Een bittere pil

Een huisarts met een te volle morfinespuit krijgt het OM over de vloer. Een dolgedraaide neuroloog verschijnt uiteindelijk voor de rechter. Maar zelden of nooit worden bestuurders in het ondoorgrondelijke zorgstelsel juridisch ter verantwoording geroepen als zij de boekhouding van de miljoenen aan premiegeld niet op orde hebben of afspraken schenden.

Medium commentaar 45 2013 bittere pil

Toch begint er iets te kenteren. Twintig Amsterdamse apothekers proberen deze week via een kortgeding zorgverzekeraar Achmea aan te pakken. Zij zijn het beu dat Achmea contractafspraken over de hoogte van de tarieven niet nakomt. De apothekers krijgen vergoedingen die Achmea zelf ‘heel redelijk’ vindt, ongeacht of de apothekers medicijnen voor die prijs kunnen inkopen. Het verschil tussen inkoopprijs en vergoeding is niet meer op te hoesten en sommigen staan op het punt hun winkel, waarmee de beroepsgroep ooit gouden tijden beleefde, te sluiten. Bovendien gaat de klant het merken als de ene keer merk A en dan weer merk B van hetzelfde medicijn wordt vergoed. Vooral oude mensen begrijpen daar niets van en raken onzeker. De apotheker mag het ze dan gaan uitleggen.

De kwestie van de apothekers staat niet op zichzelf. Alle zorgleveranciers – van fysiotherapeuten, logopedisten, psychotherapeuten, huisartsen en verpleeginstellingen tot ziekenhuisdirecties – zijn steeds afhankelijker geworden van de zorgverzekeraars. Die hebben sinds de invoering van de zorgverzekeringswet (2006) formeel de regie in de zorg gekregen en daarmee sturingsmacht. Voor hun klanten moeten zij goede kwaliteit regelen, maar wel tegen een zo laag mogelijke prijs. Want de minister eist dat zij de stijgende zorgkosten terugdringen. In een reactie op de kwestie van de apothekers zegt minister Edith Schippers van Volksgezondheid dan ook dat de zorgverzekeraars nu eenmaal de boeman zijn.

Trots meldden verzekeraars dat ze de premie voor volgend jaar omlaag gooien. Maar dat is een sigaar uit eigen doos

In die spagaat tussen de groeiende vraag van de zorgconsumenten en de overheid die de kosten wil terugdraaien, knijpen de verzekeraars via inkoopcontracten de zorgleveranciers af. Dat heeft betrekking op de tarieven, zoals bij de apothekers, maar ook op de volumes van behandelingen en op de selectie van wat volgens hen nodige en onnodige zorg is.

En hier wringt de schoen. Hoewel de harde onderhandelingen achter de schermen plaatsvinden, wordt het langzamerhand duidelijk dat de verzekeraars zich steeds meer bemoeien met de werkvloer. Niet gehinderd door medische kennis kunnen zij zich dat permitteren vanwege hun enorme macht. De verzekeraars zijn sinds 2006 gefuseerd tot enkele koepelorganisaties die Nederland hebben verdeeld waardoor zij regionale monopolies vormen. Zo heeft Achmea in Amsterdam een marktaandeel van 75 procent. ‘Als ik geen contract sluit met Achmea ga ik direct failliet’, zegt een Amsterdamse apotheker. De brancheverenigingen van vrijwel alle Nederlandse zorgaanbieders hebben dezelfde klacht: de marktmacht van de zorgverzekeraars is zo groot dat zorgverleners geen andere keuze hebben dan akkoord gaan met de ‘wurgcontracten’ die aan hen worden voorgelegd.

De Amsterdamse apothekers hebben nu de krachten gebundeld en dat is mogelijk het startschot van meer rechtszaken. Dat gaat geld kosten, dat ergens vandaan moet komen. Ondertussen maken de zorgverzekeraars steeds meer winst (vorig jaar 1,2 miljard) terwijl ze formeel geen winstoogmerk hebben. Ze meldden onlangs trots dat ze de premie voor volgend jaar omlaag gooien. Maar beseft iedereen wel dat dit een sigaar uit eigen doos is? En dat er een financieringsstelsel is ontstaan waar niemand nauwelijks nog iets van begrijpt? Voor de gevolgen daarvan wordt geen bestuurder aansprakelijk gesteld.