Een bewijs van goed gedrag

Het bericht dat het einde van de wereld op volgende week maandag - ‘s middags om kwart over drie zal vallen, kwam toch nog onverwacht. Alleen onze buurman sprong op en riep glunderend: 'Nu weten jullie tenminste wat het is ongeneeslijk ziek te zijn.’ Niemand jogt meer in het park. De radio meldt dat de hele gezondheidszorg op zijn gat ligt. Er is geen druppel drank en geen pakje sigaretten meer verkrijgbaar. De kerken stromen vol, hoewel de herders merendeels hun bezigheden buitenshuis hebben.

Trouwens, op elke straathoek is seks aan de orde van de dag, waarbij het opvallend is dat het nu de meisjes zijn die het initiatief nemen. De idealisten onder ons proberen nog een daad te stellen, maar helaas, veelal ontbreekt de fantasie. Wel worden de meeste klokken kapotgeslagen, in een machteloze poging de tijd te rekken. Voor eens en altijd is bewezen dat veranderingen geen kwestie van ontwikkelingen maar slechts van seconden zijn. Niets is bij het oude gebleven. Des te meer waardeer ik de houding van mijn ouders, al besef ik best dat ik geen gemakkelijke puber ben. Ik mag nog altijd niet nagelbijten of naar mijn favoriete muziek luisteren. ‘Waarom moeten wij ons eigenlijk nog steeds gedragen?’ vroeg ik mijn vader gisteren op onze dagelijkse wandeling. 'Omdat het van het grootste belang is dat je tot je laatste snik een kerel blijft’, antwoordde hij en plukte een handvol veldbloemen.
Thuis wachtte ons warme chocola en moeders eigengebakken botersprits. Alleen, toen zij de bloemen schikte, werd er wat gemopperd: 'Had ze maar laten staan, dat had iedereen er tot maandag plezier van gehad.’