Landinzicht #1: Nederland boerenland

Een boerenland zonder boeren

In een nieuwe blogreeks gaan Hidde Boersma en Janno Lanjouw op zoek naar het verhaal achter het Nederlandse boerenbedrijf. Deze week: de aftrap.

Nederland is een boerenland. Maar liefst tweederde van het Nederlandse landschap is in beheer van boeren, in de vorm van akkers, weides en kassen. Er mag dan 50.000 hectare beknibbeld zijn in de laatste vier jaar ten faveure van natuur en infrastructuur, het is nog steeds verreweg het grootste deel.

Maar Nederland is geen land van boeren meer. Op dit moment noemt nog maar een schamele 1,5 procent van de werkenden zich boer, en dat wordt almaar minder omdat er volgens cijfers van het CBS elke dag drie boeren stoppen met boeren. In 2000 waren er nog ruim 97.000 boerenbedrijven, nu zijn dat er nog maar een kleine 54.000. En het einde van de daling is nog niet in zicht. Op dit moment is meer dan de helft van de boeren ouder dan 55, en zo’n zestig procent heeft geen zogenaamde erfopvolger in het vizier, iemand die de boerderij gaat overnemen. Vooral de groenteteelt heeft het moeilijk met opvolging: daar ligt het aantal bedrijven met een zoon of dochter die het wil overnemen lager dan een derde. Omdat het land van een stoppende boer meestal wordt overgenomen door de buren dijen de overgebleven bedrijven almaar uit.

Dat er nog maar zo weinig boeren zijn, betekent ook dat hun stem in het publieke debat kleiner wordt. Er wordt vaker over dan met ze gepraat. En vaak komen ze er niet goed vanaf. Zo heeft de Wageningse emeritus hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse het over ‘een deken van gif die over het Nederlandse boerenland ligt,’ stelt Partij voor de Dieren-Kamerlid Esther Ouwehand dat ‘het huidige systeem alle grenzen overschrijdt’, en wijdt columniste Jantien de Boer van de Leeuwarder Courant een heel boek aan de veranderingen in het aangezicht van het platteland onder de naam Landschapspijn.

Nu is het ontegenzeggelijk waar dat landbouw een grote invloed heeft op het landschap. Globaal gezien is onze voedselproductie verantwoordelijk voor twintig tot 25 procent van de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen. Uitbreiding van landbouwareaal gaat over de hele wereld gepaard met verlies van biodiversiteit, in Nederland doen weide- en akkervogels zoals de grutto het al decennia slecht doordat houtwallen en slootjes verdwijnen en doordat boeren zo vaak maaien dat kuikens geen kans maken. Een overmaat aan stikstof door het mestoverschot uit de veeteelt verstikt het leven in natuurgebieden.

Maar er gaan ook veel misvattingen rond over de Nederlandse landbouw. Nederlandse boeren halen weliswaar meer kilo product dan ooit van het land, de ‘vervuilendste’, meest intensieve tijd ligt al dertig tot veertig jaar achter ons. Zo lopen er op dit moment 1,1 miljoen minder koeien rond dan in de jaren tachtig, en gooien boeren dertig procent minder kunstmest op een hectare dan ze destijds deden. Ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen is drastisch gedaald sinds de tijd van Rachel Carsons boek Stille lente, over onder andere de gevolgen van DDT op de natuur. De Nederlandse landbouw is bovendien de enige sector waar de uitstoot van broeikasgassen niet gestegen is sinds 1990, blijkt uit gegevens van het CBS.

Maar wat Janno Lanjouw en ondergetekende inspireerde tot deze serie was de vaststelling dat de verbetering van de vaderlandse landbouw al ruim een decennium stil ligt. Het Compendium voor de leefomgeving (CLO) houdt cijfers bij over verzuring, vermesting en fijnstofvervuiling van lucht en waterwegen als gevolg van de landbouw, en stelt vast dat er na een sterk dalende lijn vanaf 1990 sinds 2005 stagnatie heeft plaatsgevonden. Ook het gebruik van bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen stijgt sinds 2000 licht, terwijl het daarvoor flink afnam.

Dat botst met de almaar strenger wordende eisen en verwachtingen van de samenleving. Het Klimaatakkoord rept over een extra 3,5 megaton CO2 die de landbouwsector moet besparen tot 2030, minister van Landbouw Carola Schouten wil in haar plannen voor kringlooplandbouw helemaal af van kunstmest, en Greenpeace pleit al jaren voor een volledig bestrijdingsmiddelenvrije landbouw. De maatschappij eist dermate veel van de landbouw dat de politiek zich gaat bemoeien met details waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor is, zoals de toelating van onkruidverdelger glyfosaat en insecticiden van de klasse neonicotinoïden. Ze gaan daarbij voorbij aan het oordeel van instanties die daarvoor zijn opgericht zoals het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en zijn Europese zusje de European Food Safety Authority (EFSA).

Het is in deze hectiek dat jonge boeren die wél hebben besloten de boerderij over te nemen een manier moeten vinden om hun bedrijf toekomstbestendig te maken. Doorgaan op dezelfde weg gaat niet, de meeste agrariërs weten dat het duurzamer moet en willen dat ook. ‘Jonge boeren willen voor hun manier van produceren graag draagvlak vanuit de samenleving’, vertelde Iris Bouwers van de Europese koepelorganisatie van jonge boeren CEJA vorig jaar aan ondergetekende in de Volkskrant. Ze zouden graag meer ruimte hebben voor het ontwikkelen van duurzame initiatieven, zegt ze elders. Maar tegelijk zijn de marges klein en de investeringen groot. De inkomsten van boeren zijn nauwelijks gestegen sinds 1990 ondanks almaar hogere opbrengsten van het land. Want juist door die grotere oogsten ontstonden er overschotten, die de prijs van het verbouwde voedsel deden dalen.

Hoe gaan jonge boeren hiermee om, welke keuzes maken ze in hun dagelijkse bedrijfsvoering, en waarom? Waarom gebruiken de meeste boeren bijvoorbeeld nog steeds kunstmest en bestrijdingsmiddelen als de roep om ermee te stoppen aanzwelt in de samenleving? In deze serie richten we onze aandacht vooral op reguliere boeren, want alle aandacht voor biologische landbouw ten spijt leveren zij nog steeds de bulk van het werk. Conventionele boeren beheren maar liefst 96,4 procent van het landbouwareaal in Nederland, dus als er ergens duurzame klappen zijn te maken, dan is het daar.

Een van hen is akkerbouwer Michiel van Andel. Hij verbouwt aardappelen en uien in de Noordoostpolder, en gebruikt verschillende bestrijdingsmiddelen. Het liefst spuit hij zo weinig mogelijk, maar, zo zegt hij: ‘Soms maakt een verbod op een middel de landbouw minder duurzaam.’


Volgende week: Waarom gebruikt akkerbouwer Michiel van Andel gemuteerde vliegen om zijn gewassen te beschermen?