Een braindrain dreigt voor Hongkong

Hongkong – Een tijdje geleden overwoog Ann (25) om op zichzelf te gaan wonen. De vader van een klasgenoot had wel iets in de aanbieding. Het bleek een kooi van ongeveer twee meter lang; er stonden een bed en een klein tafeltje in. Zulke kooien zijn bedoeld voor de échte armen van Hongkong, maar het is de enige woonruimte die Ann kan betalen.

Voor jongeren zoals zij is in Hongkong geen plek. De studente politieke wetenschappen is bijna afgestudeerd. En dan? Ze had advocaat willen worden. ‘Advocaten hebben in andere landen veel aanzien, ze staan op een voetstuk. Hier worden ze gewantrouwd. Hoe verdedig je de wet als er geen rechtsstaat en geen constitutie is?’

Er is weinig veranderd sinds Ann meeliep in de Paraplu-revolutie van 2014. Dat bleek maar weer toen Carrie Lam afgelopen weekend tot Chief Executive werd gekozen. De studenten eisen meer democratie, precies zoals Peking hen in 1997 had beloofd, toen de stadstaat door Groot-Brittannië aan China werd overgedragen: China is één land, maar heeft twee politieke systemen.

Maar méér democratie bleef twintig jaar lang een loze belofte. Lam werd zondag gesteund door Peking en kreeg 777 van de 1194 stemmen van het kiescomité – terwijl concurrent John Tsang bij peilingen populairder leek. Een zure appel voor de jongeren die 2,5 jaar geleden nog hoopvol en strijdbaar waren. Peking kiest voor de harde lijn: een dag later werd bekend dat de organisatoren van de protesten in 2014 toch vervolgd worden.

Dat de Chinese invloed toeneemt merkt Ann ook aan de stroom winkelende mainlanders en rijke Chinezen die de prijzen van appartementen opdrijven. Terwijl de harde kern van de Occupy-beweging in het parlement vecht om de aparte status van Hongkong te waarborgen, geven steeds meer jongeren het op. Volgens een recent onderzoek heeft 57 procent van de jongvolwassenen serieuze emigratieplannen. De hoge kosten voor het levensonderhoud en het gebrek aan vrijheid doen jongeren uitwijken naar Taiwan, Australië en Canada.

Ann vertrekt naar Japan. Ze gaat er een paar maanden Japans studeren en hoopt dan een baan te vinden. Het vuur van haar strijdvaardigheid vlamt af en toe even op. Ze lacht er zelf om. ‘In Japan word ik zelf zo’n honky pig, zo’n zwijn waar mijn vrienden en ik zo op neerkeken. Van die mensen die geen engagement tonen, en alleen maar werken voor een inkomen voor zichzelf en hun familie.’