KOERDISTAN: GEBOORTEWEEËN  VAN EEN NATIESTAAT (1) 

Een democratie in een zee van dictaturen

De Groene Amsterdammer bezocht Koerden in Turkije, Irak en Iran. Sinds Amerika Irak is binnengevallen, groeit onder Koerden de hoop op een zelfstandig thuisland. In Irak bestaat die onafhankelijkheid de facto al. ‘Ooit zal heel Koerdistan één land zijn!’

In Iraaks Koerdistan straalt de 21-puntige zon van de Koerdische vlag je overal tegemoet. De vlag van de oude overheerser Saddam Hoessein is door de president van de Koerdische gebieden, Massoud Barzani, verboden. Na decennia van strijd wappert nu trots de eigen vlag. ‘Bijna één miljoen martelaren hebben zich opgeofferd in de strijd voor Koerdistan. We hebben de moordcampagnes van Saddam Hoessein overleefd en altijd, altijd teruggevochten.’

Medium 2 auto

Buitenwijk van Arbil

Aan het woord is Qader Qachakh, veteraan uit de Koerdische guerrillastrijd. Strijders als hij zijn uitgebreid bedankt voor hun geleverde diensten. Het komt maar zelden voor dat overheidsofficials geen verleden in de gewapende strijd hebben. Qachakh is het hoofd van de nationale democratische partij in de regio Duhok, een van de drie provincies van Koerdistan. De uit de kluiten gewassen bestuurder ziet er imposant uit in zijn traditionele kostuum. Zoals overal in de overheidsgebouwen van deze regio hangt ook achter zijn bureau een groot portret van de oervader van de Koerdische strijd, Mullah Mustafa Barzani, de vader van de huidige president. ‘Dit is het resultaat’, zegt Qachakh. ‘Een democratie in een zee van dictaturen. De Koerdische kwestie is een hap die te groot is geworden voor de keel van een dictator. Ooit zal heel Koerdistan één land zijn.’ Tevreden leunt hij achterover en drinkt zijn glaasje thee in één teug leeg.

De oud-strijders hebben meer redenen om tevreden te zijn. Iraaks Koerdistan is al autonoom sinds de Golfoorlog van 1991, sinds de inval in Irak in 2003 is het bondgenoot van het Westen. Voorstanders van de Amerikaanse invasie zien in het Koerdische experiment het goede voorbeeld van democratisering in de regio.

Met de verslechtering van de situatie in Zuid-Irak gaan internationaal steeds meer stemmen op om Irak onder te verdelen in een sjiitisch, een soennitisch en een Koerdisch deel. Die opdeling wordt verwacht zowel van de nieuwe Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates als van de nieuwe democratische meerderheid in het Amerikaanse Congres. Niet voor niets kondigde Tony Blair op 13 november aan met Iran en Syrië te willen praten over stabiliteit in Irak. Iran zou moeten ‘waken’ over de sjiieten en Syrië over de soennieten. En de Koerden? Die kunnen inmiddels voor zichzelf zorgen, is de suggestie.

Medium 1 pesmerka

Iraaks Koerdistan, peshmerga-post tussen Dukan en Sulaymaniyah

De Koerden zijn er klaar voor. Aan de binnengrenzen met Zuid-Irak staan de peshmerga’s – ‘zij die de dood in de ogen kijken’ – 24 uur per dag paraat om de onveiligheid en aanslagen uit het zuiden buiten Koerdistan te houden. En volgend jaar staan ze honderd kilometer verderop, zeggen de Koerden. Eind 2007 kiezen de inwoners van onder meer de provincie Kirkuk namelijk voor of tegen aansluiting bij de Koerdische autonome gebieden. De Koerden rekenen er alvast op dat de meerderheid van de bevolking kiest voor de veiligheid en welvaart van Koerdistan.

Generaal-majoor Sherwan is politiek adviseur van de Koerdische president Barzani. ‘We leven nu voor de democratie’, zegt hij. ‘Maar als de Iraakse regering de uitslag niet respecteert, zal er worden ingegrepen door de peshmerga’s.’ Sherwan benadrukt: ‘Onze zeventigduizend strijders staan klaar om onze rechten te verdedigen.’

Het kleine autonome gebied blaakt van zelfvertrouwen, zo verklaart directeur-generaal Aziz Ibrahim Abdo van het ministerie van Handel, dat het land hoopt om te vormen tot een nieuw Dubai. ‘Stel je voor, een Dubai mét landbouw, olie en een groot arbeidspotentieel!’ Koerdistan, het nieuwe belastingparadijs.

Inderdaad lijken alle steden bevangen door bouwkoorts. Elk jaar verrijzen er nieuwe villadorpen, flats, bedrijventerreinen en vliegvelden, terwijl de prijs van de bouwgrond de pan uit rijst. Maar wie langer in Iraaks Koerdistan verblijft, wordt allengs uit de droom geholpen. Na de verwoestingen die door Hoessein in de jaren tachtig werden aangericht, werd het gebied in de jaren negentig getroffen door een boycot door zowel de Verenigde Naties als het regime in Bagdad. ‘De Broederoorlog’ tussen de twee rivaliserende Koerdische partijen kdp en puk gaf de doodsklap. De landbouw ging ter ziele en alle hoop is nu gevestigd op de olie. Toch staan er elke ochtend buiten de Koerdische steden oneindige rijen auto’s voor de tankstations. Benzine is op de bon en de pompen zijn bijna altijd leeg. ‘De overheid importeert grote hoeveelheden benzine uit Turkije’, zegt journalist Azoz Hardi. ‘Ambtenaren verkopen die olie voor woekerprijzen op de zwarte markt. Terwijl de staatspompen meestal leeg zijn, heerst daar een overschot.’

Medium 3 grenscontrole

De binnengrens tussen Koerdistan en de rest van Irak wordt zwaar bewaakt om het terrorisme buiten te houden

Azoz Hardi is een van de weinige Koerden in Noord-Irak die de onvrede naar buiten brengt. Vanuit de stad Sulaymaniyah bestiert hij de wekelijkse krant Awena. ‘Alle andere media zijn partijgebonden’, zegt Hardi. ‘Daar vertellen ze je dat er persvrijheid is. Maar probeer niet kritisch te schrijven over de president en zijn familie. Hoge ambtenaren beschuldigen van corruptie is not done. Het probleem zit ’m vooral bij hen. Zij hebben decennialang gevochten en bieden ons nu de veiligheid waar Koerden in andere landen slechts van kunnen dromen. Maar dat betekent niet dat ze goede economen of politici zijn. Ze zitten, meestal zonder verstand van zaken, op hun posten en incasseren hun geld. Voor de nieuwe generatie is het verdomd moeilijk daar doorheen te breken.’

Onwelgevallige geluiden worden gesmoord, zoals bleek na de moord op de leider van de islamitische oppositiepartij in 2005. Een kritische journalist van Kurdishmedia.com werd tot dertig jaar cel veroordeeld voor het belasteren van het Koerdisch leiderschap. Dit werd onder internationale druk niet ingetrokken maar teruggebracht tot achttien maanden. ‘Wij hebben ons Koerdistan bevrijd’, vertelt een taxichauffeur ons op samenzweerderige toon. ‘God verhoede dat de Koerden in Syrië, Turkije en Iran hetzelfde doen. Hoessein was verschrikkelijk, maar bestolen en onderdrukt worden door je eigen mensen, dat is veel erger.’

Het uitgebrande monument voor de slachtoffers van de gasaanval op Halabjah – inmiddels wereldwijd bekend – is misschien de meest zichtbare uiting van de onvrede van Iraakse Koerden met hun overheid. Tijdens de jaarlijkse herdenking van de gasaanvallen kwam het tot harde confrontaties tussen protesterende inwoners van Halabjah en de grote aantallen veiligheidstroepen die hoge overheidsofficials steevast vergezellen. De overheid deed de brandstichting af als ondermijnend werk van islamistische outsiders. Maar de inwoners van Halabjah verwijten de regering internationaal de show te stelen met het monument, terwijl ze niets doet aan de sociale voorzieningen in de arme stad. Het uitgebrande monument is een metafoor voor het Koerdistan anno 2006. Internationaal valt er met de autonome regio nog voldoende sier te maken, binnenlands brokkelt het glazuur langzaam af.

Buiten de Koerdische gebieden is de sfeer voelbaar anders. De weg naar Iran door het onveilige Irak leidt langs vele roadblocks en zanderige, broeierige dorpen met weinig mensen op straat. ‘Iedereen is jaloers op ons Koerdistan, wat je er ook over kunt zeggen’, vertelt de Iraaks-Koerdische chauffeur. ‘Want uiteindelijk hebben wij wel bereikt wat iedereen wil, Koerd of Irakees: vrijheid en veiligheid.’

Dit is het eerste artikel uit een tweedelige serie. Volgende week: hoe denken de Koerden in Iran en Turkije over de ontwikkelingen in Irak?

Voor meer over de reis door Koerdistan:www.prospektor.nl

Anoek Steketee heeft op dit moment een tentoonstelling bij Galerie Gabriel Rolt te Amsterdam: www.gabrielrolt.com/exhibitions