Een conservatieve klassenstrijd

Londen – De voetnoten in de geautoriseerde Thatcher-biografie van Charles Moore zijn alleraardigst. Zo leert de lezer dat premier Heath in 1974 een astrologisch handboek raadpleegde bij het zoeken naar een geschikte verkiezingsdatum.

Ook onthult Moore dat Thatcher een diplomaat de woorden ‘He likes women, you know’ toefluisterde nadat deze had opgemerkt hoe amicaal haar eerste ontmoeting met de Franse president Mitterrand was.

Behalve voor het verstoppen van ­anekdotes heeft Moore de noten ook gebruikt om te laten zien hoe springlevend de Engelse klassenmaatschappij is. Elke politicus heeft een eigen voetnoot in de vorm van een beknopt cv. Daaruit blijkt dat de meesten naar een kostschool zijn geweest. Eton wint op afstand, gevolgd door St Paul’s, Stowe en Winchester. Daarna volgt onvermijdelijk een studie in Oxford (bij voorkeur aan Christ Church) of Cambridge, dan wel de officierenopleiding Sandhurst. Het is de knusse wereld die Jeremy Paxman al eens belichtte in Friends in High Places: Who Runs Britain?

Al doende karakteriseert Moore (Eton – Trinity, Cambridge) het politieke universum dat door Thatcher als een Walküre was bestormd. Binnen de Conservatieve Partij wist het middenstandsmeisje dat naar een staatsgymnasium was geweest en een beurs had gekregen voor een tweederangs Oxford-college zich omringd door Old Etonians en andere kostschooljongens. Thatcher verstoorde de gemoedelijke rust binnen het genootschap der High Tories die ervan overtuigd waren dat Keynes alle economische problemen lang geleden al had opgelost. ‘We hoeven deze Thatcher-business niet serieus te nemen, toch?’ vroeg partijcoryfee Rab Butler (Marlborough – Pembroke, Oxford) zich in de jaren zestig af. ‘Als we haar binnenlaten, komen we nooit meer van d’r af’, waarschuwde de latere vice-premier William Whitelaw (Winchester – Trinity) begin jaren zeventig. Lord Soames (Eton – Sandhurst) klaagde dat hij zijn wild­opzichter beter behandelde dan Thatcher hem.

Thatcher zou worden opgevolgd door John Major, zo ongeveer de enige politicus in Moore’s biografie die naar een gewone middelbare school was geweest. Echter, de Old Etonians hebben een glorieuze terugkeer beleefd. Premier David Cameron (Eton – Brasenose, Oxford) heeft zich op Downing Street omringd door liefst vier alumni van ’s werelds bekendste kostschool, die ook de Londense burgemeester heeft voort­gebracht, alsmede de toekomstige koning. Deze machtsovername heeft voor onrust gezorgd binnen de partij, zeker toen bekend werd dat de zwarte adviseur Shaun Bailey, die gewoon onderwijs heeft genoten, door de charmante Old Etonians met zachte hand uit Downing Street is verwijderd. Op de achtergrond bij het eurosceptische gemor speelt een contrarevolutie van de thatcherianen tegen de patriciër Cameron. Het heeft wel iets Engels, dat een conservatieve politieke partij het decor is van een klassenstrijd.