Burgerpanels denken mee met de overheid

Een cadeau aan de politiek

Overal in Europa wordt geoefend met wettelijk vastgelegde permanente burgerdialoog, zoals de G1000. Maar zo veel als er wordt geëxperimenteerd in het buitenland, zo terughoudend is men in Nederland. Toch: ‘Als mensen eenmaal aan die ronde tafels zitten, gebeurt er echt iets met ze.’

Wat is politiek? Wat is democratie? Steeds vaker stel ik me die vraag. Is politiek wat we zien op tv? De verhitte en zich verkneukelende nos-verslaggevers als er weer eens ‘ruzie’ is in Den Haag en er weer ‘koppen dreigen te rollen’? Is politiek dat verslaggever Jaïr Ferwerda van Jinek met de premier een glas rode wijn achterover slaat onder de vermelding: ‘Daar gaat weer een rooie.’ Is het politiek als partijleiders elkaar beschuldigen van grepen uit de kas? Of als een fractievoorzitter zich poserend op zijn pianovleugel laat fotograferen? Is het zeggen dat je ergens geen herinnering aan hebt? Is politiek een rechter die maatregelen van de overheid terugdraait? Is het iets van de elite, van het kartel? Of is politiek van iedereen? Zijn wij allemaal de politiek, zoals de Denker des Vaderlands Daan Roovers stelt in haar boekje Wij zijn de politiek?

In het Belgische Mechelen vroegen ze zich ook af wat politiek eigenlijk is. En ze wilden het de mensen laten ervaren. Ze zeiden: ‘Stel je voor… Iedere burger krijgt vandaag één vierkante meter grond cadeau. Met als opdracht de nieuwe horizon van de stad te scheppen: een nieuw vergezicht. Wat zou je doen als burger?’

Aan één vierkante meter heb je niks. Bouw je er iets op, pas je er zelf niet meer bij. Laat je hem leeg, brengt hij je weinig. Je zult moeten samenwerken om dat vergezicht, die samenleving te scheppen. Dat is de grond der dingen. En zo heet dit project van theatergezelschap ARSENAAL/LAZARUS en Museum Hof van Busleyden in Mechelen dan ook: ‘De grond der dingen’. Bewoners dienden 206 ideeën in voor de inrichting van één of meer vierkante meter. De stad heeft daarvoor twintigduizend vierkante meter ter beschikking gesteld. Met dit kunstproject proberen de kunstenaars mensen zelf weer te laten voelen hoe complex politiek is.

Grond was vanaf het moment dat de mens met landbouw begon en hekken plaatste de basis van macht, en de reden voor overleg, regelgeving en samenwerking. Later kwam daar water bij en nog niet zo lang geleden lucht en ook ideeën. Inmiddels gebruiken we elke vierkante meter land boven- en ondergronds voor een veelheid van gemeenschappelijke zaken: er liggen stroomkabels, waterleidingen, rioleringen, glasvezel-, elektriciteits- en gasleidingen, maar ook archeologische resten.

Het beheer van de vierkante meters is vele malen complexer dan duizenden jaren geleden. En de politiek ook. De systemen zijn zo ingewikkeld geworden dat zelfs politici niet meer helemaal begrijpen hoe de gemeenschappelijke zaak op een zo goed mogelijke wijze te dienen. En toch moeten zij telkens weer uitleggen hoe ze dat doen.

Wie naar de in deze complexiteit verstrikt geraakte politici moet luisteren, ervaart onmacht. Het leidt tot frustraties bij burgers. Ze verwijten politici dat ze ‘niets doen en er vooral voor zichzelf zitten’. Politici lijken zich ook steeds ongemakkelijker te voelen. Want hoe moet je voor de camera’s doen geloven dat je weet wat je doet, terwijl je zelf de greep op het systeem verliest: op het klimaat, op de migratie, op de bestuurbaarheid van (met ict worstelende) overheidsdiensten als de Belastingdienst, het uwv, het Openbaar Ministerie, de Douane, of het ministerie van Justitie en Veiligheid?

Nu de zaken steeds vaker te complex zijn om te doorgronden, lijkt niets meer helemaal waar te kunnen zijn. Onwelgevallige feiten kunnen makkelijk worden afgedaan als fake news. Lastige tegenstanders kun je elk moment voor leugenaar uitmaken. En je mag zelfs de volgende dag schaamteloos ontkennen dat je dat deed. Het spel verruwt en versimpelt tot het afschuiven van de verantwoordelijkheid op de ander. En daarmee bestaat het risico dat politici de democratie in haar geheel delegitimeren; dat omgangsregels en instituties hun waarde verliezen. Of in andere woorden ‘dat de overheid zelf de democratische rechtsorde ondermijnt’, zoals Herman Tjeenk Willink stelt in zijn essay Groter Denken. Kleiner Doen uit 2019. En dat burgers de waarde van de democratische rechtsstaat uit het oog verliezen.

Het vertrouwen in politieke partijen is inmiddels wereldwijd op een dieptepunt, constateert cultuurhistoricus David Van Reybrouck, schrijver van het in twintig talen vertaalde essay Tegen verkiezingen dat hij in 2013 uitbracht. In mijn zoektocht naar wat politiek en democratie zijn, ontmoette ik hem najaar 2019 in de binnenhof van het conferentieoord Kloster Heidberg in het Oost-Belgische stadje Eupen. Hij had er tientallen politici, denkers en bestuurders verzameld om na te denken over nieuwe vormen van democratie en politiek, tijdens een G1000-summerschool.

Van Reybrouck zei me toen: ‘Er zit heel veel democratie in de onderbuik van mensen. Ze zijn kwaad. Ze willen directe invloed. Wij proberen die onderbuikgevoelens weer te benutten om tot beredeneerde besluiten te komen: gezamenlijk. In een nieuw bi-representatief stelsel. Met naast een gekozen parlement ook gelote burgerraden.’

‘Burgers komen echt niet met radicale voorstellen als: waarom schaffen we de belasting niet af?’

Op de conferentie tref ik 55 parlementariërs, gemeenteraadsleden, regiobestuurders en ambtenaren uit allerlei landen. Politici die (willen) experimenteren, op zoek naar de democratische graal, omdat ze het vertrouwen in de politiek willen helpen herstellen. Omdat ze de ineenstorting van de instituties van de liberale democratie willen voorkomen, en het populisme wind uit de zeilen willen nemen. Termen als preferendum, nieuwe democratie, deliberatieve democratie, citizen assemblies, citizen juries, civic lotteries, mini publics gaan veelvuldig over de tafel. Er klinkt Bosnisch, Vlaams, Deens, Frans, Duits, Fins, Engels, Iers en Australisch. Men is enthousiast over de nieuwe mogelijkheden.

Aristoteles zei: ‘Democratie is het regime van de vrijheid. Vrijheid betekent afwisselend besturen en bestuurd worden.’ Van Reybrouck vraagt zich af: ‘Waarom wordt het denkend vermogen van de bevolking niet beter benut?’ Als politici het niet meer alleen af kunnen, als de situatie te complex is geworden, als men bang is voor de reactie van de kiezer, dan moeten de burgers wellicht samen worden geroepen om de impasse te doorbreken, zo is het idee. Om politici hulp en comfort te bieden bij het nemen van besluiten. Burgers zouden bondgenoten van overheden kunnen zijn.

Het klinkt als een droombeeld, maar het gebeurt steeds meer, blijkt ook tijdens de summerschool in Eupen. Er wordt geëxperimenteerd, er zijn stappen gezet, maar er zijn ook nog veel vragen. Van Reybrouck houdt de deelnemers voor dat er een momentum is voor burgerbetrokkenheid bij de politiek. Maar hij stelt ook: ‘Het is met experimenten in deliberatieve democratie als met yogastudio’s: je ziet ze nu overal, maar sommige doen meer kwaad dan goed.’ Tijdens de bijeenkomst delen de voorlopers hun successen en dilemma’s openhartig. Ik laat me erin meenemen, op zoek naar antwoorden op de vraag of politiek en democratie ook daadwerkelijk iets van iedereen kan zijn.

Het voorbeeld dat altijd wordt genoemd als het om deliberatieve democratie gaat, is het Ierse. Art O’Leary speelde daarin een sleutelrol. Op een natte vrijdagavond in 2011 ging bij O’Leary thuis in Dublin de telefoon. Hij was destijds ambtelijk directeur bij het Ierse parlement. ‘Hallo Art’, klonk het aan de andere kant van de lijn. ‘Ik heb een baan voor je.’ Het was een medewerker van de Ierse premier. ‘Dank je. Dat is heel aardig van je, maar ik heb al een baan’, antwoordde O’Leary.

In die dagen, zo vertelt O’Leary aan de zaal in Eupen, ging Ierland door de diepste financiële crisis uit de naoorlogse geschiedenis. Het land stond onder curatele van het imf en de ecb, omdat het bijna failliet was. Veel mensen hadden hun baan verloren of konden hun hypotheek niet meer betalen. Het vertrouwen in de politiek was door de crisis op een dieptepunt. Hoe kon de nieuwe regering het land uit de impasse leiden en het vertrouwen van de Ieren herwinnen?

Het avondlijke telefoontje zou het startpunt blijken van een democratisch experiment dat zijn gelijke niet kende in de internationale naoorlogse politieke geschiedenis. O’Leary wist van 2013 tot 2014 een op loting gebaseerde grondwettelijke conventie te organiseren; 66 gelote burgers en 33 politici kwamen, begeleid door moderatoren, twaalf weekenden in veertien maanden bijeen. Nadat ze hadden geluisterd naar de input van experts en andere insprekers wisten ze dilemma’s op te lossen waar politici niet uit kwamen en leverden ze 38 aanbevelingen. Het betrof zeer gevoelige en complexe kwesties als het homohuwelijk en het verwijderen van godslastering uit de grondwet, waarover het katholieke Ierland al decennia verdeeld was. Sommige aanbevelingen werden direct verwerkt in de nieuwe grondwet. Andere werden in de jaren erna behandeld in citizen assemblies en vervolgens in referenda.

Aan het einde van de conventie was iedereen een beetje verrast over de resultaten, vertelt O’Leary. Werken met een gelote raad van burgers bleek een goede manier om met complexe politieke zaken te dealen. In de samenwerking zagen burgers hoeveel politici weten en hoeveel tijd ze in hun werk steken. Politici ontmoetten burgers die hen nu eens niet vol op de persoon aanvielen via Twitter of op een inspraakavond. Er ontstond wederzijds vertrouwen in een veilige omgeving, waarin tijd was voor goede discussie.

In Frankrijk praten 150 gelote burgers over verlaging van de broeikasgasuitstoot met veertig procent

Tijdens de opvolger van de grondwettelijke conventie, de Ierse burgerraad van 2016 tot 2018, kwamen complexe kwesties als de aanpak van de klimaatproblemen, vergrijzing van de bevolking, de manier waarop je referenda kunt houden, en het gevoeligste dossier in het katholieke Ierland, abortus, aan bod. Deze tweede burgerraad bracht een breed gedragen consensus over abortus die uiteindelijk via een referendum in de wet werd opgenomen.

Niet alles bleek succesvol op te lossen met de burgerraad. De aanbevelingen op het gebied van klimaatverandering verdwenen in een la, omdat de politiek deze niet wilde overnemen en het niet tot een referendum leidde, zo vertelt dr. Rachael Walsh, assistant professor aan het Trinity College Dublin, die er onderzoek naar deed.

Van Reybrouck, die tot zijn dertigste niets van politiek moest hebben, vertelt me hoe hij kwam tot het schrijven van het pamflet Tegen verkiezingen, het essay dat hem het boegbeeld maakte van een snel groeiende beweging van intellectuelen, burgers en ook politici die zoekt naar mogelijkheden om de kloof tussen de burgers en de politiek te overbruggen. Het begon in 2011, tijdens de langste kabinetsformatie ooit in België. ‘Ik kon het niet meer aanzien. Die belachelijk lange formatie kwam voort uit pure onwil en angst van onze politici voor de volgende verkiezingen. Ik zat achter mijn computer en dacht: ik weet niet of het woord “post-representatieve democratie” bestaat, maar laat ik dat eens googelen.’

Toen ging een wereld voor hem open. In heel veel landen bleken mensen op zoek naar democratische alternatieven. Zelf besloot hij met een groep Belgische burgers in 2011 ook een experiment te doen. Ze noemden het een G1000, naar analogie van de G8 en de G20 van rijkste landen. Ze brachten een groep van uiteindelijk 704 gelote burgers bijeen die een lijst van urgente thema’s bestudeerden en een lijst van aanbevelingen opstelden. Daarna publiceerde hij in 2013 zijn essay Tegen verkiezingen. Sindsdien mocht hij op de koffie bij Europese leiders, en bij voormalig VN-baas Kofi Annan. Zijn boodschap: ‘Gelote burgerraden leiden tot aanbevelingen van hoge kwaliteit, omdat gelote burgers niet bang hoeven te zijn voor hun achterban. Ze hoeven niet zoals politici te worden herverkozen, en kunnen zich focussen op het algemeen belang en de lange termijn. Deze burgerraden kunnen voor politici de hete kastanjes uit het vuur halen. Zij kunnen de meest controversiële onderwerpen ontmijnen. Dat is een cadeau voor politici.’

Zijn ervaring met de G1000 was intensief. ‘Maar ik zou het niet nog een keer zo doen.’ Daarvoor waren er te veel kinderziektes. Om de legitimering en representativiteit te garanderen staken ze achteraf gezien te veel tijd in techniek, statistiek. Het grootste probleem was echter dat de politiek niets met de aanbevelingen deed, omdat die zich niet vooraf noch achteraf wilde committeren aan dit spontane burgerinitiatief. Van Reybrouck trok daar de conclusie uit dat een gelote burgerraad alleen effectief kan zijn als de politiek vooraf verklaart dat ze de aanbevelingen serieus zal bekijken.

In 2018 kwam er een herkansing toen de Duitstalige regio Ostbelgien zich meldde. Of Van Reybrouck een proces wilde organiseren voor een permanente burgerdialoog gebaseerd op de principes van loting en deliberatieve democratie. Of hij een wettelijk ingebedde burgersenaat wilde ontwerpen die naast en aanvullend op het parlement zou gaan opereren. ‘Een enorme kans’, aldus de cultuur-historicus, om de geleerde lessen van de G1000 toe te passen. Nu met de politiek als opdrachtgever, met voldoende budget en tijd, met een parlement dat zich committeert aan deze vernieuwing van de democratie.

Met een internationale groep ervaringsdeskundigen, politicologen en grondwetsdeskundigen trok Van Reybrouck zich in de zomer van 2018 drie dagen terug in Kloster Heidberg in Eupen. Hun vragen bij het ontwerpproces: wie mag de agenda bepalen van de burgerraad? Hoe zorgen we ervoor dat de aanbevelingen ook besproken worden door de politiek? Moeten de deelnemers aan de burgerraad worden betaald? Hoeveel mensen nemen zitting in een burgerraad? Wat zijn onze criteria voor representativiteit? Mogen alleen burgers meedoen of alle inwoners (dus ook buitenlanders)? Wat moet het budget zijn?

De week na de G1000-summerschool in Eupen is de burgerraad van Ostbelgien met 24 gelote burgers van start gegaan. In deze met 76.000 inwoners kleinste federale regio van Europa heeft het parlement als eerste in de wereld wettelijk vastgelegd dat er een permanente dialoog moet plaatsvinden tussen gelote burgers, en dat hun adviezen dienen te worden gewogen in de beraadslagingen van het verkozen parlement. Het resultaat is nu al dat het bezadigde hoofdstadje Eupen is uitgegroeid tot een internationale trekpleister voor democratisch toerisme. The Economist, de Duitse, Franse, Italiaanse tv en veel bestuurders kwamen hier in dit verstilde heuvellandschap hun licht opsteken.

In de net aangetreden eerste coördinerende burgerraad zitten onder meer een bouwvakker en een laborant. De raad maakt een agenda van voorlopig maximaal drie thema’s die in een jaar behandeld gaan worden door speciaal voor die taak weer gelote burgers in raden van 25 tot vijftig personen. De coördinerende raad ziet toe op de ad random selectie van de burgers in de specialistische burgerraden. Ze regelt de experts die komen inspreken. En ze controleert na afloop of het parlement de aanbevelingen van de burgerraden voldoende serieus en binnen de tijd behandelt. Mocht het parlement een advies niet overnemen, dan dient het dit schriftelijk grondig te onderbouwen. Afkeuren betekent dat er kritische vragen van de pers en de gemeenschap volgen. Dus dat kan niet zomaar.

Inmiddels heeft de coördinerende raad het eerste thema vastgesteld. Vanaf april gaat een specialistische burgerraad nadenken over de werkomstandigheden van mensen in de zorg. ‘Het is typisch een thema waar de politiek niet op was gekomen’, zegt Yves DeJaeghere, coördinator van de G1000-summerschool. Het lijkt klein en willekeurig, maar de aanbevelingen kunnen behoorlijke consequenties hebben. Als de arbeidsomstandigheden voor verpleegsters worden verbeterd, kunnen ook de agenten, onderwijzers of brandweerlieden daar rechten aan proberen te ontlenen. Politici volgen het volgens hem met argusogen.

‘In het verleden verdween de input van Europese burgerdialogen in de zwarte doos van de commissie’

Die politieke kaste heeft in Ostbelgien een deel van haar macht afgestaan aan de burgers. Oud-parlementsvoorzitter Miesen, die mede aan de basis stond van de permanente burgerdialoog: ‘Dat leidde natuurlijk tot koudwatervrees bij politici. Niet iedereen is ervan overtuigd of dat werkt. Ook hier niet.’ Maar na een eerder experiment in 2017 met een burgerparticipatieproject rondom kinderopvang heeft men ervaren dat burgers veel meer verantwoordelijkheidszin hebben dan gedacht. ‘Ze komen echt niet met radicale voorstellen als: waarom schaffen we de belasting niet af?’

De deelnemers aan de G1000-summerschool in Eupen luisteren (net als bij normale G1000-bijeenkomsten) al zittend aan ronde tafels. Na elke presentatie formuleren ze aan hun tafel vragen die ze vanuit hun eigen democratische projecten hebben: hoe organiseer je de loting? Wat doe je om die gelote burgers voldoende kennis te bieden, zodat ze gefundeerde voorstellen kunnen doen? Hoe komen ze tot adviezen? Hoe houd je lobbyisten buiten de deur? Hoe krijg je politici zo ver dat ze een deel van hun macht afgeven en dat ze aanbevelingen overnemen?

De Ier O’Leary antwoordt: ‘Zorg voor een veilige atmosfeer. Leid experts voor aan de gelote burgers, zodat die hun kennisniveau op peil kunnen brengen. Waarschuw lobbyisten dat als ze de leden van de burgerraad privé proberen te benaderen sancties volgen.’

Loting kan op verschillende manieren, zo blijkt tijdens de presentaties. In Australië bij de burgerraad over de opslag van atoomafval schakelden ze een pollingbureau in. Soms trekken ze burgers via alle telefoonnummers die er in een land zijn. Dan weer gebruikt men een trekking uit de centrale burgeradministratie. Belangrijk is, zo stellen De Jaeghere en O’Leary, dat minstens de verdeling op leeftijd, sekse en inkomensklasse of woonplaats in de gaten wordt gehouden. En als te veel burgers van één categorie reageren op een uitnodiging deel te nemen aan een gelote burgerraad, dan doe je een tweede loting uit de aangemelde burgers waarbij je ervoor zorgt dat elke categorie evenredig is gerepresenteerd.

Op de vraag hoe je de wijsheid die tijdens een gelote burgerraad wordt opgebouwd beter kunt verspreiden, antwoordt O’Leary: marketing. Alle zittingen van de burgerraad worden live op internet uitgezonden. De stukken en de adviezen van de experts worden gepubliceerd, zoals ook de uiteindelijke aanbevelingen van de burgerraad. ‘In de referenda over abortus en het homohuwelijk hadden de mensen vervolgens de mogelijkheid zich goed te informeren. Ze konden op de website van de constitutionele vergadering nalezen wat de gelote burgers tijdens de burgerraad al voor hen hadden uitgezocht.’

Journalisten hadden tijdens de Ierse burgertop over de grondwet toegang tot de burgers in de raad. Ze mochten ze interviewen. O’Leary: ‘Ze konden de stukken lezen, ze mochten bij de feedback-bijeenkomsten zijn waar werd gepresenteerd wat de gesprekken aan de ronde tafels hadden opgeleverd. Maar ze mochten niet aan de ronde tafels zelf zitten. De mensen aan de tafel moesten de privacy hebben om in overleg hun eigen mening te vormen.’

Er gebeurt veel op het gebied van de deliberatieve democratie, zo blijkt. Ierland gaat een burgerraad organiseren rondom genderkwesties. De Franse president Macron is een ambitieuze klimaatconferentie begonnen met 150 gelote burgers. Zij hebben de opdracht tot aanbevelingen te komen die de broeikasgasuitstoot in 2030 (in vergelijking met 1990) met veertig procent kunnen helpen verlagen.

‘Een kwaaie tweet versturen is niet moeilijk. Interessante beleids-aanbevelingen formuleren, dat is wel wat anders’

Inmiddels is de Convention Citoyenne pour le Climat vier van de geplande zeven keer bijeen geweest. Op 10 januari sprak Macron de burgerraad toe en noemde de conventie een ‘zeer belangrijk moment voor de Franse democratie’. Hij stelde vast dat de centrale vraag tegenwoordig luidt: ‘Hoe een transformatie realiseren in een democratie die op dit moment niet alle middelen heeft om haar angsten en onzekerheden te overwinnen?’ Mensen zijn zich volgens hem bewust van de complexiteit van de problemen en de grote veranderingen op het gebied van techniek en klimaat, die grote gevolgen hebben voor de samenleving. ‘Er zijn mensen die snel en flink willen veranderen. Anderen willen dat niet, omdat ze bang zijn, of omdat het tegen hun belang in gaat.’

De burgers accepteren niet meer dat de besluiten van boven naar beneden worden genomen. Daarom zoekt hij als politicus steun bij de gelote burgerraad: ‘U bent bij loting getrokken. U vertegenwoordigt alle leeftijden en alle aspecten van onze samenleving. Ik dank u dat u uw tijd geeft om hier te delen en te leren. Dat is waar een samenleving om draait.’

Na de eerste bijeenkomst in oktober publiceerden de 150 burgers al enkele gezamenlijke statements op de website waaruit blijkt hoe serieus ze hun opdracht nemen en hoe moeilijk ze deze vinden. Ze beklemtonen dat ze het niet alleen kunnen. De verslaglegging op de site maakt ook duidelijk hoe de burgerraad worstelt met het strakke tijdspad: ‘We hebben achttien dagen, geen zes maanden, en het is knap frustrerend om in zo’n beperkt tijdspad onze voorstellen te moeten doen.’

De basis van deze burgerraad is volgens Yves DeJaeghere goed. Er is veel in geïnvesteerd, zodat er goede professionele ondersteuning is van moderatoren die de gesprekken begeleiden, en van een pollingbureau dat de loting verzorgde. De 150 getrokken burgers krijgen een vergoeding van 86 euro per dag. Transport, overnachting en catering zijn ook vergoed, evenals kinderopvang. Om de discussies te voeden mogen de burgers wetenschappelijke, sociale en economische experts raadplegen. En er staat hun een technisch en juridisch team ter beschikking dat ze helpt om de aanbevelingen om te schrijven in wetsvoorstellen. ‘Maar het verhaal is pas rond als de politiek echt iets met de aanbevelingen doet. Zolang de politiek aan het einde van het proces de handrem in handen heeft, bepaalt die of een deliberatief proces succesvol is.’

In Eupen heeft de politiek al toegestaan dat de burger meer macht krijgt. En ook elders wordt er meer en meer geoefend met wettelijk vastgelegde permanente burgerdialoog, via loting en deliberatietechnieken. De Brusselse regioraad met een parlement dat door meer dan een miljoen kiezers wordt verkozen heeft eind december ingestemd met diverse deliberatieve, gelote burgerpanels die de komende jaren beleid gaan maken. DeJaeghere ziet het als een ‘grote nieuwe stap in België’, omdat de schaal hier veel groter is dan in Ostbelgien. Hier kan worden getest of permanente deliberatieve democratie ook op grote schaal kan werken.

Ook elders in Europa experimenteert men. In Spanje heeft de nieuwe linkse regering aangekondigd dat er een klimaatconferentie met gelote burgers komt, in navolging van Frankrijk. Ook in het Verenigd Koninkrijk heeft het parlement in november dertigduizend ad random gekozen burgers aangeschreven om deel te nemen aan een burgerconventie bedoeld om de broeikasgasemissie in 2050 tot nul terug te brengen. De conventie zal dit jaar van start gaan. Steden als Leeds, Gdansk, Krakau en Cambridge experimenteren of beginnen op korte termijn met burgerraden. Kopenhagen heeft net een burgertop rond mobiliteit gedaan. Schotland is nu bezig met een conventie over de toekomst van het land. In het Zwitserse Sion is net een proefproject geweest waarbij burgers de vragen voorbereiden die in een referendum worden voorgelegd.

En 9 januari heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen die voortborduurt op het voornemen van de nieuwe EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen om vanaf 2020 een twee jaar durende conferentie over de toekomst van Europa te beginnen, met daarin een actieve rol voor burgers. Het EU-parlement ondersteunt dit idee. Het spreekt over thematische ‘burger-agora’s’ van maximaal tweehonderd tot driehonderd personen uit alle landen. Het stelt voor op 9 mei (Schuman-dag) te beginnen, als de Europese Unie en haar voorgangers zeventig jaar bestaan. Zo zouden de EU-burgers, tien jaar na het in werking treden van het Verdrag van Lissabon, de kans krijgen om een robuust debat te voeren over de toekomst van Europa en de vorm die de EU moet aannemen.

Of in dit proces daadwerkelijk plaats zal zijn voor loting en deliberatieve technieken moet nog blijken. Het is de vraag of Europa het aandurft om zo diepgaand te experimenteren met de democratie. ‘In het verleden verdween de input van Europese burgerdialogen in de zwarte doos van de commissie en zag je er niets meer van terug’, aldus DeJaeghere.

Zo veel als er wordt geëxperimenteerd in het buitenland, zo terughoudend is men in Nederland. De experimenten met loting vinden vooral lokaal plaats. Groningen heeft inmiddels twee jaar een coöperatieve gelote wijkraad. In Amersfoort zijn diverse G1000’s georganiseerd, in Rotterdam en enkele kleinere steden experimenteert men voorzichtig met nieuwe vormen van democratie. Methodologisch is men nog zeer zoekend. Soms maakt loting geen deel uit van de procedure, dan weer ontbreekt het aan tijd of geld en komt men niet verder dan één bijeenkomst die geen goede follow-up krijgt. In november was er voor het eerst op regionaal niveau een tentatieve burgertop Schiphol. Burgers kwamen samen, maar niet op basis van loting, niet op verzoek van de overheid. Vooraf was niet duidelijk wat er met de opbrengst zou gaan gebeuren.

Nederland, zo stelt Van Reybrouck, loopt achter. ‘De motor van de democratische vernieuwing sputtert er.’ Waarom? ‘Misschien zijn politici erg geschrokken van het volk, na de politieke onrust met de opkomst van en de moord op Fortuyn en daarna de referenda over de Europese grondwet en over de associatieovereenkomst met Oekraïne.’ Het is jammer, aldus Van Reybrouck. ‘Op initiatief van d66 was er vijftien jaar geleden een burgerforum Kiesstelsel over electorale vernieuwingen. Maar dat is een stille dood gestorven toen d66 in 2006 uit de regering vloog, terwijl er inhoudelijk heel goed werk is verricht. Toen, in 2006, liep Nederland nog voorop.’

Sceptici van loting in Nederland zijn vaak ook bang dat Forum- en pvv-stemmers ingeloot worden. David Van Reybrouck: ‘Ik zeg: prima. Ze zijn meer dan welkom. Ze zijn deel van de bevolking en ik wil weten wat ze vervelend vinden en wat ze als een verbetering zouden zien.’ Tegen mensen die bang zijn dat burgerpanels rare voorstellen als de doodstraf of etnische zuiveringen opleveren, zegt hij: ‘In het decreet dat hier in Duitstalig België de permanente burgerdialoog regelt, staat heel duidelijk dat alles zich afspeelt binnen het kader van de mensenrechten en de internationale verdragen die België heeft afgesloten.’

En het belangrijkste, zo stellen Van Reybrouck, O’Leary, DeJaeghere en Miesen: deelnemen aan een burgerraad is een transformatief proces. Democratie zoals die nu functioneert frustreert mensen vaak. Het voelt als iets waar je geen deel van uitmaakt. ‘Maar’, zegt Van Reybrouck, er zijn deelnemers die me na de G1000 in België vertelden dat het, na de geboorte van hun kind, de mooiste gebeurtenis uit hun leven was: de kans om vrij en respectvol te overleggen met anderen die je normaal nooit zou ontmoeten, en om samen na te denken over wat het beste voor het land is. Als mensen eenmaal aan die ronde tafels zitten, gebeurt er echt iets met ze.’

Uiteindelijk groeit de hele democratische cultuur op die manier, zo stellen de voorstanders van deliberatieve democratie. ‘Het is nogal gemakkelijk om op alles af te geven in een onmiddellijke reflex’, zegt Van Reybrouck. ‘Een kwaaie tweet versturen is niet moeilijk. Daar zijn duizenden en duizenden mensen de hele dag mee bezig. Maar interessante beleidsaanbevelingen formuleren met een zaal mensen, dat is wel wat anders. Dat is een ongelooflijke democratische leerschool. Ik snap dus niet waarom zoveel politici zo angstig en afwijzend staan tegenover deze nieuwe vorm van democratie. Het is een cadeau en het helpt leiders te leiden, juist als het om heel complexe thema’s gaat.’


Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt door het Haagse debatcentrum De Tussenruimte bij Emma. De Groene organiseert in samenwerking met De Tussenruimte de debatserie Nieuwe Democratie. Op 20 februari spreekt Herman Tjeenk Willink in De Tussenruimte