Een dagje naar het parlement

Een stralende zondagochtend in Rome. Om half tien staat er al een forse rij tussen de dranghekken voor het parlement op het Piazza Montecitorio. Het is de eerste zondag van de maand, waarop de gewone burger een kijkje in het parlement mag komen nemen. Maar dit is een enorme rij, want dit is de eerste zondag na de verkiezingen die Beppe Grillo’s Vijfsterren Beweging tot de grootste partij van Italië hebben gemaakt.

Medium schermafbeelding 2013 03 04 om 11.49.28

Het volk van Beppe Grillo had via de blog een oproep gedaan aan alle ingeschrevenen: ‘Zondag 10.30, Piazza del Parlamento!’ Vragen als ‘moet ik een das om?’ en ‘hoe herkennen we elkaar?’ hadden afgelopen vrijdag en zaterdag de ronde gedaan op het net.

Die laatste vraag is ook de hoofdbreker van de vele cameraploegen die ‘de rij van Grillo’ komen filmen. Een hups ding, vers van de kapper en opgemaakt als een actrice, probeert het tevergeefs keer op keer met haar cameraman in de nek: ‘Hebt u op Beppe Grillo gestemd?’ schreeuwt ze in haar microfoon. De mensen achter de dranghekken kijken haar neutraal aan. ‘De stem is geheim mevrouw, naar mijn weten. Voor welke zender werkt u?’ ‘Voor Mediaset’, snauwt de journaliste geïrriteerd. Mediaset is de verzamelnaam voor de drie commerciële zenders van het tv-imperium van Silvio Berlusconi. Ze had het liever voor zich gehouden, maar het volk tussen de dranghekken is goed geïnstrueerd door Beppe Grillo. Hij heeft het ze talloze malen voorgedaan tijdens zijn Tsunami Tour van de afgelopen weken op de pleinen van heel Italië: ‘Voor wie werk je?’ ‘Ik ben een cameraman.’ En Grillo naar zijn publiek/kiezers op het plein: ‘Hij is een cameraman! Geweldig! Dat hadden we begrepen, jongen, dat je een cameraman bent. Maar de vraag is: voor wie werk je?’ En als het was voor een van de vele zenders die Beppe Grillo van rechts tot links tot het laatste moment toe hebben proberen zwart te maken en neer te zetten als ‘een gevaarlijke populist’, dan was het exit van het podium.

Niet alleen het hupse ding van Berlusconi’s Mediaset heeft moeite om de rij die inmiddels tot ver buiten de dranghekken is aangezwollen te determineren. Het volk van Beppe houdt zich anoniem. ‘Waarom bent u hier?’ vraagt een journalist die zich voor de gelegenheid heeft uitgedost als parlementariër: donkerblauwe kasjmir loden tot op de enkels, het haar in een serieuze kuif achterover, lamswollen sjaal in stemmig donkerrood en Engelse brogues. Een dracht die voor het gezagsgetrouwe Italiaanse volk maar kan wijzen op één ding: dit is Een Belangrijke Man. ‘Om het parlement te bekijken’, zegt het kraker-achtige type naast me in de rij. Hij lijkt een beetje op Grillo, met zijn woeste, grijze, ongekamde krullenbos, zijn fleecejack, zijn gescheurde spijkerbroek en zijn rupsbanden. ‘Maar was dit een spontaan idee van u?’ vraagt de journalist van de Rai nu bijna onderdanig, ‘ik bedoel: hebt u misschien een oproep gehad?’ De Grillo-look-alike kijkt hem rustig aan en zegt: ‘Ik begrijp niet wat u bedoelt. Ik kom uit Emilia-Romagna, en mijn vrouw en ik zijn vanochtend om vijf uur vertrokken. Morgenochtend vroeg moeten we allebei weer aan het werk. We willen genieten van deze mooie dag in Rome.’

Als de journalisten even zijn afgedropen en op veilige afstand van de rij paniekerig staan te bellen met de homedesk breekt het mompelkoor van de Grillini los. ‘Shit!’ lacht een knappe juriste die is ondergedoken in een nonchalant jackje en een slobberbroek, ‘we zijn gefilmd. Nu weet tante dus ook dat we vandaag in Rome zijn. Dat wordt een enorm gezeur, dat we ons niet voor de pranzo (de heilige zondagslunch voor de Italianen - ab) hebben gemeld!’ Haar vriend, eigenaar van een klein bedrijfje in industriële vormgeving, lacht met haar mee. Ze komen uit het zuidelijke Lecce, zeshonderd kilometer naar het zuiden, en ze zijn in de nacht vertrokken om gehoor te geven aan de oproep.

De cool van het Grillo-volk is enorm. Ze zijn niet onder de indruk van de vele camera’s die steeds maar op de rij worden gericht en ze laten zich niet intimideren door de steeds geïrriteerder vragen van de tv-journalisten. Ook niet door de dark lady van Michele Santoro, de beroemde presentator die tot Grillo gold als de enige hoop van de verdrukten in Italië. ‘Maar vinden jullie niet’, probeert de dark lady, ‘dat Grillo nu toch tenminste zou moeten overléggen met de Partito Democratico? Ik bedoel: we staan toch allemaal aan dezelfde kant, uiteindelijk?’ Het groepje Romeinse studenten tot wie ze zich richt stelt alweer dezelfde vraag: ‘Voor wie werkt u?’ Dat is een belediging, want de dark lady is een bekend gezicht, dat al jaren meedraait op tv. ‘Voor eh… Servizio Pubblico van Michele Santoro’, zegt ze uit het lood geslagen. ‘Ah’, zeggen de studenten en keren haar de rug toe. Als ook de dark lady is afgedropen, zegt een meisje uit het groepje: ‘Ja, ik sta hier omdat Beppe het heeft gevraagd. Anders ga ik echt niet om acht uur ’s ochtends op mijn vrije zondag naar het parlement. Maar het is niet hun zaak. Eerst hadden ze nooit belangstelling voor ons, en nu komen ze ons uithoren. Omdat ze verbaasd zijn dat we hebben gewonnen! Het zijn toch journalisten? Ik heb de afgelopen weken alleen maar om me heen gehoord: “Ik ga op Grillo stemmen.” Zij niet of zo? Waar leven ze?’

Als om half elf eindelijk de monumentale houten deuren van Montecitorio, het parlement, uiteen splijten, drentelt het volk van Grillo gedisciplineerd in groepjes naar binnen. Mobieltjes moeten worden afgegeven en iedereen gaat door een metaaldetector. Geen foto’s. Het personeel van Montecitorio in keurige uniformen geeft een rondleiding door het Sanctus Santorum van de macht. Als we uiteindelijk de aula van het parlement betreden, valt een diepe stilte. ‘Dit emotioneert mij echt’, fluistert de juriste uit Lecce, ‘hier gebeurt het allemaal. Hier wordt over ons beslist!’ Het is een schitterende aula, zoals er waarschijnlijk in Europa geen tweede bestaat. Alles ademt voornaamheid, macht, mahoniehout, glas in lood, en Italiaanse glorie. De juriste durft een vraag te stellen aan de gedistingeerde hoofdman van het personeel: ‘Ziet u er nu tegenop, straks zo'n groep Grillini?’ De elegante Italiaan glimlacht mild: ‘Natuurlijk niet, mevrouw. We hebben hier de Lega Nord gehad. We zijn op alles voorbereid.’