Een cyprioot op glad ijs

De Unie in Rotterdam begon vorige week een nieuwe serie De avond van…, waarin dit seizoen vier jonge componisten zullen optreden. Het spits werd afgebeten door Yannis Kyriakides (27), geboren op Cyprus en grotendeels opgegroeid in Engeland.

Net als zijn landgenote Calliope Tsoupaki kwam Kyriakides via Louis Andriessen in Nederland terecht, maar het grappige is dat beide componisten heel verschillend op deze invloed hebben gereageerd. Terwijl Tsoupaki met haar dromerige, poëtische muziek, die wordt gekleurd door modale harmonieën, nog altijd een mediterrane sfeer vasthoudt, lijkt Kyriakides de Nederlandse traditie - preciezer: de Haagse School - zonder voorbehoud te omarmen.
Het duidelijkst bleek dit uit zijn nieuwe werk On Zeno, geschreven voor de groep Loos. In deze compositie onderzoekt Kyriakides noties als tijd en beweging en dit resulteert in een stuk dat leunt op de gecompliceerde ritmische machinerieën van Guus Janssen, de strenge akkoordiek van Louis Andriessen en de vlijmscherpe esthetiek van Loos, een groep die als de meest kale en agressieve uitwas van de Haagse School kan worden beschouwd.
Door in het voetspoor te treden van niet de minsten onder de Nederlandse componisten, heeft Kyriakides dus een ambitieus werk geschreven. Temeer daar het bijna een half uur duurt. Op dit gladde ijs houdt hij zich niet helemaal staande. Soms lijkt het werk in zijn eigen onvolkomenheden vast te lopen: het haperende raderwerk dreigt dan echt op roestige onderdelen te blijven hangen; een verbrokkelde groep noten dreigt daadwerkelijk uiteen te vallen. Tegenover deze te stroeve passages staan echter ook ijzersterke momenten: virtuoze overgangen tussen ritmisch verschillende delen en een paar passages die uit hun voegen lijken te barsten, zo opzwepend is de spanning.
Hard en heftig - daarmee past dit energieke stuk feilloos in het repertoire van Loos. Ook om die reden vond ik het twee jaar geleden gemaakte Dance and Retrace voor viool en piano sympathieker: het is in stilistisch opzicht moeilijker te plaatsen en daarmee persoonlijker. Vergeleken met On Zeno is de muziek in een iets melodieuzer en dus vriendelijker jasje gestoken, maar in gedrevenheid doen beide stukken niet voor elkaar onder. Ook hier is het onderwerp beweging en snelheid, zoals blijkt uit de furieuze vaart waarmee viool en piano wegsprinten. In Dance and Retrace maakt Kyriakides echter veel meer gebruik van contrasten - tussen hard en zacht, snel en langzaam, gecompliceerd en eenvoudig. Zo maakt hij het zichzelf iets gemakkelijker en het effect is evident: qua spanningsopbouw zit dit stuk veel soepeler in elkaar. Dat neemt niet weg dat ook de uitvoering van Dance and Retrace een tour de force was en net als de musici van Loos leverden violist Daniel Rowland en pianist Bernd Brackman geen half werk.
Dat Yannis Kyriakides zijn wortels niet verloochent, bleek uit het laatste onderdeel van de avond, waarin hij met drie andere musici een improvisatie deed. Op de oud, een traditioneel Grieks tokkelinstrument, speelde hij een langzame volksdans (zeimbekiko) bij wijze van introductie. Na verloop van tijd vielen zijn metgezellen op gitaar (Tom Fryer), contrabas (Joe Williamson) en drums (Steve Heather) hem in de rede en sneeuwde deze traditionele volksmelodie binnen de kortste keren onder. Met Kyriakides op elektronica zette het viertal echter een uitstekende improvisatie neer. Alle vier ontpopten ze zich als klankmagiërs op hun instrument en als je als luisteraar met ogen dicht luisterde, was de helft van de geluiden nauwelijks thuis te brengen. Deze inventieve klankeffecten gingen samen met een heldere muzikale logica: van een minutieus gefriemel tot de grootste klankerupties werd er gewerkt aan kleur, timing en samenspel. Dat helemaal aan het slot de zeimbekiko weer opdook, was in dit verband niet meer dan bijzaak.