Een computer kent geen angst

Afgelopen zaterdag opende koningin Beatrix bij Hoek van Holland de Stormvloedkering Nieuwe Waterweg. Een monster van staal, dat eens in de tien jaar de oprukkende zee met mythologische kracht terug zal sturen. Het NOS-Journaal toonde een computeranimatie van de dichtschuivende sluisdeuren. Traag maar onverbiddelijk draaiden de onvoorstelbaar zware deuren naar elkaar toe. Een vertrouwenwekkende beweging: twee armen die elkaar vinden in een beschermende omhelzing van het land.

Een meneer die er alles van afwist, vertelde over het draaimechanisme, over gewrichten en rotaties. Ter illustratie duwde hij zijn ene hand, gebald tot een vuist, in de andere. Een gebaar dat iedereen kon begrijpen. Armen, handen en vuisten, daar komt het gevecht van de mens tegen de zee al eeuwenlang op neer. Handen trekken scheepstouwen strak, reddende armen reiken naar drenkelingen, zandzakken worden doorgegeven, vingers in dijken gestopt - onze strijd tegen het water is vooral een fysieke strijd. Het stalen monster dat ons nu te hulp komt, is een machinale uitvergroting van dat handenwerk. Met deze reuzenarmen zal de Nederlandse mens uiteindelijk triomferen over de zee.
Maar wie zet die reuzenarmen in werking? Je ziet de tv-interviews al voor je met een team dat de een of andere manshoge hendel naar beneden heeft geduwd, met mankracht die door de stalen reus wordt overgenomen en ontelbare keren wordt vergroot… Nee. De Stormvloedkering Nieuwe Waterweg is volledig computergestuurd. Geen mensenhand komt eraan te pas, zelfs geen vinger die op een knopje drukt. Een computer staat dag en nacht gegevens op te slaan en op te tellen. Op basis van waterstanden, windkracht en weersvoorspellingen zal deze computer ongeveer eens in de tien jaar besluiten om het mechanisme in werking te stellen. Miljoenen mensen in Zuid-Holland zijn dan veilig voor de verwoestende kracht van de zee.
Eén computer die miljoenen mensen beschermt? Is dat wel veilig? Wat als de metingen onbetrouwbaar zijn, als de zee onpeilbaarder blijkt dan we dachten? Verdwenen is het geruste gevoel. De computer mag dan veel mogelijk maken - het vertrouwen van het volk heeft het denkding nog niet gewonnen. ‘Een computer! Die kan toch op tilt slaan?’ vertolkt de interviewer van het NOS-Journaal onmiddellijk dit wantrouwen. Dankbaar zijn we voor machines die het werk van mensenhanden overnemen. Maar het werk van het menselijk brein achten we nog altijd uniek en onoverdraagbaar.
Computers associëren we met stroomstoringen en virussen. Je ziet het ding ook nooit werken. Het is een zwarte doos waarin zich van alles afspeelt dat zich aan onze macht voltrekt. Die oncontroleerbaarheid is verontrustend, en daarom denken we bij een computer eerder aan falende techniek dan aan een overwinning. Toen schaakgrootmeester Gary Kasparov het afgelopen weekend door een computer werd verslagen, eiste hij inzicht in de werking van het supersonische namaakbrein. De creatieve oplossingen waarmee de denkmachine kwam, wezen op menselijke inmenging, beweerde Kasparov. Het was de gedachtensprong van een kat in het nauw. Er was iets anders aan de hand. Kasparov was bang geworden, gaf hij later toe. Bang van een tegenstander die hij niet kon volgen. Bij een mens was hem dat nooit gebeurd - zo uniek is de werking van het menselijk brein dus ook weer niet. Deze computer, met de naam Deep Blue, was onpeilbaar als de zee. 'Het ging mijn begrip te boven, en als ik iets niet begrijp, maakt het me bang’, zei de schaakgrootmeester openhartig op een persconferentie na afloop van de tweestrijd. De angst had hem parten gespeeld. En angst, dat is nou juist wat een computer niet kent.
'Een computer slaat niet zo snel op tilt’, was het antwoord van de meneer van de Stormvloedkering op de wantrouwende vraag van de tv-journalist. 'Een mens slaat eerder op tilt dan een computer.’