De familie van Hoessein vertrok naar Syrië

Een bivakmuts en een kalasjnikov

Sinds zijn dochter radicaliseerde en zijn zoon in Syrië sneuvelde, wil Hoessein jongeren ervan weerhouden ‘over te lopen’. Daarom vertelt hij overal zijn verhaal over een barbaarse ideologie. ‘Meryem is niet meer het meisje dat ik leerde fietsen.’

Medium dsc05253
Hoessein met zijn zoon Ilyas

‘Dit is mijn zoon Ilyas. Als ik aan hem denk, dan denk ik aan sciencefiction. Achtbanen. Maar ook aan mijn vrouw helpen met afdrogen, in de keuken. Zijn droom: samen met mij een keer naar Marokko rijden. 3200 kilometer. In een cabrio! En dan zouden we helemaal doorrijden naar Tunesië om de opnamelocatie van Star Wars te bekijken.’ (TivoliVredenburg, 5 november 2017)

Het blijft ijzig stil, deze middag in september. Presentatrice Nazmiye Oral heeft zojuist naar het podium gewezen waar Hoessein staat en aan de gekleurde middelbare schoolklas in de zaal gevraagd of zij iemand kennen als Hoesseins zoon Ilyas. Zijn dochter Meryem dan? Nee, niemand in het publiek bij de première van de documentaire Echoes of IS, tijdens het Filmfestival in de Utrechtse binnenstad, kent een Ilyas of een Meryem.

Hoessein is een van de geportretteerden in de film. Hij vertelt daarin dat Ilyas een nakomertje is. De niet geplande Benjamin van de familie, verwend door iedereen. De rustigste ook van de vier. In de documentaire moet Hoessein huilen, uit de zaal krijgt hij applaus. Even later zegt hij over zijn jongste zoon: ‘Die jongen had gewoon ergens een onbezorgde puberteit moeten hebben, zich bezig moeten houden met de laatste spellen voor zijn telefoon of weet ik veel wat.’

‘Ik zou hem mijn excuses willen aanbieden. Sorry zeggen dat ik nooit naast hem ben gaan zitten in de bioscoop. Ik bracht hem naar de film en wachtte buiten tot het afgelopen was. Ik zou hem willen bewijzen dat ik best in een achtbaan durf.’ (TivoliVredenburg, 5 november 2017)

Enkele weken later is Hoessein, die in samenspraak met zijn familie heeft besloten niet met zijn achternaam in de media te verschijnen, in zijn woning in een Zaanse Vinexwijk. Nadat hij koffie heeft gezet en is gaan zitten, zegt hij: ‘Zo, zal ik maar gewoon beginnen?’ In ambtelijk Nederlands begint hij aan een verhaal dat hij inmiddels al zo vaak heeft verteld; op scholen, in moskeeën door het hele land en bij veel verschillende media. Zijn zus vergelijkt hem met Jan Smit; de Volendamse zanger is volgens haar ook niet van de televisie te slaan. Maar Hoessein moet, hij voelt zich verplicht. Hij vindt de ontmoetingen met jongeren bijzonder, zegt het vooral belangrijk te vinden dat hij zo kan strijden tegen een barbaarse ideologie. Al kan hij maar één iemand ervan weerhouden ‘over te lopen’ naar de andere kant, dan heeft hij gewonnen. Hij wil dat anderen het leed bespaard blijft dat hem is overkomen. En dus doet hij zijn verhaal waar en wanneer hij maar kan. Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken.

Dat verhaal van Hoessein begint eigenlijk in Marokko en Utrecht, waar hij opgroeide in een harmonieus Marokkaans gastarbeidersgezin. Maar het deel wat iedereen wil horen, is dat vanaf zijn scheiding. Want hoewel Hoessein in een vrije familie is grootgebracht, stapt hij op voorspraak van zijn ouders in een gearrangeerd huwelijk met een in de Haagse Schilderswijk opgegroeide vrouw, wier wortels ook in Marokko liggen. Nadat ze vier kinderen krijgen, gaat het stel uit elkaar. Zijn ex-vrouw gaat met twee van de kinderen in Zoetermeer wonen, in een flatwoning die uitkijkt op de Al-Qibla-moskee.

In de moskee blijkt ene Mohamed Talbi rond te lopen, die later bekend wordt onder de naam Abu Bashir. Vooral zijn jongste dochter Meryem komt er vaak, ze verdiept zich vanaf dat ze een jaar of veertien, vijftien is steeds meer in de islam en gaat een hoofddoek dragen. In het begin is Hoessein vaak in het huis van zijn ex-vrouw en kinderen te vinden en hij blijft af en toe slapen als dat zo uitkomt. Tot zijn ex en dochter hem wijzen op de islamitische regels: niet meer getrouwd, niet meer zomaar in huis. Het contact met zijn kinderen wordt minder.

‘Ik kan spreken. Ik kan glunderen als ik aan hem denk. Ik kan me gesteund voelen door hem. Ik kan uit zijn naam deze barbaarse ideologie bestrijden. Ik ben verrijkt met mensen die ik nooit had leren kennen als hij er nog was. Lotgenoten. Journalisten. Onderzoekers. Burgemeesters. Schooldirecteuren. Leerlingen die vragen stellen.’ (TivoliVredenburg, 5 november 2017)

Dat zijn dochter zich steeds meer in de islam is gaan verdiepen vindt Hoessein geen probleem. Hij is zelf ook moslim en dat heeft hem nooit belemmerd. Meryem is een mondig meisje, iemand met een eigen wil. Ze heeft een vrije opvoeding gehad, net als de andere kinderen. Als er een schooldisco is, is Meryem een van de weinige Marokkaanse meisjes die daarheen mag. Ze wordt zelfs gebracht en gehaald door haar vader.

En juist daarom schrikt Hoessein zo als hij haar op een dag in de Albert Heijn ziet. Hij is haar vader, dus hij herkent haar bewegingen en haar stem. Ze omhelzen elkaar onhandig. Maar van het meisje dat naar de modeschool wilde, is in een niqab weinig over. Het enige wat Hoessein van woede en ongeloof kan uitbrengen is: ‘Je mist alleen de handschoenen.’ Daarop zegt zijn dochter dat ze die thuis is vergeten. Als ze in die tijd samen in zijn auto zitten, moet zijn duivelse muziek uit.

Hoessein weet niet dat zijn dochter zijn ex-vrouw probeert over te halen om ook naar Syrië te komen

‘Meryem is niet meer het meisje dat ik heb leren fietsen, wier hand ik moest vasthouden bij de tandarts en bij wie ik leerde hoe je een paardenstaart moet maken. Die herinneringen zakken steeds verder weg. Wat nu overheerst, is haar giftige kant.’ (Assendelft, 10 oktober 2017)

Hoessein krijgt applaus. Hij heeft net zijn verhaal gedaan in de grote zaal van TivoliVredenburg. Een vrouw die hem nog kent van de middelbare school houdt het niet droog en ze is lang niet de enige. Na afloop komen er talloze mensen naar hem toe. ‘Indrukwekkend’, zegt de een. ‘Wat jij allemaal hebt moeten doorstaan’, zegt een ander. Hoessein neemt de complimenten bescheiden in ontvangst. Hij schudt nog wat handen van onbekenden, vraagt of iemand nog iets wil drinken. ‘Ik ben dankbaar dat ik hier mag staan’, zegt hij vervolgens. ‘Het is een kleine troost, maar toch een troost.’

‘Ik heb hem nog omhelsd. Dat deed ik altijd. Dan zei ik: I love you. Hij zei dan heel snel terug: Me too. Ik zag hem vervolgens door de deur de flat naar binnen lopen, over de galerij. Dat was de laatste keer.’ (De Wandeling, 14 oktober 2017)

Meryem belt. Het is dan begin 2013. Papa hoeft zich geen zorgen te maken, ze stopt niet voorgoed met haar studie Kraamverzorging, maar ze gaat voor een tijd naar Egypte om meer kennis op te doen van de islam en om Arabisch te leren. Het is een signaal, maar Hoessein vat het niet als zodanig op. Hij denkt: prima, de islam zoals hij die kent en praktiseert zal haar goed doen. Hij wenst zijn dochter alle geluk en een goede reis. Hij houdt contact met Meryem via haar Egyptische telefoonnummer. Ze laat weten dat het goed met haar gaat, dat het leven in een islamitisch land haar heeft verrijkt. Ze vraagt aan haar vader of dat niks voor hem is, ook naar een land verhuizen met voornamelijk moslims.

Drie maanden na haar vertrek wordt Hoessein gebeld door een onbekend nummer. Een man stelt zich voor als iemand van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (aivd) en vraagt of hij weet waar zijn dochter Meryem is. Als Hoessein zegt dat ze in Egypte is, valt de man aan de andere kant eerst even stil en zegt dan: ‘Nee, je dochter zit in Syrië en ze heeft zich aangesloten bij een terreurgroep.’ Hoessein wordt licht in zijn hoofd, is blij dat hij zit. Hij kan een kwartier lang niks uitbrengen. Dit moet fictie zijn of een droom, dit kan niet. Hij knijpt zichzelf meerdere keren, maar hij blijkt wakker.

‘Ik dacht dat je in Egypte zat,’ zegt Hoessein als hij zijn dochter aan de telefoon krijgt. Ze is even stil en zegt dan: ‘Ik wilde je geen pijn doen, pap.’ Het breekt zijn hart. In latere gesprekken vertelt ze dat ze haar geliefde Salaheddin achterna is gereisd. Salaheddin behoort tot de groep die rond de radicale prediker Talbi hangt in de Zoetermeerse moskee. Bijna iedereen uit die groep, inclusief Talbi zelf, reist uiteindelijk naar Syrië om zich aan te sluiten bij IS. Meryem vraagt in de spaarzame momenten van contact aan haar vader om naar Syrië te komen, mee te strijden voor een kalifaat. Hoessein vraagt zich af in wat voor wereld hij is beland. Met wie Meryem wel veel contact heeft, is haar moeder. Alleen weet Hoessein niet dat ze dagelijks communiceren via Skype en WhatsApp en dat zijn dochter zijn ex-vrouw probeert over te halen om ook naar Syrië te komen.

‘Ik kreeg een filmpje van mijn dochter van een onthoofding die ze had bijgewoond na het vrijdaggebed. Dat was verplicht. In ons gesprek probeerde ze dat ook nog te verdedigen.’ (Documentaire Enkele reis naar het kalifaat, 26 mei 2016)

Small opening dsc05185
Hoessein. ‘Ik ben boos, woedend, op mijn ex-vrouw en dochter. Zij hebben mijn zoon, ook hun zoon en broertje, de dood in gejaagd’

Zijn ex-vrouw neemt contact op met Hoessein. Ze wil met Ilyas naar Marokko en omdat ze niet meer getrouwd zijn moet hij als vader ook toestemming geven. Ze gaan vaker naar het land van herkomst dus Hoessein tekent zonder na te denken. Hij gunt het zijn zoon, die het fijn vindt om daar in de zon te zijn. En hij kan vast wel wat afleiding gebruiken, na alle verdriet om zijn vertrokken zus. Vlak voordat ze vertrekken gaan vader en zoon naar de Zwarte Markt in Beverwijk. Ilyas wil graag een baseballcap en een bijpassend jack. Het staat hem goed.

Hij komt na drie weken niet terug van zijn vakantie in Marokko en mist wat dagen op school. En dan krijgt Hoessein weer een telefoontje: de pas veertienjarige Ilyas en zijn ex-vrouw zijn nooit in Marokko geweest. Ze zijn via Turkije naar Syrië getrokken om zich in het kalifaat te herenigen met Meryem.

Hoessein weet dondersgoed wat daar is gebeurd. Dus ja, zijn zoon zal ook mensen hebben omgebracht

‘Ik ben boos, woedend, op mijn ex-vrouw en dochter. Zij hebben mijn zoon, ook hun zoon en broertje, aan het handje meegenomen en de dood in gejaagd. Terwijl iedereen vluchtte voor de oorlog en de dood en het verderf dat IS zaaide in Syrië, gingen mijn ex en zoontje juist die kant op.’ (NOS, 23 maart 2017)

En dan breekt de zomer van 2015 aan. Hoessein zit ’s avonds rond een uur of negen thuis als zijn oudste zoon belt. Hij wil eerst weten of zijn vader zit of staat. Hij adviseert hem vervolgens om even te gaan zitten. En dan de boodschap: Ilyas is gesneuveld in Syrië. Hoessein kan niks uitbrengen. Hij loopt naar beneden, waar zijn huidige partner bezig is in de keuken. Hij geeft haar de telefoon en vraagt: ‘Wat zegt deze gek allemaal?’ Een fractie later ziet hij zijn vrouw huilend naar de grond zakken. Hij wacht niet, rent naar buiten en gaat als een gek rondjes rijden in zijn auto. Nergens naartoe. Hij weet niet of iemand het kan bevatten, maar zijn zoon is slechts vijftien jaar geworden en omgekomen in een oorlog duizenden kilometers van hem vandaan. Later krijgt hij meer details. Ilyas was met vijf jonge jongens een wapendepot van IS aan het bewaken bij Raqqa. Ze werden echter getraceerd door leden van de coalitie en gebombardeerd. Alleen een jongen die toevallig even naar een toilet was, overleefde.

Als hij Meryem aan de telefoon krijgt zegt ze dat hij niet moet treuren. Ilyas is omgekomen in een goede strijd, hij is martelaar. Hoessein moet juist trots op hem zijn, want zijn zoon heeft een goede plek in het hiernamaals.

‘Ik heb nooit officieel een rouwproces kunnen starten. Het voorrecht om hem te mogen wassen na zijn dood is me ontnomen. Ik heb hem geen laatste voorhoofdskus kunnen geven. Ik heb zijn lijkgewaad niet kunnen afdichten bij zijn hoofd. Ik heb de gang naar de begraafplaats niet kunnen maken. Ik heb geen zand over zijn kist kunnen strooien. Ik heb me nooit kunnen omdraaien en weglopen bij zijn graf. Ik heb hem nooit kunnen opwachten. Ik ben niet eerder gestorven dan hij.’ (TivoliVredenburg, 5 november 2017)

Ja en nu? Met zijn dochter en ex-vrouw heeft hij al tijden geen contact gehad. Sinds hij zijn boodschap nadrukkelijk uitdraagt, moeten zij niks meer van hem hebben. Zijn dochter is boos, vindt hem een marionet van het Westen. Hoe kan hij nou op televisie, en door het hele land, vertellen dat wat IS heeft gedaan barbaars is? Hij zou juist de straat op moeten om te demonstreren tegen Assad en zijn regime en om op te komen voor moslims in nood.

Zijn dochter is in Syrië moeder geworden van twee dochters. Hoessein is dus opa. Hij fantaseert soms over hoe die twee kleine meiden er nu uit zullen zien, over dat hij ze vast kan houden. Ze groeien op zonder vader. De man van zijn dochter, die een hoge functie had bij IS, is ook omgekomen tijdens de oorlog in Syrië. Hoe het nu met ze gaat hoort hij af en toe per toeval van familieleden van andere Syriëgangers. Met hen komt hij vaak bijeen, de ouders en partners van geradicaliseerde uitreizigers. Het platform Lotgenoten geeft hem heel veel steun. Echt veel. Als zij er niet waren, weet Hoessein niet of hij er nog was.

Zijn dochter zit nu gevangen in een kamp van de ypg. De Koerden houden zich goed aan de wetten die gelden in conflictgebieden, zo weet Hoessein. Hoe het verder met haar gaat weet hij niet, maar wat er met haar moet gebeuren, daar is hij wel heel duidelijk over. Als ze terug wil naar Nederland, moet ze eerst langs de rechter. We leven in een democratische rechtsstaat. Ze is willens en wetens vertrokken en zal de consequenties voor haar daden moeten dragen. Maar zijn kleindochters dan? Hoe graag zou hij die eens willen vasthouden. Voor hen wil hij vechten, maar waar moet hij beginnen? Ze zijn geboren in IS-gebied, hebben geen geboortebewijs of andere papieren. Wat hebben ze allemaal voor verschrikkelijks gezien? Waar zijn ze überhaupt?

‘Hoe langer onze kleinkinderen daar blijven, des te groter het gevaar dat ze net zo worden als papa of mama. Voor de allerkleinsten is er nog goede hoop. Die van mij zijn vier en twee. Nog jong. Als de kinderen ouder zijn, hebben ze al veel meer bewust meegemaakt. Geweld, misdadige dingen. Kinderen hebben onthoofdingen gezien. Zwaar traumatiserend. Hoe moet je die behandelen, waar moeten we beginnen? Daar heeft niemand ervaring mee.’ (de Volkskrant, 29 december 2017)

Natuurlijk, achteraf kun je zeggen dat hij dingen over het hoofd heeft gezien. Zijn dochter ging steeds minder met haar vriendinnen van vroeger om, die allen toevallig niet of veel minder gelovig waren. En natuurlijk, dat ze geen muziek meer wilde luisteren en volledig gesluierd was, was ook een teken aan de wand. Maar je verwacht toch niet dat je dochter een extremist wordt, gaat vechten in Syrië, haar moeder overhaalt om ook te komen met een jongen van veertien? Hoe kwam ze tot die beslissingen?

Hij denkt er dikwijls over na. Toch de scheiding? En zijn ex, met wie hij samen op Times Square heeft gestaan, die in haar bikini op stranden in Griekenland en Aruba lag. Hoe kon zij hun zoontje meenemen de dood in? Waarom heeft de aivd niks gedaan, terwijl ze wisten dat ze met radicalen omging? Vonden ze het belangrijker om het hele netwerk in kaart te brengen dan een moeder en haar jonge jongen te weerhouden van een reis naar het kalifaat? Waren ze hen liever kwijt dan rijk? Zijn zoontje vertoonde geen enkel teken van radicalisering. Hier, op de laatste foto die hij van hem maakte in Nederland, draagt hij de pet en jas die ze kochten in Beverwijk. Later kreeg hij ook foto’s van zijn zoon met een bivakmuts en een kalasjnikov. Hoessein is niet gek, hij weet dondersgoed wat daar is gebeurd. Dus ja, zijn zoon zal ook mensen hebben omgebracht. Wellicht zijn dochter ook.

‘Ik kan huilen in het openbaar. Ik kan mezelf zijn, milder dan ik was. Ik kan mijn ogen openen voor dingen die ik eerder niet zag. Ik snap nu waarom mensen willen vluchten, in een roes of uit een land. Ik kan me verheugen op het moment dat hij me opwacht bij de poort naar de hemel. Hij zal zeggen: kom maar, ik leid je rond.’ (TivoliVredenburg, 5 november 2017)