Interview Juan Guzman

Een Chileense geschiedenisles

Juan Guzmán leidde lang een bescheiden bestaan als rechter in Chili. Tot hij een jaar geleden ex-dictator Pinochet liet arresteren. Een interview met de van oudsher conservatieve magistraat. «Een deel van mijn gezin heeft me meteen aan het begin gevraagd om niet verder te gaan met het proces.»

Santiago de Chili, het huis van Juan Guzmán. In twee opvallend onopvallend geparkeerde politiewagens zitten onderuitgezakt zo'n acht agenten. «De rechter is erg vaak met de dood bedreigd», verklaart assistente Isabel Reveco die ons naar het huis begeleidt. Reveco, forensisch antropologe, reist samen met Guzmán al bijna vier jaar Chili af op zoek naar de stoffelijke resten van mensen die onder het bewind van generaal Pinochet (1973-1989) zijn vermoord maar nooit werden teruggevonden. Op 1 december 2000 gelastte rechter Guzmán de arrestatie van Pinochet, vanwege de «verdwijning» van 75 Chilenen. Deze linkse tegenstanders van de dictator waren in 1973 vermoord door de zogenoemde Karavaan des Doods, een groep militairen die het hele land doortrok met een dodenlijst in de hand, steeds bijgestuurd door de opperbevelhebber zelf.

Weliswaar was Pinochet op 16 oktober 1998 in Londen aangehouden op last van de Spaanse rechter Garzón, die hem 503 dagen later naar Chili zag terugkeren omdat hij te ziek voor berechting zou zijn: in eigen land had nog geen enkele rechter de voormalige president durven aanklagen. De zaak-Pinochet werd Guzmán in de schoot geworpen. Hij had toevallig dienst toen de betreffende aanklacht bij zijn hof binnenkwam. Weinigen verwachtten dat Guzmán de zaak tot een goed einde zou brengen. In tegenstelling tot Garzón had hij geen verleden als magistraat met passie voor mensenrechten. Na aanvaarding van de klus was er stevige tegenwind: een fors deel van Chili ziet Pinochet nog altijd als vader des vaderlands. Ook de regering, die het leger te vriend tracht te houden, zag «de zaak» liever vandaag dan morgen van de baan geschoven. «Nu zal blijken of ik een goede rechter of een bedrieger ben», hield Guzmán zich voor.

In juli 2001 werd Guzmán door zijn eigen hof overruled. De inmiddels 85-jarige Augusto Pinochet was geestelijk niet in staat terecht te staan, zo oordeelde het gerechtshof, dat daarmee het proces opschortte en de verdachte van zijn huisarrest verloste. Deze maand doet het hooggerechtshof een definitieve uitspraak, verwacht advocaat Hugo Gutiérrez die bij het hof in beroep is gegaan tegen het vonnis.

Guzmán heeft zich intussen verder verdiept in het dossier van de ruim duizend vermissingen die nog altijd niet zijn bestraft en waarvoor vele andere militairen buiten Pinochet een arrestatie riskeren. De doodsbedreigingen aan zijn adres zullen er niet minder om worden. En dan te bedenken dat de staatsgreep op 11 september 1973 — hij was 34 en net drie jaar rechter — door hem werd toegejuicht.

«Op het moment zelf wel, inderdaad», vertelt Guzmán, die ons naar zijn studeer kamer is voorgegaan. «Ik zag hoe het land steeds verder destabiliseerde. Later pas begreep ik dat er een forse bijdrage aan dit economische en politieke verval werd geleverd door het rechterdeel van de Chileense samenleving, en natuurlijk de VS. Dat wist ik toen allemaal nog niet. Ik dacht dat het simpelweg ging om het onvermogen van de toenmalige linkse regering. Dus toen de staatsgreep plaatsvond, nam ik aan dat de militairen even orde op zaken zouden stellen om dan vervolgens de instituties weer te laten func tioneren en na verloop van tijd terug te keren naar een volwaardige democratie. Ik vergiste me. Misschien had ik mij nog onvoldoende in de geschiedenis verdiept.»

Wanneer zag u dat het regime dictatoriaal en misschien zelfs crimineel was?

Guzmán: «Op zeker moment werd duidelijk dat er van excessen sprake was. Daarvoor dacht ik altijd dat berichten daarover linkse propaganda waren. Ik dacht dat het niet zo erg was als ze in het buitenland zeiden. Maar de hele publieke opinie in Chili dacht er op dat moment zo over.»

In, bijvoorbeeld, Argentinië bestaat nu meer aandacht dan voorheen voor de rol van burgers in de dictatuur. Was het regime dat in 1973 aan de macht kwam volgens u ook het werk van burgers?

«Het was voornamelijk het werk van burgers. Wij hadden in Chili een defensief, correct leger. Een leger van heren heb ik altijd gerespecteerd. Maar wat ik niet kan accepteren, dat is een leger dat ontvoert, gevangenen in de rug schiet en dat vervolgens verdoezelt door middel van ‘verdwijning’. Dat is geen leger, dat zijn groepen personen die zich helaas in sommige instituties bevinden. U vroeg mij of er burgers meededen aan die staatsgreep. Dat is duidelijk, het is het eeuwenoude verhaal. Mensen proberen te behouden wat ze hebben. En die mensen, waartoe ik ook behoorde, conservatieven, hebben in Chili altijd veel invloed uitgeoefend. Dus als de vraag luidt of het leger gebruikt werd door de rijken en door rechts in Chili, dan luidt het antwoord ja. Maar toen generaal Pinochet onlangs zijn verjaardag vierde, als ik me niet vergis z'n 86ste, was er niemand van al die mensen aanwezig die nu hengelen naar een openbaar ambt. Het verbaast me zeer dat ze niet naar zijn laatste verjaardagsfeest zijn gekomen, zoals ze dat altijd hebben gedaan. We zaten in verkiezingstijd, en nu kwam het ze niet uit. 'Wij hebben u nu niet nodig, meneer.'»

Hoe persoonlijk is uw betrokkenheid met de zaak tegen Pinochet?

«Elke rechter, elke schrijver, elke goede militair volgt een verbintenis waarmee hij aan boord stapt. Een deel van mijn gezin heeft me meteen aan het begin gevraagd om niet verder te gaan met het proces, maar dat kon ik niet. Het is of je in een loopgraaf staat, de situatie wordt heftig, en je rent naar achteren. Er is een betrokkenheid en die is juridisch, die is menselijk en die is er een van eer. Deze zaak heeft me laten zien dat ik inderdaad een rechter ben. De eerste dag dat ik haar op me nam, besefte ik dat ze consequenties zou hebben voor mijn carrière. Ik ben in mijn leven sterk beïnvloed door een gedicht van Kipling.»

De rechter stapt naar zijn boekenkast en pakt van een plank een lijst met daarin het gedicht. Guzmán declameert het in onberispelijk Engels — dat hij overhield aan zijn middelbareschooltijd in de VS, waar zijn vader dichter en diplomaat was. «If you can meet with triumph and disaster, and treat both these imposters just the same… En ook in deze zaak moet je de overwinning zoeken. De overwinning zou zijn: kunnen leven met mijn geweten, en kunnen vaststellen dat ik inderdaad geen bedrieger ben geweest.»

Het zou dus niet zijn: Pinochet berechten?

Guzmán: «Nee, nee, nee. Ik bedien me niet van Pinochet om mijn eigen overwinning te behalen. Mijn overwinning is moreel en bestaat eruit dat ik dit zo moeilijke werk heb kunnen oppakken. Wat zou de normale, klassieke overwinning zijn voor welke jurist dan ook? In het hooggerechtshof komen.»

Een cynicus zou zeggen wat er ook over Garzón is gezegd: u wordt beroemd en zo kunt u het tot het hooggerechtshof brengen.

«Met het gebrek aan daadwerkelijke onafhankelijkheid die de rechterlijke macht in Chili bezit, is het onbestaanbaar dat ik in het hooggerechtshof kom. Onmogelijk, als je ziet wat voor politieke impact dit proces heeft en als je daarbij voegt dat onze politici bovenal geïnteresseerd zijn in zichzelf; hun zege bestaat erin dat ze aan de macht blijven. En dan te bedenken dat dit land een traditie van eerlijkheid had.»

In hoeverre heeft rechter Garzón uw werk gedaan?

«Dat heeft hij. Officieel gezien nu niet meer. Nu ligt het bij ons hooggerechtshof. De positie van de Chileense regering, vooral toen Pinochet in Europa zat, was dat Garzón geen bevoegdheid had om hem te berechten. Volgens de wetboeken die ik erop heb nageslagen, had hij die wel degelijk. Dus dat was uiteindelijk een beetje een politiek instrument dat werd gebruikt.»

Weet u nog wat u voelde toen Pinochets arrestatie bekend werd gemaakt?

«Ik kan me niet precies de dag herinneren; 16 oktober, zegt u?» Hij stapt naar het bureau waar zijn oude agenda’s liggen. «Welk jaar?» Is de rechter — ook professor — echt verstrooid of speelt hij dat hij het is? «1998?» Guzmán kijkt in zijn agenda van dat jaar. «Die dag had ik om 15.00 uur een examen ethiek, daarna een bezoek van studenten aan het hof… Allemaal academische bezigheden.» Dan, alsof hij de schijn van welke emotionele betrokkenheid dan ook wenst weg te nemen: «Ik heb het niet als iets bijzonders beleefd.»

Maar in alle eerlijkheid, dacht u niet: dat werk, dat wil ík doen?

«Nee. Sterker nog: het nam een last van me af. Ik ben geen masochist. Deze zaak is niet bepaald gemakkelijk. Dat heeft niet in de laatste plaats te maken met de heer Pinochet, als hoofdpersoon van dit proces. Zoals elk mens houd ik van rust en onafhankelijkheid, en hoe groot ook de uitdaging van een proces mag zijn: dat brengt me nog niet tot masochistische daden.»

Wat heeft het proces tegen Pinochet betekend voor Chili’s verwerking van het verleden?

«Dit proces rond Pinochet is er één naast al die andere processen. Alle zaken samen openen onze ogen voor wat er is gebeurd. De Chilenen wisten het niet, en ik was een van hen. Het is dus een geschiedenisles, en op juridisch vlak luidt die dat de wet gelijk is voor iedereen. Het vertegenwoordigt ook een einde aan bepaalde praktijken, ook al geven de VS op dit moment een heel verkeerd voorbeeld. Door onschuldige mensen te doden terwijl ze op zoek zijn naar criminelen, en door die landen aan te vallen die aan te vallen zijn, wat ze niet met Rusland of China hebben gedaan. De VS doen in ons deel van de wereld wat ze willen, doen hetzelfde in andere delen, maar ze bemoeien zich hoe dan ook met de hele wereld.»

U heeft in uw werk als onderzoeksrechter ook positieve zaken ontdekt.

Guzmán: «Ja. Aan de ene kant is er het feit dat de mens geneigd is om destructief te zijn, kapot te maken. Maar er zit ook iets in ons dat ons naar de liefde toe leidt. De liefde voor onszelf, de liefde voor een ander, opdat wij niet lijden en ook de anderen dat niet doen. Wat ik heb gezien bij familieleden van vermisten, bij mensen die gemarteld zijn. De eerlijkheid in die mensen. Ze hebben gezegd wat ze weten, wat ze kunnen zeggen. Nooit verzonnen ze verhaaltjes voor me. Ik vroeg hen: 'Was het die meneer die u martelde?’ Ze antwoordden: 'Meneer, ik had een blinddoek om, en zou niemand van de mensen herkennen die me gemarteld heeft, dus ik kan niet zeggen wie het was.’ 'Maar herkende u dan de stem van die mensen?’ 'Ja, maar ik zou het u niet met honderd procent zekerheid kunnen zeggen.’

Iets anders wat ik erg indrukwekkend vind, is het vermogen van nabestaanden om te vergeven. Het is indrukwekkend, ze willen geen wraak: de meesten willen simpelweg het lichaam van hun familieleden vinden. En ze willen dat die straffeloosheid ophoudt die al eeuwen onze geschiedenis teistert. Het heeft me een realiteit getoond die ik werkelijk… Het was niet dat ik die totaal niet kende, maar misschien wilde ik haar wel niet kennen. Dus toen ik dit alles als rechter ontdekte, ben ik innerlijk veranderd. Ik ben door deze zaak een ander mens geworden. Ik voel geen haat meer, voor niemand. Wel minachting, ik minacht nogal wat mensen.»

Guzmán lacht voluit, en zegt dan over de mensen die hij in zijn beklaagdenbank hoopt te krijgen: «Maar zelfs zij boezemen me medelijden in. Ik geloof dat ze een afwijking hebben, mentale mankementen waardoor ze minder mens zijn. Ik denk bovendien dat ze zich bevinden in een drama, dus ook wat dat betreft voel ik medelijden met hen.» In enkelvoud dan, waarbij de rechter op Augusto Pinochet lijkt te doelen: «Ooit zal ik een van hen zeggen wat ik van hem denk, zonder hem te beledigen. Maar eenvoudigweg: waarom heb je dit gedaan? Die grote haat in een mens, dat begrijp ik niet.»

Onderweg naar het huis van Guzmán had Isabel Reveco al verteld dat Guzmán en zijzelf die middag naar een clandestien graf zouden gaan. Ze hoopten er een verdwenen vriendin van toen terug te vinden. Reveco was 28 jaar geleden al op de hoogte van wat Juan Guzmán professioneel gezien «excessen» blijft noemen. Ze was er zelfs het slachtoffer van. Als ze het huis van de rechter en de acht agenten die er de wacht houden achter zich laat, zegt Reveco dat ze Juan Guzmán de voorbije vier jaar dat hij aan de zaak-Pinochet werkt, ingrijpend heeft zien veranderen. Van iemand die «het» echt niet wist of het niet wilde weten, tot de gedreven dossiervreter die de wrede werkelijkheid onder ogen ziet. En die zich door geen enkele druk of dreiging laat weerhouden ook de rest van het land met deze realiteit te laten kennismaken. De lijfwachten vormen de slaperige getuige van het feit dat lang niet iedereen daar prijs op stelt.

Dit artikel kwam tot stand met medewerking van de ncdo (Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling)