Een broodje cresson

De eenheid van de Europese cultuur is de basis van de Europese Unie, schreef de Europese Commissie kort na het Verdrag van Maastricht. De Europese cultuur onderscheidt zich door een pluralistisch humanisme dat ‘gebaseerd is op democratie, rechtvaardigheid en vrijheid’. Veel algemener hadden de twintig Europeanen in de Commissie het niet kunnen formuleren. Begrijpelijk: de verschillen tussen de afzonderlijke Europese landen in met name politieke cultuur zijn oneindig groot. Dat heeft de Commissie na deze week ook zelf in de gaten.

In de media-aandacht voor het debat in het Europees Parlement over het functioneren van twee commissieleden, afgelopen maandag in Straatsburg, werden de verschillen duidelijk. Terwijl het Franse commissielid Edith Cresson in Scandinavië en de Benelux levend werd gevild, draaide in Frankrijk de wereld door, met als hoogtepunt Cressons rosbief-champagnemenu voor bevriende journalisten. In juli vorig jaar al kwam de Franse pers met onthullingen dat de voormalige premier een bevriend tandarts aan een baan bij de Commissie had geholpen; toch bleef de reactie daar lauw. Zoals ook nu nog maar weinig Parijzenaars ervan wakker liggen dat ‘hun’ Euro-commissaris twee weken lang het epicentrum van de Euro-crisis personifieerde. Welke gevolgen heeft dit voor de beeldvorming rond Europa? vroeg een journalist aan christen-democratisch europarlementariër Maij-Weggen. Daar ging het helemaal niet om, deed zij de vraag af. Het ging slechts om de problemen van fraude en nepotisme in de Commissie en zeker niet om wat de mensen ervan zouden denken. Andere parlementariërs waren eerlijker en gaven toe dat het imago van de Europese Unie weer tot een dieptepunt was gedaald. En dat, treurden ze, terwijl een week eerder bij de glorieuze invoering van de gemeenschappelijke munt het Europese vuur brandde als nooit tevoren. In het felle debat over het functioneren van Cresson en vice-voorzitter Manuel Marín kregen de europarlementariërs de gelegenheid uit hun schulp te kruipen. Met de verkiezingen van juni aanstaande in het vooruitzicht had de 'papieren tijger’ eindelijk dé mogelijkheid zijn tanden te laten zien, wat ook werd geprobeerd. Als aardig neveneffect kon het parlement zichzelf van iedere smet zuiveren, de ophef over salarisschalen en dubieuze onkostendeclaraties bij Europese burgers nog vers in het geheugen en met de Europese verkiezingen van 18 juni in het vizier. De parlementariërs deden hun uiterste best en wisten de schijn op te houden dat het hier om een serieuze crisis ging. Maar alle inspanningen ten spijt: een papieren tijger wordt geen bijtende leeuw. De machtsverschillen tussen een regulier parlement als de Nederlandse Tweede Kamer en het Europees parlement zijn zó enorm dat het 'crisisdebat’ veel weg had van een schijnvertoning. Natuurlijk was wat Cresson en Marín hadden gedaan laakbaar, maar de hele Commissie wegsturen? Een enkele commissaris ter verantwoording roepen is niet mogelijk, terwijl in een reguliere parlementaire democratie een minister zonder pardon kan worden afgezet, zonder meteen het hele kabinet mee te slepen. Met dit verschil kon het dus geen serieuze crisis worden. Zoals verschillende fracties in het Europees Parlement na het debat afgelopen maandag terecht weer eens opmerkten, ligt in de democratie het grote Europese probleem. Het is mooi dat commissievoorzitter Jacques Santer in het heetst van de strijd een fraudeplan heeft opgesteld, maar het zou verstandiger zijn als hij op de komende Eurotop in Keulen (juni dit jaar) de democratische beginselen ter sprake bracht. Met een zo vergevorderde eenwording in Europa zou het raadzaam zijn om, zoals vele eurosceptici al jaren betogen, nog eens naar de verschillende machtslichamen te kijken. Een Europese cultuur die op iets meer gebaseerd is dan 'democratie, rechtvaardigheid en vrijheid’ alleen, kan misschien nog groeien. Daar is tijd voor nodig. Voor Europese democratie zijn initiatieven nodig. Wanneer de Europese eenwording zo ver wordt doorgevoerd als nu het geval is, hebben de 360 miljoen Europese burgers, zoals de linkervleugel van het Europarlement al jaren betoogt, recht op een parlement dat in staat is als volwaardige partner de twintig grote Eurobazen te kunnen controleren en wellicht ook zelf te kiezen. Misschien dat dan ook weer gesproken kan worden over de opvolging van de Nederlandse commissaris Van den Broek. Want terwijl eind vorig jaar de mogelijke opvolgers nog dagelijks over elkaar heen buitelden, is het rond hem nu ijzingwekkend stil.