De zweem van mislukking rond klimaattop Rio+20

Een cover-up om stil te zitten

Twintig jaar na de milieutop in Rio de Janeiro komt de wereld opnieuw bijeen om de planeet te redden. De top is al bij voorbaat mislukt. ‘Landen die het klimaatprobleem met internationaal overleg willen oplossen, zeggen eigenlijk: we willen dat er niets gebeurt.’

Toen het ruimteveer Apollo in 1968 de eerste bemande reis buiten de baan van de aarde maakte, werden de drie astronauten – bij het volmaken van een rondje om de maan – getrakteerd op een verbluffend schouwspel. Op de audio-opname die van de missie gemaakt is, is de stem van commandant Frank Borman te horen: ‘Mijn God, kijk daar! De aarde komt op!’ Langzaam zien de drie astronauten de aarde verschijnen boven de horizon van de maan. Astronaut William Anders heeft een Hasselblad-camera in zijn handen. ‘Snel, geef me dat kleurenrolletje’, zegt hij. Dan maakt hij de foto die bekend werd als Earthrise: de eerste foto waarop de aarde te zien is als een bol die in de grote, lege ruimte zweeft. Op aarde maakt de foto een verpletterende indruk.

Earthrise had zo’n impact omdat de foto onderstreepte dat de aardbewoners – met al hun vetes en verschillen – samen één planeet bevolkten en het daarmee tot in lengte van generaties moesten doen. Aan de foto wordt de oorsprong van het milieubewustzijn toegeschreven dat in de volgende jaren over de hele wereld zou ontluiken. Het leidde tot de eerste internationale milieutop, in 1972 in Stockholm.

Twintig jaar later was er weer zo’n moment. De Koude Oorlog had de wereld veertig jaar verlamd en het einde ervan maakte een enorme energie los en een geloof in internationale oplossingen voor de problemen waar de wereld voor stond. De internationale topontmoetingen en verdragen wisselden elkaar in hoog tempo af. One World was de term die het nieuwe internationale optimisme samenvatte: de wereld zou samen vervuiling, armoede en onrechtvaardigheid tegelijkertijd in het defensief dringen. Rio ’92 was het uitvloeisel daarvan: een topontmoeting die al snel Earth Summit zou gaan heten omdat de toekomst der aarde ter tafel lag.

Bijna alle landen van de wereld waren in Rio de Janeiro vertegenwoordigd, net als 2400 ngo’s. Meer dan honderd landen stuurden hun staatshoofd of regeringsleider, waaronder George Bush sr., John Major en Helmut Kohl. En met resultaat, want in Rio ’92 werden vijf verdragen en gedragscodes opgesteld. Pronkstuk was het Klimaatverdrag, waarin landen beloofden hun uitstoot van schadelijke gassen omlaag te brengen. Daarnaast werd een internationaal verdrag opgesteld voor de bescherming van biodiversiteit en een verdrag tegen bodemerosie, een actieplan voor duurzame ontwikkeling (Agenda 21) en een gedragscode voor duurzame bosbouw.

Het belang van Rio ’92 lag niet alleen in die verdragen, maar ook in het feit dat iets ontstond wat leek op een gezamenlijk plan voor de toekomst, een mondiaal bewustzijn. Rijke, arme, groeiende landen: allemaal onderschreven zij bepaalde basisregels. Economische groei was nodig voor het welzijn van de wereldbevolking, maar landen moesten zuiniger omgaan met grondstoffen en het milieu. Bij aandacht voor duurzame ontwikkeling hoorde ook aandacht voor rechtvaardigheid en hulp aan arme landen. Enzovoort.

Twintig jaar later komt de wereld weer bijeen voor Rio+20, een VN-top voor duurzame ontwikkeling, en dat is ook nodig. De wereldbevolking is tachtig procent groter dan tijdens de eerste milieutop in Stockholm en de wereldeconomie is driemaal groter. Aan de buitenkant lijkt Rio+20 een nieuw spektakelstuk te gaan worden in de geschiedenis van de mensheid. The future we want is het motto van de conferentie. Rio+20: Making it happen is een van de slogans.

Maar dat zijn holle frasen. Hoeveel er in de afgelopen twintig jaar is veranderd wordt meteen duidelijk uit de officiële Doelstelling één van Rio+20. Die stelt namelijk dat ‘hernieuwd politiek commitment veiligstellen voor duurzame ontwikkeling’ het belangrijkste doel is dat de conferentie nastreeft. Want dat commitment is weg en dat is in de aanloop naar de conferentie pijnlijk duidelijk.

‘Ik denk niet dat er in Rio de Janeiro veel gaat gebeuren’, zegt Frank Biermann, hoogleraar politicologie en milieubeleid aan de VU en hoofd van het Earth System Governance Project van de internationale raad voor wetenschap. ‘Er komen maar weinig belangrijke leiders naar Rio. De VS, Groot-Brittannië, Duitsland: allemaal sturen ze alleen een minister. Alle grote landen vinden hun economische zorgen belangrijker en willen hun economisch herstel niet in gevaar brengen met toezeggingen over het milieu. De kans dat er iets van betekenis uit de top komt is klein.’

De zweem van mislukking hangt al maanden om Rio+20 heen. Er heerste zelfs iets van wanhoop toen de organisatie de top uitstelde nadat was gebleken dat die gepland was in de week van het jubileum van koningin Elizabeth, uit vrees dat belangrijke politici Londen boven Rio zouden verkiezen. De Britse premier Cameron maakte het uitstel des te pijnlijker door alsnog niet te komen. Aan de tijdsinspanning kan het niet liggen: Rio+20 duurt slechts drie dagen; Rio ’92 duurde twee weken. En alsnog blijven de zwaargewichten weg.

Het pessimisme is ingegeven doordat de afgelopen jaren belangrijke milieu-initiatieven pijnlijk zijn mislukt. Het Klimaatverdrag werd in 1997 verrijkt met het Kyotoprotocol, waarin de landen van de wereld afspraken hun uitstoot van schadelijke gassen omlaag te brengen. Maar de VS traden nooit tot dat protocol toe, probeerden het vervolgens te saboteren, en later verlieten ook Rusland, Canada en Japan dit eerste internationale milieuverdrag waar niet alleen mooie woorden maar ook echte verplichtingen in stonden. De Klimaattop van Kopenhagen in 2009 – waar een mondiale aanpak van klimaatverandering ter tafel lag – mislukte vervolgens jammerlijk. In plaats van een plan kwam er alleen een slappe tekst met holle frasen zoals ‘klimaatverandering is een van de grootste uitdagingen van onze tijd’.

Zoiets staat ons ook in Rio te wachten. De wereld is in dezelfde kampen verdeeld als drie jaar geleden: Europa dat mondiaal bindende plannen wil, de VS en Japan die zich niet willen vastleggen, de snel groeiende landen die willen dat de rijke landen alles gaan betalen. In Rio gaat geen doorbraak komen. De zero draft van Rio+20 – het uitgangspunt voor de onderhandelingen – maakt al duidelijk hoe laag de ambitie is. Er staat geen enkele nieuwe verplichting in.

Niet alleen wat het klimaatprobleem betreft, op tal van terreinen lijkt internationale samenwerking af te nemen. In de jaren negentig regende het internationale verdragen, in een tempo van bijna vier per jaar. De laatste jaren is dat gezakt naar ongeveer één. Ook de ambitie om de wereld ermee vorm te geven lijkt weg. Maar volgens Bruce Jones, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van New York (nyu) en hoofd van nyu’s Center on International Cooperation, is dat slechts schijn.

‘Op tal van gebieden is de internationale samenwerking ongekend’, zegt hij. ‘Het jaar 2009 was misschien wel het grootste internationale moment ooit, met de aanpak van de economische crisis via de G20. Het klimaat is juist een uitzondering. De wil om via de VN tot een mondiale oplossing te komen is erg klein.’

Dat lijkt onbegrijpelijk voor wie van een afstand naar het probleem kijkt. Er bestaat steeds grotere wetenschappelijke consensus over het feit dat het klimaat opwarmt en dat menselijk handelen daar invloed op heeft. Maar het probleem blijft maar groeien. ‘Twintig jaar geleden, toen de leiders van de wereld op de Earth Summit beloofden om het klimaat en de bio­diversiteit van de wereld te beschermen, wisten ze dat het niet makkelijk zou worden. Maar slechts weinigen konden toen raden hoeveel slechter de situatie zou worden’, schreef het wetenschappelijke weekblad Nature vorige week.

Nature zette de ‘scorekaart’ sinds Rio ’92 op een rij en geeft de landen van de wereld voor elk van de drie belangrijkste doelstellingen een 1. Ten tijde van de Klimaattop in ’92 werd wereldwijd 22,7 miljard ton koolstofdioxide de lucht in gepompt, het belangrijkste broeikasgas. Nu is dat – ondanks de afspraak om die uitstoot te stabiliseren – 45 procent hoger. In 2010 alleen al nam die hoeveelheid met vijf procent toe, de grootste jaarlijkse groei in twee decennia. Ontwikkelingslanden verdubbelden hun uitstoot en nemen nu 54 procent van het totaal voor hun rekening. Ondanks alle overleg, initiatieven en verdragen van de afgelopen twintig jaar is er sinds 1970 maar weinig veranderd aan het groeitempo van schadelijke uitstoot.

Op het gebied van biodiversiteit oogt de scorekaart even somber. In Rio spraken de landen van de wereld af het verlies aan diersoorten ‘significant te vertragen’, maar het soortverlies gaat nog steeds door in hetzelfde tempo als in de tijd dat de dinosaurussen uitstierven. Van de soorten zoogdieren is 25 procent bedreigd, van de vogels vijftien en van de amfibieën dertig procent. Het slechtst staan zoetwatervissen in de tropen ervoor: sinds 1970 is volgens het Wereld Natuur Fonds zeventig procent van de soorten verdwenen.

Bodemerosie dan en het verdrag tegen ‘verwoestijning’? Volgens dat verdrag zou de wereld ‘het proces van landuitputting terugdraaien’. Het antwoord: met verwoestijning staat het er nog slechter voor dan met broeikasgassen en biodiversiteit. Het gebied dat erodeert en armer wordt groeide in de jaren sinds Rio ’92 van 15 naar 24 procent van het landoppervlak op aarde. ‘Op al deze terreinen is menselijke invloed de drijvende factor. Daarmee is menselijk handelen de dominante component in de geologie van onze tijd geworden’, zegt VU-hoogleraar Frank Biermann.

Biermann pleitte er daarom in een recent artikel in Science voor om over de hele wereld de term Antropoceen te gebruiken voor de geologische tijd waarin we leven, in plaats van het nu nog in de schoolboeken gebruikte Holoceen. Met Antropoceen wordt de levensfase van de aarde genoemd naar de mens, vanwege onze enorme invloed op de aarde.

Onder wetenschappers is de term al gemeengoed, vooral door toedoen van de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen. ‘De term illustreert de menselijke invloed in natuurlijke processen, in ecosystemen, de landbedekking, de waterkringloop, het uitsterven van soorten en ga zo maar door’, zegt Biermann. En het Antropoceen is nog lang niet op zijn retour. Binnen veertig jaar komen er naar schatting nog ruim twee miljard mensen bij en de vraag naar energie, voedsel en water zal met vijftig tot honderd procent groeien, de wereldeconomie is dan waarschijnlijk driemaal zo groot als nu. De hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer zal binnenkort hoger worden dan ze in de afgelopen achthonderdduizend jaar geweest is.

Somber nieuws genoeg, maar de vraag blijft wat eraan gedaan kan worden. De voorkeur onder wetenschappers is duidelijk. Toonaangevende bladen als Science, Proceedings B en Nature drukken regelmatig pleidooien af voor een internationale aanpak, met internationale verdragen via de VN. Het recente artikel van Frank Biermann in Science, dat werd ondertekend door 32 mede-experts, pleitte daar ook voor.

‘We hebben de kennis samengevat die nu over klimaatverandering beschikbaar is, en dat geeft aan dat er echt serieuze actie nodig is als we weg willen blijven van gevaarlijke drempels. De schade aan het milieu dreigt op sommige punten onomkeerbaar te worden en dat is een gevaar voor de mensheid: voor ons voedsel, ons klimaat, de plekken waar we wonen, voor de ecosystemen waar ons leven op leunt’, zegt Biermann. ‘Een internationale aanpak via de VN is de enige mogelijke weg, maar nu werkt de VN nog veel te log. Het klimaatregime is niet efficiënt, het energieregime is niet efficiënt en ga zo maar door. Daarom pleiten we voor fundamentele veranderingen in het VN-systeem. Er moet een VN-raad voor milieu en duurzaamheid komen. En de unanimiteit van stemmen in de VN moet vervangen worden door stemmen bij meerderheid. Het kan niet zo blijven dat het land met het minste belang bij een akkoord de zaken oneindig kan blijven tegenhouden.’

Maar door het echec van de afgelopen jaren is de twijfel over internationale oplossingen gegroeid, ook onder wetenschappers en politici die wél internationale actie tegen klimaatverandering willen. ‘Het is geen wonder dat het via de VN niet lukt, want dat is de verkeerde weg. Het is roekeloos om daarop voort te gaan’, zegt de New Yorkse hoogleraar Bruce Jones, die het Witte Huis en de VN adviseert over de aanpak van klimaatverandering. ‘Landen die zeggen dat ze dit probleem binnen de VN willen houden, zoals China, zeggen eigenlijk: “We willen dat er niets gebeurt.” Het is een cover-up voor tijdrekken en stilzitten.’

‘Als China en de VS samen een akkoord kunnen sluiten om hun uitstoot te beperken, is zeventig procent van het probleem aangepakt’, vervolgt Jones. ‘Waarom dan met tweehonderd landen om de tafel gaan zitten? Toen de wereldeconomie aan de rand van de afgrond stond, kwamen de grootste twintig economieën er samen uit. Nu moeten de Amerikanen en de Chinezen er samen uit komen. Het beste scenario is dit: president Obama wordt dit jaar herkozen en China heeft een rustige overdracht van macht naar een nieuwe generatie leiders. Dan sluiten de VS en China rond 2014 een vergaand akkoord. De rest van de wereld zal dan volgen.’

Een ‘mislukking’ van Rio+20 zal Jones dan ook koud laten. ‘Er zal geen nieuw verdrag komen en de oplossing van onze klimaat­problemen ligt daar ook niet. Het VN-raamwerk is puur gericht op internationale verdragen en daarmee is het irrelevant voor het oplossen van het klimaat­probleem. Waar Rio+20 echt mee van nut kan zijn, is een geloofwaardig signaal naar bedrijven dat ze iets kunnen terug­verwachten als ze investeren in het ontwikkelen van duurzame technologie. Alleen al de VS moeten in de komende jaren een biljoen dollar gaan investeren in infrastructuur. Andere landen zullen na de crisis ook gaan investeren. Als bedrijven geloven dat overheden dat “groen” willen doen, zullen ze oplossingen ontwikkelen waardoor dat ook op een betaalbare manier kan. Maar daar moeten ze wel vertrouwen in hebben.’

Hoe dan ook moeten mensen niet verwachten dat het klimaatprobleem ‘opgelost’ kan worden, benadrukt Jones: ‘Het kan wel worden opgelost, maar dan moeten alle Europeanen en Amerikanen bijvoorbeeld dertig procent van hun welvaart inleveren. Zie je dat gebeuren? We moeten bekijken wat haalbaar is en daar slim op inspelen. Zolang diplomaten het alleen over institutionele oplossingen hebben, verspillen we tijd.’

Ook Biermann waarschuwt tegen hoge ­verwachtingen. ‘Het Klimaatverdrag van Rio ’92 was geen silver bullet tegen klimaat­verandering en die gaan we ook niet plotseling vinden op de nieuwe Klimaattop’, zegt hij. ‘Het gaat om heel fundamentele zaken: of wij rijk mogen ­blijven en of anderen mogen groeien. Wij ­kunnen andere landen echt geen offers ­vragen terwijl wij in suv’s rijden – dat wordt nog altijd in rijke ­landen maar heel beperkt erkend. ­Mensen ­worden wel enthousiast van kreten over een “betere wereld” en verwachten dat daar in Rio dan over wordt beslist. Ze zijn teleurgesteld als dat mislukt en die betere wereld er na zo’n top niet opeens is. Maar zo werkt het niet. We zullen er met heel kleine stapjes naartoe moeten gaan.’


Correctie

Bovenstaand artikel is gereviseerd om een fout te corrigeren. In een eerdere versie stond per abuis vermeld dat Tony Blair en Gerhard Schröder in 1992 bij de vorige klimaattop in Rio de Janeiro aanwezig waren. Dat had moeten zijn: John Major en Helmut Kohl.