‘De heer Remmelink? Elfde verdieping’, zegt de receptiemedewerker van een grote zorgflat in Rotterdam. Vóór het gebouw op het Zuidplein, op het kruispunt van Vreewijk, Bloemhof en Tarwewijk, wappert als blijk van solidariteit de Oekraïense vlag. Op de begane grond van het gebouw zitten een kapsalon, een bibliotheek en een kledingreparatiewinkeltje, en ook de Rotterdamse accordeonvereniging is er gevestigd. In een van de 265 appartementen in het gebouw moet bovendien het kantoor van Horus Real Estate Fund I BV zitten, een bv met een Russische eigenaar.

De lift naar boven maakt halverwege een tussenstop. Een verzorgende met een mondkapje groet ons. Op de elfde etage, de bovenste, hangen slingers: er is iemand jarig geweest. In de gang hangen posters van Martha Graham en van dansers in drag. Naast een van de voordeuren staat een vaas met tulpen die aan hun laatste goede dagen begonnen zijn. Eind 2020 staat bijna driehonderd miljoen aan aandelenkapitaal op de balans van Horus, een bedrijf dat bestuurd wordt door de zeventigjarige bewoner achter deze voordeur.

‘Je moet alle kanalen kunnen sluiten, zeker als het gaat om de oligarchen die op allerlei slimme manieren hun geld hebben weggezet’, zei minister Sigrid Kaag van Financiën begin maart in Nieuwsuur. Begin april werd oud-minister Stef Blok aangesteld als sanctiecoördinator. Hij was afgelopen weken aanvoerder van twintig overheidsorganisaties die moet onderzoeken of er nog Russische bezittingen in Nederland verstopt zitten in complexe of verhullende bedrijfsstructuren. Personen die op de sanctielijst staan zijn volgens Blok vaak ‘eigenaar via een baaierd aan tussen-bv’s’, dat maakt het naleven van de sancties complex.

Half april diende minister Kaag een spoedwetsvoorstel in bij de Tweede Kamer die alle dienstverlening van trustkantoren aan klanten in Rusland en Belarus moet verbieden – ongeacht of zij op een sanctielijst staan of een zogenaamd ‘hoog risico-persoon’ zijn.

Opvallend genoeg vindt de trustsector zelf zo’n verbod prima, dat doet naar eigen zeggen nauwelijks nog zaken met Russen. De sector werd afgelopen jaren al aan banden gelegd, om te voorkomen dat vennootschappen gebruikt worden voor witwassen, fraude en terrorismefinanciering. Deels liepen buitenlandse klanten ook zelf weg: omdat trustkantoren te duur werden, of omdat bv’s en nv’s sinds 2020 verplicht worden de werkelijke eigenaar van het bedrijf openbaar te maken.

Terwijl het aantal trustkantoren met een vergunning afneemt, zien toezichthouders steeds meer signalen van illegale dienstverlening. Onderzoeksbureau seo, dat vorig jaar onderzoek deed in opdracht van het ministerie van Financiën, schat dat 31 tot 51 procent van alle Nederlandse trustdienstverleners zonder vergunning opereert. Daarmee vallen ze effectief buiten het toezicht van De Nederlandsche Bank.

De grote en veelvormige schaduwtrustsector onttrekt zich juist aan die spoedwet van Kaag. Die is immers een toevoeging op de Wet toezicht trustkantoren 2018, die in het toezicht op vergunde trustdiensten voorziet. Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico signaleerde destijds al dat die wet gemakkelijk te ontlopen is, door een bloeiende markt van onvergunde trustdienstaanbieders in te duiken. En precies in die schaduwsector opereren relatief veel Russische bedrijven. Om te kijken om welke Russische bedrijven het gaat deed Investico een steekproef voor De Groene Amsterdammer en Trouw (zie kader). Daarbij keken we naar de klanten van zeven trustbedrijven in Nederland: de twee grootste, tmf en Intertrust, en vijf kleinere met van oudsher relatief veel Russische klanten.

Het onderzoek

Investico onderzocht voor dit onderzoek de voormalige klanten van zeven trustkantoren: TMF, Intertrust, C-Corp, ITPS, Cis Management, BlauStein en United Trust. Om die bedrijven te identificeren vergeleek Investico lijsten met concernrelaties van trustkantoren, afkomstig van de Kamer van Koophandel, op twee verschillende ijkpunten. Afhankelijk van de beschikbaarheid van data waren dit lijsten uit de periode 2012-2014 en een lijst van april 2022. We turfden alle bedrijven waarvan het trustkantoor tussen 2012 en 2014 nog bestuurder dan wel eigenaar was, maar in 2022 niet meer. Een deel van die bedrijven werd sinds 2012-2014 opgeheven. Een kwart is nog actief en opereert nu op andere wijze, met dan wel zonder gebruik van (onvergunde) trustdienstverlening.

Deze zeven kantoren hadden begin 2014 tezamen in totaal 6600 bedrijven als klant. Ruim vijfduizend daarvan verlieten sinds 2014 hun trustkantoor. Daarvan stond meer dan een kwart, 1344 bedrijven, nog altijd ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hoewel veel van deze bedrijven hun eigenaar bewust maskeren, konden we, na handmatig onderzoek naar deze dertienhonderd bedrijven in Nederlandse en Russische registers, rechtbankverslagen en media, ruim honderd bedrijven terugleiden naar Rusland of Belarus. Soms ging dat om relatief kleine bedrijven, zoals een kaasfabrikant of een constructiebedrijf. Vaak zijn ze op meer of minder transparante wijze gelieerd aan giganten in de energiesector, telecom, tech, of de zware industrie. Zo is in Nederland een reclamebureau gevestigd dat 26.700 reclameborden in Rusland heeft, waarvan sommige nu oorlogspropaganda faciliteren. Poetins militaire bank Promsvyazbank opereert in Nederland vanuit een walvisvormig kantoor in Amsterdam.

Waren in 2014 nog 305 Russische politiek prominente personen geregistreerd bij gereguleerde trustkantoren, in 2021 waren dat er nog ruim dertig. Onder de grote kantoren zijn dat er, volgens belangenvereniging Holland Quaestor, nog maximaal tien. We vonden in de schaduwtrustsector al twaalf politiek prominente personen, onder wie een minister van Economische Ontwikkeling en een onderminister voor Staatsbezit. Dat zijn er al meer dan de ‘nul tot tien’ die volgens Holland Quaestor nog bediend worden door de grote vergunde trustkantoren. Hoewel de meeste bv’s geen jaarcijfers publiceerden, vonden we onder de honderd Russische bedrijven acht bedrijven die dat wel deden. Zij zijn in ieder geval al goed voor 2,6 miljard euro aan omzet – Russisch geld dat zo ongezien door Nederland stroomt.

‘Bestuursdiensten én een adres verlenen, dat kwalificeert volmondig als een illegale trustdienst’

Het appartement van waaruit Willem Remmelink vastgoedfonds Horus runt, staat in schril contrast met de Moskouse appartementencomplexen die met het fonds uit de grond gestampt lijken te worden. Horus is eigendom van een fonds in Liechtenstein, dat in de Kamer van Koophandel van het dwergstaatje enkel medewerkers van een trustkantoor op de eigendomspapieren heeft staan.

Horus is volgens jaarverslagen en Russische bronnen in werkelijkheid in handen van Sergei Gordeev, voormalig Hogerhuis-lid en grootaandeelhouder van Ruslands grootste ontwikkelaar van ‘residentieel vastgoed’ – PIK Groep. Dat zette, vooral in Moskou, hele wijken van flatgebouwen neer en huisvest naar eigen zeggen meer dan twee miljoen mensen. In 2015 nam Remmelink het directeurschap over van het Nederlandse trustkantoor waar Horus eerst zat, tmf. Zonder op een specifieke casus in te gaan, laat tmf weten sinds de annexatie van de Krim in 2014 sommige cliënten te hebben laten gaan. ‘We hebben geen controle over wat ze daarna doen, of ze een structuur liquideren, naar een ander kantoor gaan, of de niet-gereguleerde sector in gaan.’ Remmelink bericht op geen enkele manier betrokken te zijn bij trustactiviteiten, en zegt in loondienst te werken.

Sinds 2019 breidt PIK internationaal uit: het investeert nu ook in vastgoed in de Filippijnen. Ook die activiteiten vinden plaats vanuit een Nederlands bedrijf, PIK International BV. Deze keer is de directeur een 31-jarige componist, die tot voor kort in dezelfde zorgflat, waar jong en oud tegenwoordig samenleven, aan het Rotterdamse Zuidplein woonde. Die klust, naast zijn werk in de culturele sector, klaarblijkelijk bij als algemeen directeur van de Filippijnse tak van een van de grootste bedrijven van Rusland. Het eerste bouwwerk in Manilla is inmiddels in aanbouw: een luxueus complex van 29 verdiepingen van ‘Europese kwaliteit’.

Het verhaal moet er nu maar ’ns uit, kopt een artikel van Trouw uit 1999. Het is een biecht van de Nederlandse advocaat Willem Remmelink. Remmelink vertrekt in de jaren tachtig naar de Verenigde Staten: ‘Ik was jong, advocaat, homo en Europeaan, een ideale mix om in New York populair te zijn.’ De jurist begint voor zichzelf en regelt licenties en belastingen voor Europese klanten. Hij duikt de culturele wereld en de filantropie in en huurt een huis in Miami Beach.

Uiteindelijk overtreft zijn leefstijl zijn inkomsten – en Remmelink, zo impliceert het artikel, ‘vult de gaten in zijn budget’ aan met geld van zijn cliënten. Tot zijn vriend, een balletdanser, op een ochtend de voordeur opendoet voor twee detectives. Remmelink wordt veroordeeld tot twee tot zeven jaar. Hij zit zijn jaren uit in de Altona-gevangenis, op de grens tussen Canada en Amerika, aan de Devil’s Den Road.

In onze database komt Remmelink vanaf 2015 naar voren als directeur van de bv van vastgoedmagnaat Sergei Gordeev. Maar hij werkt dan al langer voor Russische superrijken, blijkt uit de Pandora Papers, een lek van trustkantoren in belastingparadijzen in handen van het International Consortium of Investigative Journalists, gedeeld met Investico. In 2006 wordt Remmelink ‘zelfstandig bevoegd’ directeur van SAFMAR BV, volgens een uittreksel uit de Kamer van Koophandel historisch een ‘verhandelaar in emissierechten’ – gevestigd op een adres van Remmelink. Maar hij is alleen directeur voor de Nederlandse autoriteiten: volgens een contract uit het Pandora-lek heeft Remmelink in werkelijkheid geen enkele zeggenschap over het bedrijf.

Remmelink krijgt, volgens een ander document uit het Pandora-lek, opdracht om met miljoenen euro’s aan aandelen te schuiven tussen de Nederlandse bv en een bedrijf op Cyprus. Beide bedrijven blijken, via een chique adres in de Londense wijk Westminster, deel uit te maken van een eindeloos netwerk van firma’s van de steenrijke Rus Mikhail Gutseriev en familie. Gutseriev, die in de privatiseringsslag in de jaren negentig fortuin maakte in de olie-industrie, staat sinds 2021 op de Britse en Europese sanctielijst, wegens zijn lange vriendschap met de Belarussische president Loekasjenko. Toen had Remmelink het bedrijf alweer enkele jaren verlaten. Voor de advocaat leek de schaduwtrustsector overigens geen vetpot: voor zijn diensten voor SAFMAR BV ontving hij ogenschijnlijk eenmalig vijfduizend euro. Remmelink gaat niet in op vragen over SAFMAR.

Sommige bedrijven stapten van de door ons onderzochte trustkantoren over naar een kleiner, mogelijk minder strikt kantoor. Andere huurden een Nederlandse stroman in als bestuurder, zodat het er voor de fiscus uitziet als een doodnormaal bedrijf. Of zij knippen trustdiensten op. Dan regelen ze bijvoorbeeld een adres bij de ene aanbieder, en advisering, of een bestuurder, bij de andere. Dat gebeurt vaak via een tussenpersoon.

Iets vergelijkbaars zien we gebeuren bij Karpaty Chemical BV, dat eigenaar is van een petrochemische fabriek in Oekraïne, zo’n honderd kilometer ten zuiden van Lviv. Tot 2017 had Karpaty Chemical BV een Russische eigenaar, olieconcern LukOil, maar toen had de fabriek al jaren stilgestaan. Met de verkoop van Karpaty Chemical aan een Oekraïense en een Azerbeidzjaanse magnaat, van wie één voormalig topmanager was bij LukOil, draaide de fabriek weer naar hartenlust: in 2019 draaide het bedrijf een omzet van 470 miljoen.

Ondanks de overheveling van het bedrijf van Russische in (deels) Oekraïense handen bleef de bestuurder van de bv in Nederland gelijk, zij het nu via een management-bv: de 78-jarige Rumoldus de Schutter – die ook nog altijd drie Nederlandse bv’s van LukOil bestuurt. Karpaty Chemical verliet trustkantoor tmf in 2015.

Het aantal trustkantoren met vergunning neemt af, maar de signalen van illegale dienstverlening nemen toe

Karpaty Chemical BV krijgt bovendien de beschikking over een adres in een kantoorpand in het Betuwse Geldermalsen – op een industrieterrein waar voornamelijk lesauto’s en trekkers passeren. Daar is ook een ander bedrijf van De Schutter gevestigd, dat ‘buitenlandse bedrijven assisteert met het opzetten en ontwikkelen van bedrijfsactiviteit in Nederland’. Volgens de website heeft De Schutter achttien jaar ervaring in het verlenen van trustdiensten, maar geen van zijn bedrijven heeft als zodanig een vergunning bij De Nederlandsche Bank. De Schutter zegt in reactie niets van doen te hebben met trustdienstverlening.

‘Mogelijk levert de bestuurder, via een omweg, adresverlening aan het bedrijf’, zegt Cees Schaap, financieel forensisch onderzoeker en voormalig fraudeofficier van justitie, op de anoniem voorgelegde casuïstiek. Als iemand twéé vormen van trustdienstverlening aanbiedt, dan kwalificeert hij als illegaal, vertelt Schaap – ook als dat indirect gebeurt.

Vastgoedfonds Horus, dat sinds enkele weken gevestigd is op het woonadres van de Nederlandse bestuurder van het bedrijf, is een duidelijker geval. ‘Bestuursdiensten én een adres verlenen, dat kwalificeert volmondig als een illegale trustdienst.’

‘Maar het is heel moeilijk om duidelijk onderscheid te maken tussen wat wel en wat niet illegaal is’, voegt Schaap toe. Een beproefde methode om de Wet toezicht trustkantoren te ontlopen, is het in loondienst nemen van een bestuurder. Ook de bestuurder van Horus is, naar eigen zeggen, in dienst bij de bv. Zo’n arbeidsovereenkomst is naar de letter van de wet geen trustdienst maar gaat, volgens de toezichthouder, ‘op z’n minst in tegen de geest van de wet’.

Minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra zei half april in een Kamerbrief dat bij het handhaven van sancties in Nederland tot dan toe ‘in het algemeen’ voorspoedig en naar behoren is gehandeld, ondanks negatieve pers die anderszins schrijft. Al kon ‘niet geheel worden uitgesloten dat er zich Russische bezittingen in Nederland bevinden die zijn verbonden met gesanctioneerde (rechts)personen maar waar de relatie lastig is vast te stellen door doelbewust complex opgezette eigendomsstructuren’.

Oud-minister Stef Blok kreeg afgelopen zes weken de opdracht te verifiëren dat er niets gemist is bij het handhaven van de sancties. Hij kwam tot dezelfde conclusie. In het rapport, dat hij afgelopen vrijdag indiende, concludeert hij vooralsnog geen aanwijzingen gevonden te hebben dat er zaken gemist zijn bij de bevriezingen van Russisch geld. Toch wordt, door een datateam, nog steeds gezocht naar relaties met gesanctioneerde personen. Ook Blok loopt tegen complexe grensoverschrijdende constructies aan – lastig te ontwarren voor Nederlandse handhavers.

De door minister Kaag ingediende spoedwet die dienstverlening van Nederlandse trustkantoren aan Russen moet verbieden, ziet niet toe op illegale trustdienstverlening. In opdracht van het ministerie van Financiën loopt momenteel een onderzoek naar de levensvatbaarheid van de trustsector in z’n geheel, wegens de ‘hoge integriteitsrisico’s’ die met trustdienstverlening gepaard gaan.

‘Het had gewoon nooit zover moeten komen’, zegt advocaat Yvo Amar, gespecialiseerd in het sanctierecht. ‘We wisten allemaal dat er in Nederland allerlei shady bedrijfsstructuren actief zijn. Dat hebben we jarenlang ook aangemoedigd, door ons fijne investeringsklimaat te promoten.’ Volgens Amar valt helemaal niet vast te stellen of Nederland tot nu toe juist handelde in het handhaven van de sancties. Ook zelf kreeg Amar, die advies verleent op het gebied van sanctiewetgeving, adviesvragen van trustkantoren. Russische klanten vroegen de kantoren tóch die ene transactie te doen, of met vermogen te schuiven op papier. Dan moest Amar vertellen dat die acties onwettig zijn. ‘Het is niet vast te stellen wat nog is weggeglipt, maar ik kan je op een briefje geven dat het gebeurd is. En als dat al bij een cliënt van mij gebeurt, een vergund trustkantoor, dan daarbuiten zeker.’

Onvergunde trustdiensten zijn niet per definitie verboden, maar wie het randje overgaat, riskeert tegenwoordig veel. Althans, op papier. De Nederlandsche Bank kan, voor het illegaal verlenen van trustdiensten, een bestuurlijke boete opleggen tot vijf miljoen euro en een celstraf tot twee jaar.

dnb controleert echter ‘voornamelijk’ op basis van meldingen, laat ze in reactie op vragen weten. Daarvan ontvangt ze er jaarlijks enkele tientallen. Sinds de invoering van de Wet toezicht trustkantoren 2018 zegt dnb vier bestuurlijke boetes te hebben uitgedeeld voor het illegaal verlenen van trustdiensten. Een daarvan was voor trustkantoor BlauStein, dat activiteiten bleef verrichten nadat De Nederlandsche Bank de vergunning van het kantoor had ingetrokken wegens belastingontduiking, valsheid in geschrifte, mensensmokkel, oplichting en witwassen.

De Nederlandse trustsector verwelkomde jarenlang twijfelachtige bedrijven met open armen. Toen bleek dat veel trustkantoren het wel heel bont hadden gemaakt werd de sector aangesproken en kwam er strenge regulering voor de vergunde kantoren. Maar de illegale trustsector bleef ongemoeid en dus liep het water naar het laagste punt. Zo ontstond er een nóg groter probleem: niet alleen is er een plek waar shady bedrijven alsnog naartoe kunnen gaan, er is ook nog eens totaal geen zicht meer op. ‘En als je toch al buiten het toezicht opereert is het makkelijk om je met deze sancties vrijer te voelen om toch die betaling te verrichten, de transactie te doen, een structuur te verhangen’, zegt advocaat Amar. ‘De enige reden waarom je niet onder het toezicht van dnb wil vallen, is omdat je iets te verbergen hebt.


Rectificatie
In een eerdere versie van dit artikel stond dat Sergey Gordeev voormalig Doema-lid was. Gordeev was echter lid van de Federatieraad, het Russische Hogerhuis.