Een compromisvoorstel voor Uruzgan

MAANDAG PLEEGDE een groep Taliban-strijders behangen met bomgordels terreuraanvallen op ministeries, een winkelcentrum en twee bioscopen in Kaboel. In één klap was de aandacht voor Afghanistan, die verslapt was door het spectaculaire Irak-rapport van de commissie-Davids, terug.

De voorgaande week was onopgemerkt gebleven dat in Uruzgan drie hulpverleners werden gedood. Geen Nederlanders, maar Afghanen. Ze werkten voor de Duitse organisatie GTZ, die met Nederlands geld hulpprojecten uitvoert. Ook het sneuvelen in Uruzgan van drie Afghaanse agenten en acht regeringsmilitairen op één dag werd door geen enkele krant vermeld.
Binnenkort zal het echter weer Uruzgan voor en na zijn. Het kabinet moet namelijk een besluit nemen over het opnieuw verlengen van de missie. In 2007 werd overeengekomen dat de Nederlandse terugtrekking uit de provincie deze zomer zou beginnen, maar vorig jaar september zette minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen (CDA) de verlenging weer op de agenda alsof er geen politieke afspraak bestond. Inmiddels oefenen de Amerikanen en de Navo grote druk uit op Nederland. Weggaan zou een overwinning zijn voor de Taliban. De PVDA eist echter dat na december alle Nederlandse militairen weg zijn uit Uruzgan en zette bij monde van vice-premier Bos in Buitenhof andermaal de hakken in het zand: over Uruzgan wordt niet onderhandeld.
De verwachting is dat Nederland de beslissing uiterlijk eind januari moet nemen, als in Londen een internationale Afghanistan-conferentie is. Rond die tijd moet het kabinet eveneens komen met een inhoudelijke reactie op het Irak-rapport. Ook in dat dossier staan CDA en PVDA tegenover elkaar. Dat maakt het nemen van een eerlijke beslissing over Uruzgan er niet makkelijker op.
De veiligheidssituatie in Afghanistan is slechter dan ooit, maar er zijn ook lichtpuntjes. Uit een nationaal opinieonderzoek blijkt dat de hulp eindelijk effect begint te sorteren. Zeventig procent van de ondervraagden vindt dat het de goede kant op gaat; vorig jaar was dat veertig procent. President Obama staat te trappelen om zijn Afghanistan-strategie in praktijk te brengen. Die is gestoeld op het uitbouwen van politie en leger, zodat de Afghanen snel voor hun eigen veiligheid kunnen zorgen en hij zijn troepen (hij stuurt er dertigduizend extra) thuis kan brengen. Ook beloofde hij een sterke uitbreiding van de civiele hulp.
In het parlement heeft Obama’s strategie nog niet geleid tot inhoudelijke discussie. Daarvoor is de Uruzgan-kwestie te zeer verworden tot een partijpolitiek steekspel. Maar juist in deze zaak is het belangrijk de strijdbijl te begraven, want het is in ieders belang dat in Afghanistan niet het islamitisch fundamentalisme zegeviert.
Daarom bij deze een compromisvoorstel. Nederland zou kunnen inzetten op het behouden van een klein, symbolisch aantal militairen in Uruzgan. Doel van Verhagens departement is tonen dat Nederland de Amerikaanse lijn volgt: showing the flag. Daarvoor is minimaal een compagnie nodig: tweehonderd man in plaats van de huidige 1400. Daardoor komt veel geld vrij, bijvoorbeeld voor het opleiden van rechters en bestuurders in Uruzgan. Daar kan de PVDA niet tegen zijn en het is nog effectief ook.
Want de belangrijkste troeven van de Taliban zijn, naast hun religieuze propaganda, hun efficiënte netwerk van rondreizende shariarechters en hun corruptievrije bestuursstijl. Het uitbouwen van de westerse troepenmacht verleent hun jihad tegen de ongelovige bezetters extra kracht, maar een nieuw, brandschoon overheidsapparaat raakt hen in het hart. De Taliban beseffen dat. Zij pleegden hun vermetele aanval op Kaboel precies op het moment dat president Hamid Karzai nieuwe kabinetsleden beëdigde.