Een dansje voor de band

Tournee in maart en april 1995. Informatie: DansWerkplaats Amsterdam, tel 020-6891789.
‘We hoeven toch hopelijk niet te zitten’, bromde de vriend die ik had overgehaald om mee te gaan. Natuurlijk zouden we niet hoeven zitten: we gingen naar een popconcert in Paradiso. Een avond die bovendien in het teken stond van Popmuziek & Eigentijdse Dans, een nieuw initiatief waarvoor popbands en choreografen bij elkaar worden gebracht, dus… Dus moesten we zitten. Bij It’s All Too Beautiful, een concert van The Ex met een choreografie van Wim Kannekens, is het de bedoeling dat je naar de dans kijkt, niet dat je (eigentijds) mee gaat staan doen. Het publiek moet plaatsnemen op de tribune, die aan vier zijden de dansvloer omsluit. De voorste rij moet vrijblijven: zelfs onze voeten mogen niet op de dansvloer, die ruimte is bestemd voor De Dans.

Inderdaad maken de zes dansers gebruik van die uiterste randen van de dansvloer. Daar wachten ze hun beurt af, nahijgend en gespitst op hun mededansers. En langs die randen stellen ze zich op voor de groepssequenties: korte loops van gelijk uitgevoerde bewegingen, met als uitgangspunt een simpele rij. Die rijtjes passen perfect binnen dit gedanste popconcert. Ze zijn pretentieloos, zoals de meeste danspasjes die de podium-acts van popbands moeten opfleuren. Maar in dit geval maken de dansers gebruik van het statige balletidioom, en geven daarmee brutaal antwoord op de schijnbaar vormeloze klankenbrij van The Ex. Het doet een beetje denken aan de zogenaamd keurige cheerleaders in de Teenage Spirit-clip van Nirvana. De gebreide speelpakjes die ze dragen, geeft de dansers iets smoezeligs, rijmend op de rauwe nonchalance van de band. Voeg daarbij de felgroene dansvloer, afgezet met knalrode strepen, en een schelle belichting die nauwelijks verandert, en je hebt een intrigerend (eigentijds) beeld.
De band staat opgesteld over de diagonaal. Die opstelling biedt veel mogelijkheden voor de dansers, die vanaf de zijkanten de vloer bespringen. Op de open helften vinden korte duetten en solo’s plaats, waarbij de dansers over de grond rollen, elkaar uitdagen of in elkaars armen vliegen. Voortdurend wordt er van plaats gewisseld, en daarvoor moeten de dansers oversteken, dwars door de diagonaal van de band heen. Sommige duetten zijn niet meer dan een spelletje tikkertje rondom de band.
Dat inbreken op het terrein van de band gebeurt te voorzichtig, het gaat pas werken als er dansers in volle vaart over de boxen heen springen. Alleen danser Sassan Saghar Yaghmai valt op vanwege de vrijpostigheid waarmee hij speels tegen de bandleden opbotst, zich vastgrijpt aan de apparatuur of inrent op een meisje in het publiek dat iets te dichtbij is gaan zitten.
Dat meisje heeft duidelijk geen boodschap aan de dansers. Heftig wiebelend geniet ze van de geweldige muziek van The Ex. Als de rij dansers haar het uitzicht ontneemt, sluit ze onbeleefd haar ogen en wiebelt lekker door. In een van de zeldzame pauzes in de muziek roept ze ineens: ‘Draaien jullie je nou eens om, jongens!’ Ze heeft gelijk. Waar de dansers de vier zijden van het podium uitbuiten, blijft de band stoicijns naar een helft van het publiek gericht, en wie daar niet zit, heeft pech. Mijn eerste kennismaking met The Ex is er een met vier gebogen ruggen. Joop van Brakel, die voor de gelegenheid The Ex aanvult, is zich als enige bewust van de mensen achter zich. De dansers geven het concert tenminste nog een gezicht.
Maar soms ontnemen ze inderdaad het uitzicht op de musici. Want de bandleden bewegen adembenemend mooi. Het verlegen huppeltje van de drumster als ze met twee pannendeksels loopt te rammelen. Het fanatieke gestamp van de gitaristen, die met gebogen hoofden in gesprek zijn met hun gitaar. Hun bewegingen komen direct voort uit de muziek die ze maken. Die directe stroom van muziek naar beweging mis je bij De Dans van Wim Kannekens. Daarvoor zijn de patroontjes net te afstandelijk over de muziek gelegd, de duetten en solo’s te keurig en de dansers te veel bezig met tellen. Misschien verandert dat nog gedurende de tournee. Maar voorlopig lijkt er voor de vervolgprojecten in de serie Popmuziek & Eigentijdse Dans nog voldoende uit te zoeken.