Een carrousel van wreedheden

Tournee volgt nog. Inlichtingen: Marleen Verbeeck, 00-32-25144377
Het duurde maar een uur, de voorstelling Tweelingen van het Ensemble Leporello die het afgelopen weekend voor het eerst in Nederland was te zien. Maar in dat ene uur vonden er wel twintig, dertig moorden plaats. Er werd aan de lopende band geschoten, gestoken en gewurgd. Injectienaalden zwaaiden in het rond en men jaagde zichzelf en elkaar de meest uiteenlopende drugs en vergiften door de aders.

Als de personages niet dood neervielen, raakten ze wel op slag blind, doof of verlamd. Maar al stierven ze nog zo'n gruwelijke dood, steeds zag je die hoopjes mens weer tot leven komen, en kreunend hesen ze zich overeind tot het moment van de volgende aanslag. Het leek wel een verzameling hoogtepunten uit de allerhardste misdaad- en zombie-films.
Maar zo afschrikwekkend is Tweelingen niet. Op het toneel is geen bloed te zien. De spuiten zijn kinderspeelgoed, het mes komt uit de fopwinkel, en een ieder die van plan is het knalpistool te gebruiken is zo vriendelijk het publiek even te waarschuwen, zodat het de vingers in de oren kan stoppen. En de sterfscenes worden uitgespeeld met een vette knipoog. De vier spelers bestrijden elkaar in een wedstrijdje wie er op de raarste, de goorste, de elegantste of de meest originele manier kan sterven. Eigenlijk is het een ouderwets avondje variete-theater. Compleet met onverwachte gasten. In De Balie werd de voorstelling, die op zich al bestaat uit een opeenstapeling van losse scenes, onderbroken door intermezzo’s van twee klassieke zangers, een trommelaar en acteur Ali Cifteci, die een lied zong in zijn moedertaal waarbij hij zich op de saz begeleidde. Die intermezzo’s zullen bij de komende tournee van Tweelingen telkens door plaatselijke ‘kunstenmakers’ worden ingevuld. Op het eerste gezicht is dit een heel ander soort theater dan wat het Ensemble Leporello eerder in Nederland liet zien. Vooral de ruwheid en het gespeelde amateurisme staan haaks op de afgewerkte vorm van andere produkties die door (afzonderlijke) leden van de groep werden gemaakt en gespeeld. In al deze produkties stond de muzikaliteit van de taal centraal. Er was veel tekst, maar die werd nooit echt gespeeld. De acteurs lieten de woorden klinken zonder ze te illustreren. In Op vakantie (1993) ging een hallucinerende woordenstroom gepaard met in elkaar overvloeiende dia’s van schilderijen van steeds hetzelfde huis. In Monstrueux (1991) en Diana (1993) werden de teksten gepresenteerd in een soort van 'spreekdans’, waarbij het ritme en de klank van woorden en zinnen accenten kregen door gestileerde bewegingen.
Ik was geintrigeerd door de richting die de groep was ingeslagen, maar vond de voorstellingen te gladjes. De vorm was heel aantrekkelijk, maar versluierde de inhoud een beetje. Bij Tweelingen is dat niet het geval. De tekst is een bewerking van Les 4 Jumelles van de Frans-Argentijnse schrijver Copi, die in 1987 aan aids overleed. Het is een bizarre aaneenschakeling van scheldwoorden en gruwelijkheden, een dodendans voor twee tweelingen. Dirk van Opstaele, de artistiek leider van Leporello, bewerkte het stuk tot een meertalig, ritmisch gedicht. In de voorstelling is die muzikale structuur nog wel aanwezig, maar deze wordt naar de achtergrond verdreven door het idiote, rauwe spel van de acteurs. Toch is het juist dit overtrokken amateurisme, het enthousiasme waarmee de spelers de gruwelijkheden in het stuk proberen uit te beelden, waarmee de voorstelling zicht geeft op de wanhopige ondertoon van de tekst. Want hoe leuk de spelers het ook proberen te brengen, de carrousel van wreedheden draait maar door. Als die carrousel eindelijk tot stilstand komt, zie je nog heel even het beschaafde Leporello terugkomen. De acteurs gaan weer netjes in een rijtje staan en de woorden krijgen weer een zangerige cadans. Maar dat is slechts een kortstondige verzachting van de genadeloze blik op de zwartste kant van het leven die Tweelingen ons heeft gegund.