk dat dit verhaal overtuigend genoeg zou zijn om een kentering teweeg te brengen in de houding van het Congres. Ik had verwacht dat zij ook zouden schrikken. Maar dat gebeurde niet.’

Veel verder dan de diagnose van politieke onwil en onvermogen komt Gore echter niet. Je hoort hem niet oproepen tot een ‘democratische revolutie’, zoals Sanders en Klein. Oplossingen zoekt hij liever elders, buiten het politieke mijnenveld. Dat is ook direct zijn zwakke plek. Zijn morele appèl op de individuele burger klonk tien jaar geleden al krachteloos. De nieuwe boodschap van optimisme werkt aanstekelijk, en zijn onvermoeibare inzet voor een duurzame transitie is bewonderenswaardig. Maar voor iemand die zegt een ongemakkelijke waarheid te verkondigen, is het een verdacht comfortabele boodschap.


Beeld: (1) Al Gore met zijn klimaatfilm An Inconvenient Truth, 2006 (Everett / Collection / HH); (2) Al Gore tijdens een klimaattraining in Manilla, de Filippijnen, 14 maart 2016 ( Bullit Marquez / AP / HH)