Een diepe zucht

Woorden schieten te kort zogauw het op verdriet of geluk aankomt. Alles is al honderd keer eerder gezegd en gedaan. Maar dan opeens: páng! Geen grootscheeps mitrailleurgeweld, maar een kleine katapult treft doel. In Er was wat met Meneer Maker & Mevrouw Maker bericht Barber van de Pol uit het strijdperk van twee tomelozen, waar men elkaar ombeurten tart en temt. ‘Roman’ staat er met grote letters op het omslag, maar er had ook ‘drama in veertig bedrijven’ kunnen staan, of beter nog: ‘klucht’.

Van de Pol, die vooral bekendheid geniet door haar vertalingen uit het Spaans, waaronder die van Don Quichot, heeft geen conventionele roman geschreven. In korte hoofdstukken waarin steeds een scène voor een dame en heer centraal staat - een etentje, een middagje winkelen, een vrijpartij - ontrolt zich een liefde op een cartooneske manier. ‘Een nieuwe auto’ heet de aflevering waarin getwijfeld wordt aan de rijkunsten van de ander. In 'Vakantie’ moet nét dat ene hotel koste wat kost bereikt worden, vindt de geroutineerde reiziger van het stel. En in 'Op het atelier’ wil de een het raam open hebben en de muziek uit, en de ander het raam dicht en de volumeknop lekker voluit. De kat en de muis heten in dit geval Meneer Maker en Mevrouw Maker; zij schildert, hij componeert. Hun namen zijn in de titel nog afschrikwekkend, maar in het drama zelf komen de dame en heer wonderwel tot leven. Dat leven hebben zij te danken aan de consequent prozaïsche toon van hún maker. Barber van de Pol bewijst met dit boek de kunst van de lichtvoetigheid te beheersen.
Lichtvoetigheid bestaat bij de gratie van zwaarte. Zo zitten Meneer Maker en Mevrouw Maker in het hoofdstuk 'Cantharellen’ samen in een Italiaans restaurantje, voor de lunch. Het gesprek over muziek ontspoort nog net niet. 'Jammer dat jij niet zo van Bruckner houdt’, zegt Meneer Maker alleen. Hij laat zich het eten smaken, zozeer dat Mevrouw Maker een tikkeltje venijnig overdenkt dat als Meneer Maker niet goed eet, hij niet helemaal zichzelf is. 'Eén hapje’, vraagt ze hem dan, voordat hij de hele schaal leeg heeft. 'Meneer Maker zoekt op zijn bord en reikt haar het hapje toe.’ Onderhuids woedt de storm. 'Mevrouw Maker zou liever een ander hapje hebben, met cantharel. Ze bedenkt dat hij dat misschien lekkerder vindt dan zij.’ De scène eindigt ermee dat Mevrouw Maker zich ondanks haar werkplannen toch maar weer laat verleiden mee te gaan naar het huis van Meneer Maker. Want zoals altijd wil hij haar nog even wat speciale opnamen laten horen. 'Ze rekenen af en lopen naar Meneer Makers auto. Onderweg zeggen ze niets. Ze leveren geen commentaar op de zon die in gevecht is met de wolken, ze zien het allebei.’
Uitvergroot, als in een stripverhaal of een slapstick, worden hoogte- en dieptepunten van een liefdesbetrekking neergezet. Exemplarische momenten worden het op die manier. Klinkt ook misschien weer afschrikwekkend, maar dat is het niet. Neem de scène 'Ooit’, die begint met: 'Ooit is het begonnen.’ Meneer Maker loodst Mevrouw Maker, 'die die nacht pas echt Mevrouw Maker zal worden’, mee de trap op naar zijn kamer. ’“Morgen wordt het nog mooier,” belooft Meneer Maker. “Het wordt iedere dag mooier, tot we niet meer merken hoe mooi het is. Dan blijven we bij elkaar omdat we niet anders kunnen. Dat is het mooist wat er is. Goed?”’ Tragisch genoeg is de werkelijkheid weerbarstiger. Wat begint als een feest, eindigt met verwijten. Je praat te veel. Je drinkt te veel. ’“Ik wil niet praten, hoor,” zegt Meneer Maker angstig. “Ik wil geen ruzie.”’
Met bedrieglijk veel aandacht voor de zintuiglijke genoegens des levens - eten, drinken, vrijen - danst Barber van de Pol om de clichés van liefdesgeluk en -leed heen. Dat haar dat is gelukt, heeft alles te maken met de vorm waarin ze het Meneer en Mevrouw Maker-drama heeft gegoten. Met strakke hand dient ze ongrijpbaar groot geluk en dito verlies in kleine precieze porties op. De afgemeten omvang doet de scènes aan kracht winnen en de woorden aan betekenis.
Dat is meteen het enige bezwaar dat je kunt hebben tegen een roman die zo 'geheid’ in elkaar zit: de grote dichtheid aan betekenis. Achter iedere zin gaat een wereld schuil. 'Zij wil niet vrijen, hij wil niet weg’, vat Barber van de Pol de condition humaine samen. In kleine porties dan ook maar consumeren, zou je zeggen. Maar in al zijn vederlichtheid noodt Er was wat met Meneer Maker & Mevrouw Maker uit tot schrokken. Daarbij komt dat de stripfiguren uitgroeien tot typen wier wel en wee je interesseren. De maniakale Meneer Maker die eigenlijk een groot kind is, en de droefgeestige Mevrouw Maker die wel wil maar toch ook weer niet. 'Mevrouw Maker weet dat hij morgen weer om haar heen zal draaien, omdat ze hem deze avond heeft verdragen.’ Langzaam dringt het verschrikkelijke besef tot haar door: 'Er is geen mens tot wie je je kunt wenden als je liefde voor iemand taant.’ Zo'n boek kun je alleen maar dichtslaan met een diepe zucht.
Ach, wat mooi.