Een coup in Italië

Het wordt erop of eronder voor de euro. Vergeleken met de strijd die nu in Italië tussen politiek en markten is opgelaaid, zijn de gebeurtenissen van mei 2015 kinderspel. Toen haalde het Europese establishment onder leiding van Schäuble de angel uit het verzet van Syriza tegen het ordoliberale bezuinigingsbeleid dat is ingebakken in de Europese begrotingsnormen. Een handje geholpen door de zogenaamd politiek neutrale Europese Centrale Bank, die rücksichtslos de liquiditeitskraan voor Griekse banken dichtdraaide en daarmee het lot van Tsipras en de zijnen bezegelde.

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief en ontvang iedere ochtend het beste uit De Groene in je mailbox

Het scenario lijkt zich te gaan herhalen. Op 9 maart wonnen de rechts- en linkspopulisten van de Vijfsterrenbeweging en Lega Nord de verkiezingen. De daaropvolgende coalitie-onderhandelingen mondden twee weken geleden uit in een voorlopig akkoord dat scherpe kritiek bevatte op het begrotingsbeleid dat Brussel sinds 2010 heeft afgedwongen en voorzag in forse belastingverlagingen en overheidsstimuleringen. Het doel is de Italiaanse economie die sinds de introductie van de euro in 2001 zucht onder steeds slechter wordende concurrentieverhoudingen een nieuwe impuls te geven.

In eerste instantie was president Mattarella bereid de coalitie het voordeel van de twijfel te gunnen en zette zijn handtekening onder de aanstelling van de jonge en onervaren Guiseppe Conte, die daarmee een vrijbrief kreeg voor de samenstelling van zijn kabinet. Een dag later trok Mattarella alsnog de stekker uit de coalitie. Steen des aanstoots was de voorgenomen benoeming van Paolo Savono, een 81-jarige econoom, met een eurosceptische reputatie. Meteen kondigden de Vijfsterrenbeweging en Lega Nord aan zich uit de besprekingen terug te trekken en aan te sturen op nieuwe verkiezingen later dit jaar.

Dat was zondag. Inmiddels herschikken de conservatieve machten zich. Beleggers dumpen Italiaanse obligaties en aandelen, roeren zich in kranten en op het internet, en roepen om het hardst dat de markten geen vertrouwen hebben in de populistische plannen. Een van hen zat afgelopen zondag in Buitenhof en beweerde daar met droge ogen dat het een goede zaak zou zijn als ongekozen markten gekozen politici zouden disciplineren. Waar hebben we die riedel eerder gehoord?

Inmiddels heeft Mattarella een interim-premier benoemd, die leiding gaat geven aan een nationaal zakenkabinet totdat er nieuwe verkiezingen komen. Carlo Cottarelli is zijn naam. Hij heeft lang gewerkt bij het IMF en is opgeleid aan een van de meest fundamentalistische economische madrassa’s van Italië: de Universiteit van Bocconi, die meerdere economen heeft afgeleverd die een dubieuze rol hebben gespeeld bij de legitimering van het bezuinigingsbeleid van Brussel. Lees hoofdstuk vijf van Mark Blyth’s meersterlijke Austerity: The History of a Dangerous Idea er maar op na. In eigen land staat hij bekend als ‘meester schaar’ vanwege zijn reflexmatige neiging ieder probleem te willen oplossen met het verkleinen van de overheid.

Om het plaatje compleet te maken voegde ook de president van de Italiaanse centrale bank zich in het koor van onheilsprofeten. In de Financial Times liet hij optekenen dat Rome hard op weg was om het vertrouwen van de markten te verliezen. Dit is een overduidelijke poging om het vuurtje verder aan te wakkeren en de nonconformistische politiek van de twee populistische partijen, die volgens peilingen inmiddels kunnen rekenen op steun onder zestig procent van de ondervraagden, te disciplineren.

Want dat is waar democratie onder condities van de Europese Monetaire Unie op neerkomt: u mag stemmen op wie u wil, zolang het maar partijen zijn die de heilige graal van verdere Europese integratie onderschrijven. En als u zich niet aan ons script houdt, schuiven wij de uitslag simpelweg terzijde. Ofwel, zoals in Griekenland, door het land financieel droog te leggen. Ofwel, zoals in Ierland, door te eisen dat Duitse en Franse beleggers in Iers vastgoed buiten schot zouden worden gehouden. Ofwel, zoals in Italië, door presidentiële bevoegdheden te misbruiken en een contingent buitenparlementaire technocraten in het politieke bestel te katapulteren die de dictaten van Brussel, Berlijn en de markten tot op de laatste letter uitvoeren.

Paul Mason noemde de gebeurtenissen in Athene van mei 2015 een #coup – en zijn tweet ging viral. Als dat een coup was, dan is dit een COUP. Al was het maar omdat de Italiaanse economie bijna tien keer groter is dan de Griekse. En omdat Italië een van de oprichters van de Europese Unie is.