POPMUZIEK

Een deken van droef gemoed

Adele

Wie bij de Bijenkorf winkelt, ziet hem daar prominent liggen. Wie gaat tanken, vindt hem bij het loket. Wie de cd-winkel inloopt ziet hem op 1 staan in de hitlijsten. 21, het nieuwe album van Adele, is overal. Adele is onontkoombaar. En terecht. Haar stem gaat door merg en been zonder dat ze lijdt aan het Mariah Carey-syndroom van toonladdertje spelen, haar (mede door haarzelf geschreven) arrangementen zijn fraai: het is kwaliteitspop voor de massa. Iedereen kan het album draaien als een bevriende popsnob op bezoek komt, maar hem net zo goed als verjaardagscadeau voor zijn tante kopen.

Eind vorig jaar kwam ze in de Madiwodovrijdagshow van Paul de Leeuw een voorproefje van haar album geven. Eerst praatte De Leeuw met haar. Kort en luchtig, maar zoals De Leeuw dat kan als weinig anderen: zijn gast gaf veel informatie in lichaamstaal en bijzinnetjes.

Of ze verliefd was. Nee. Of er iemand in haar leven was. Velen. Toen begon hij maar over haar hondje, Louis Armstrong. ‘Niemand zal ooit zo veel van me houden als hij,’ zei ze met haar Londense tongval, en met het gevoel voor drama van een 22-jarige.

Het vorige album heette 19. Dit album heet 21. De Leeuw zei: 'Wat origineel!’

Adele stak haar tong naar hem uit.

Vervolgens vatte De Leeuw samen waar haar nieuwe liedjes over gaan: liefde, verloren liefde en teleurstellende liefde. Grondiger had haar oeuvre tot nu toe niet kunnen worden samengevat. De cover van The Cure’s Lovesong op 21 is een treffende. 'Whenever I’m alone with you/ You make me feel like I am free again’ - ze zingt het ingehouden en donker, en doet denken aan Shelby Lynne en haar album vol Dusty Springfield-bewerkingen. Opeens viel op hoe droevig die liedjes eigenlijk waren, omdat bij Lynne alles klinkt naar verdriet. Dat heeft Adele ook een beetje: ze legt een deken van droef gemoed over al haar liedjes. Tegelijk zingt ze op 21 anders dan op haar debuut. In een bijzinnetje in het interview met De Leeuw gaf ze aan wat daar de oorsprong van was. Ze had veel naar Wanda Jackson geluisterd, vertelde ze.

Diezelfde Wanda Jackson (1937) maakt op dit moment een opmerkelijke comeback mee: Jack White produceerde haar nieuwe album, The Party Ain’t Over, vol sprankelende covers, van Bob Dylan tot Amy Winehouse. Jack White - meestergitarist, zelf hartstochtelijk fan van alle artiesten die hem hebben beïnvloed - toont zich hier in potentie de Quentin Tarantino van de pop: de man die vergeten sterren afstoft en weer laat stralen. Een rol die Rick Rubin ook al jaren met verve vervult, diezelfde Rubin die ook de helft van Adele’s album produceerde. Wie Wanda Jackson hoort zingen, met een stem die net zozeer klinkt naar een roerig leven als naar de vreugde van de zang, ziet Adele voor zich, luisterend vol ontzag, vastbesloten daar iets van op te pikken. Dat is gelukt.


Wanda Jackson, The Party Ain’t Over, label_: Warner. Adele, 21 (XL Recordings / V2). Adele treedt 8 april op in Paradiso, Amsterdam_