Dan Fante

Een Blitzkrieg-bestaan

Na enkele decennia alcoholist te zijn geweest, wist Dan Fante zijn leven op orde te krijgen. Het schrijven van drie romans leverde daarin een belangrijke bijdrage.

Dan Fante, Kleingeld Vertaald door Frans van der Wiel

Uitg. Thomas Rap 188 blz., ƒ29,50

Dan Fante begon te schrijven op zijn 42ste. Zijn eerste roman, Chump Change, werd onlangs in het Nederlands vertaald als Kleingeld. Fante schrijft in hard, rauw en bitter proza over een hard, rauw en bitter leven: het bestaan van een alcoholist, Bruno Dante, die er maar niet in slaagt een normaal mens te worden.

Dan Fante is niet groot en niet onopvallend. Geheel in het zwart, kort grijs haar en een zilveren neusring. Over zijn landgenoot Dave Eggers, van wie literair Ame rika verwacht dat hij ooit de Great American Novel zal schrijven, zegt Fante: «Ik heb niets van Dave Eggers gelezen, maar laat ik je dit vertellen: die Great American Novel, die heb ik hier in mijn tas. Ik wens Dave Eggers het allerbeste.»

Hoe schrijnend «Kleingeld» ook is, er zit veel, prettig zwarte humor in het boek.

«Het tegenovergestelde van groot verdriet is grote humor. In een uitgesproken tragische situatie vind je gemakkelijk humor. Het is moeilijker humor te vinden in alledaagse gebeurtenissen. Er zit meer humor in de dood dan in de bus.»

U hebt het boek opgedragen aan Freddy Freebase en andere mannen «uit Roxbury Park».

«Die mensen ken ik van vroeger. Het zijn allemaal recovered alcoholics, net als ik. Extreme, hartstochtelijke, intense mensen die hun leven hebben veranderd door op te houden met drinken. Het zijn mooie voorbeelden van mensen die eigenlijk dood zouden moeten zijn, vanwege de dingen die ze deden als ze dronken, en de hoeveelheid die ze dronken en de gevangenissen waar ze in zaten en het geweld en de moorden… Een van hen, Bob A., heeft een keer toen hij dronken was een roadblock van de politie geramd. Zo'n wegblokkade met politieauto’s, waar hij op zijn motor recht op inreed, met 150 kilometer per uur. Dat soort mensen zijn het.»

Maar ze overleefden.

«Het tegenovergestelde van spiritualiteit is obsessie. Als iemand die geobsedeerd is door dingen in zijn leven die obsessie verwijdert, kan hij gemakkelijker de andere kant op gaan, en wat nog over is van zijn leven vullen met mooie dingen, met goede ervaringen. Alcoholist zijn is als leven in een flat die voortdurend in brand staat. Er is altijd brand, er is altijd een noodgeval. Het neemt je hele leven in beslag.»

Hoe bent u opgehouden met drinken?

«Om te beginnen: het valt niet mee om op te houden met drinken. Het is zoiets als tegen een vis zeggen dat hij uit het water moet komen. Ik dronk zo lang en zo veel dat ik uiteindelijk stemmen hoorde die de hele tijd tegen me praatten. De belangrijkste zei steeds tegen me dat ik mezelf moest doden. Ik belandde uiteindelijk op een punt dat ik wist dat ik zou sterven als ik weer zou drinken. En tegelijkertijd kon ik me geen leven voorstellen zonder drank. Dat is dus het diepste van de hel. Dus ik kon niet niet drinken, en tegelijkertijd wist ik dat ik zou doodgaan als ik weer zou drinken. Zo ben ik er vanaf gekomen.

Het leven van een alcoholist is een leven van ontwijken en liegen en verstoppen en net doen alsof het goed gaat terwijl je wanhopig alcohol nodig hebt. En de zelfverwijten over alle dingen die je doet als je hebt gedronken. Mijn probleem was niet zozeer het drinken, maar wat ik deed als ik had gedronken. Ik deed precies waar ik zin in had en veel mensen leden daaronder. Een practising alcoholic is als een wagentje van de achtbaan dat onbestuurbaar is geworden. Je weet nooit welke kant hij op gaat. En alles wat voor zijn wielen komt wordt overreden.

Een alcoholist zit vol schaamte en schuld en woede en spijt. Het is een ziekte, een geestesziekte. Ik ken honderden alcoholisten. Het is niet echt een leven. Alcoholisten zijn levende doden. Ze leven van de ene obsessie naar de volgende. Het is vreemd. Their life never happens, omdat de alcohol hen bezit. Het is Jekyll and Hyde. Toen Robert Louis Stevenson Jekyll and Hyde schreef, had hij het over alcohol.»

Is het schrijven voor de hoofdpersoon in «Klein geld» een kwestie van leven en dood, een redding?

«Mijn hoofdpersoon schrijft omdat hij iets wil doen met zijn leven. Hij wil iets veranderen. Hij ziet dat hij zichzelf kapotmaakt, en hij heeft geen kracht. Hij is getuige van zijn eigen des tructie en hij weet dat er alleen iets goeds kan gaan gebeuren, ooit, als hij ophoudt met drinken. Ik heb in mijn leven zulke rampen veroorzaakt dat ik wel móest stoppen. Dat deed ik dan ook, voor een paar weken, totdat de destructie, wat dat ook was, of de gevangenis waar ik naartoe moest, of wat voor verschrikkelijks ook — als de schuld en de schaamte daarvan weer verdwenen waren, dan begon ik weer te drinken.»

Hebt u zulke verschrikkelijke dingen gedaan?

«Niet erger dan elke normale alcoholist. Gewoon, de meest gewelddadige, verachtelijke dingen die je je kunt voorstellen. De dingen die we allemaal doen. Tienerhoertjes, levensgevaarlijk dronken autorijden en bijna mensen vermoorden, huwelijken kapotmaken, mensen die weggaan en ik die niet begreep wat hun probleem was. Het is in diepste wezen een Blitzkrieg-bestaan.»

Schrijft u wel eens niet over drank?

«Alcohol heeft een grote rol gespeeld in de laatste 25, dertig jaar van mijn leven, dus… Maar ik heb ook een toneelstuk, Don Giovanni, over mijn vader, dat gaat niet over drank.»

Als we het oude verschil tussen realisme en verbeelding erbij halen, bent u geen schrijver die het van de verbeelding moet hebben en dingen verzint.

«Ik geef geen cent voor de boeken op de bestsellerlijst van de New York Times. Dat is snot. Wegwerpsnot. Dat is voor mij geen literatuur, het is infotainment. Ik wil niet te cynisch zijn, maar ik zou meteen weer taxichauffeur worden als ik zulke boeken schreef. Een echte schrijver, als ik dat kan zeggen…»

Dat kunt u zeggen.

«… een echte schrijver die iets wil zeggen over de human condition… Kafka zei dat een goede roman hetzelfde effect moet hebben als een klap voor je kop. Ik geloof hem, en dat is de manier waarop ik wil schrijven. Als ik niet meer op die manier kan schrijven, dan houd ik op.

Wat is dat boek anders dan een verlengstuk van je eigen ervaringen? Wat is het nut van een roman schrijven? Vanuit het perspectief van de schrijver, dan, zeker niet vanuit de uitgever, want het enige waar uitgevers aan denken is geld. Maar vanuit de optiek van de schrijver moet je iets te zeggen hebben en je moet ervan overtuigd zijn dat wat je te zeggen hebt waardevol is. Dat het iets betekent, iets bijdraagt.

Mijn boeken zijn grappig en tragisch en koud en warm en wreed en liefdevol; ik praat tegen de lezer. Wat ik schrijf is een piece of life. Ik wil impact hebben op de mensen die mijn boeken lezen. Een schrijver moet zijn hart en zijn ziel en zijn bloed en zijn zweet in zijn werk leggen, otherwise it ain’t worth a shit.»
Vraagt men in elk interview naar uw vader?

«Eigenlijk wel, maar ik vind het niet erg om over mijn vader te praten. Ik begon pas te schrijven toen ik 42 was. Mijn vader, John Fante, was een vergeten Amerikaanse romanschrijver. Maar als voorbeeld van een schrijver was hij erg powerful. Niet per se door wat hij schreef, maar door wie hij was. Door zijn ontzag voor romans. Dat maakte een blijvende indruk op mij. Ik deed heel andere dingen dan hij en ik was succesvol, maar eigenlijk wilde ik altijd schrijven. Maar ik was gestoord. Als je alcohol toevoegt aan mijn persoonlijkheid… Ik moest eerst mijn lichaam ontgiften voor ik kon schrijven.

Als je het hebt over de schrijver als gekwelde ziel, dan was mijn vader een echte schrijver. Hij was gekweld, en hij kwelde zichzelf. Hij was de vleesgeworden gekwelde kunstenaar. Een schrijver die altijd op een vulkaan leefde.

Als mensen vragen hoe het is om de zoon te zijn van een succesvolle Amerikaanse schrijver, dan zeg ik: dat weet ik niet. Mijn vader was niet succesvol. Tot vijftien jaar na zijn dood. De laatste jaren is hij beroemd geworden. Dat is de reden dat ik mijn eerste roman schreef: mijn vader was een geweldige schrijver, en ik wilde dat delen. Mensen zouden mijn roman lezen en mijn vaders boeken kopen. Dat was essentially het doel van het schrijven van die roman.

Somerset Maugham zei: als je een demon wilt uitdrijven die je kwelt, schrijf erover. Dat klopt. Toen ik jong was had ik geen goede relatie met mijn vader. We konden niet in dezelfde kamer zitten. Toen ik Kleingeld af had, had ik alleen maar positieve gevoelens voor mijn vader. Niets dan liefde en respect. Vergelijk dat met twintig, dertig jaar geleden. Hoe kom je van daar naar hier? Er is geen directe weg, maar door erover te schrijven en eerlijk te zijn met je emoties, is er iets in jou waardoor je in het reine komt met die relatie. Bij mij werkte het zo. Ik had ten slotte alleen maar bewondering en liefde voor mijn vader.»