Interview Lucy Kortram

Een dikke onvoldoende

Dr. Lucy Kortram lichtte jarenlang organisaties door om zwart en wit in harmonie te laten samenwerken. Vier jaar geleden kwam ze voor de PvdA in de Tweede Kamer. Nu wil de partij van haar af. «Ik zeg niet dat er racisten in de fractie zitten. Wel is er sprake van multiculturele onkunde.»

Arnhem, een gure vrijdagmorgen. In de lobby van een hotel tegenover het station zit Lucy Kortram. Voor haar op tafel een koud geworden kop koffie, een fluorescerende stift, een potlood en een hoge stapel documenten. Per post stuurde ze vorige week al het een en ander toe. Onder meer krantenknipsels waarin ze werd genoemd. En een reinigingsdiploma van de gemeente Apeldoorn, compleet met rapportcijfers: «Gedurende haar stage bij het Wijkserviceteam heeft mevrouw L.H. Kortram (Lucy) aangetoond op enthousiaste wijze zorg te dragen voor een schone leefomgeving.» Tevens bevatte de enveloppe twee interne stukken. Van haar, aan de fractie.

Boven het eerste stuk staat: «Betreft: een eventueel huwelijk van prins Willem-Alexander.» Daaruit blijkt dat Kortram het niet eens is geweest met het PvdA-standpunt inzake de trouwerij: «Ik ben geneigd het niet vanzelfsprekend te vinden dat iemand die zo fout is geweest als de vader van Máxima, de schoonvader van de toekomstige koning wordt.» En: «Het valt zeer te betwijfelen of dit voorstel (waarbij vader Zorreguieta thuis moet blijven - jvc) in de toekomst een positieve binding van Máxima met Nederland zal bevorderen. Dit blijft toch een traumatische ervaring en legt bovendien een potentiële bom onder hun relatie. En hoe zouden haar eventuele kinderen reageren op het wegstoppen van opa?» Verderop schrijft ze: «Prins Willem-Alexander is (…) probleemeigenaar. Hij wil trouwen met een vrouw die een foute vader heeft en hij wil koning worden. En die combinatie van ambities maakt dat hij een probleem heeft.» Aan het hoteltafeltje in Arnhem zegt Kortram dat fractiegenoten haar toevoegden dit standpunt «niet collegiaal» te vinden.

Het tweede stuk is een bericht aan de fractie, gedateerd 27 november 2001, om «aan jullie duidelijk te maken waarom ik deze motie overbodig, niet relevant en stigmatiserend acht». De motie ging over de verhuur van woonruimte aan illegalen, die effectiever bestreden zou moeten worden. In haar bericht schrijft Kortram dat er onderzoeken zijn geweest waaruit blijkt «dat illegale verhuur aan illegalen nauwelijks speelt». Het is «populistisch om wel die indruk te wekken». En: «Met de woordvoerder (Bert Middel - jvc) heb ik tot tweemaal toe een afspraak gemaakt om samen te zoeken naar oplossingen. Hij is echter zonder tegenbericht niet komen opdagen. Ook telefonisch was hij in het weekend niet bereikbaar. Vanochtend heb ik vlak voor de fractievergadering met hem overleg gevoerd, maar hij liep midden in het gesprek weg.»

Lucy Kortram werd op 16 juni 1948 te Paramaribo geboren. In de verte stamt ze af van de vroegere Surinaamse premier Jopie Pengel. Ze was veertien toen ze naar Nederland kwam. Ze studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar ze in 1991 promoveerde op De cultuur van het oordelen: Oordeelsvorming in inter etnische relaties. Han Entzinger, een van de leden van de promotiecommissie, was er enthousiast over. Kortram: «Op verscheidene terreinen in de samenleving wordt de suggestie gewekt dat alleen meerderheden mogen oordelen over minder heden. Ik toonde aan dat er geen monopolie van het oordelen bestaat, dat iedereen actor is en niemand toeschouwer. Tot dan toe was het denken over minderheden exclusief vanuit wit perspectief verricht.»

Na de studie richtte ze een «multiculturele adviespraktijk» op. Ze werd ingehuurd door bedrijven, stichtingen en overheidsinstellingen waar de samenwerking tussen allochtonen en autochtonen niet wilde vlotten. Acht jaar lang lichtte ze organisaties door en schreef ze plannen van aanpak. De kunst was autochtonen niet in een daderrol te drukken en allochtonen niet in een slachtofferrol. «Mensen zijn denkende wezens. Als ze omgaan met elkaar doen ze dat vanuit beelden. Het belangrijkste is dat je mensen vrijwillig hun eigen beelden laat bekritiseren.»

Op een dag hield ze een lezing voor het multi-etnische vrouwennetwerk, waar ook PvdA'er Jacques Wallage bij betrokken was. Kortram: «Jacques was erg geïnteresseerd.» In 1997 werd haar gevraagd of ze wilde solliciteren naar het kamerlidmaatschap. Ze besloot ervoor te gaan en werd uitgenodigd door de commissie-Dunning, die de lijst samenstelde. Ze werd genoteerd op plek 29. «Ik was heel blij, het is een hoge plaats voor een nieuwkomer.» Bij de verkiezingen stemden 1585 mensen op haar. Relatief veel. Nieuwkomers als Mariëtte Hamer, Wouter Gortzak, Jet Bussemaker en Ferd Crone haalden maar zeshonderdzoveel of minder binnen. «Er werd toen op bagatelliserende toon gezegd: er hebben vast alleen Surinamers op haar gestemd.»

De eerste dagen in Den Haag. Kortram: «Ik voelde me verloren. Ik had geen kamer en geen medewerker. Met nieuwkomers als Judith Belinfante en Khadija Arib hing ik maar een beetje rond. Ik dacht: wat doe ik hier?» Toen de fractie verhuisde naar het deel van het parlements gebouw dat Koloniën wordt genoemd, kreeg Kortram wel een kamer. Echt flitsend kwam ze niet uit de startblokken. «Het zou een jaar duren voor ik mijn eerste AO (algemeen overleg - jvc) kreeg. Het duurde bijna twee jaar voor ik een fatsoenlijke portefeuille had.» De fractieleden stortten zich als hongerige wolven op de onderwerpen. Verbijsterd sloeg Kortram het gade. «Wie het hardst vecht, krijgt het beste. Ik had op wat meer fatsoen gerekend.» Wallage - die binnen een half jaar naar Groningen was vertrokken - had haar toegezegd dat ze «primair onderwijs» zou krijgen. «Maar primair onderwijs is naar Marleen Barth gegaan.»

Lucy Kortram had genoegen te nemen met rest-onderwerpjes. Pas na twee, drie jaar zou haar porte feuille aan volume winnen. Dat eerste jaar probeerde ze «intercultureel onderwijs» op de agenda te krijgen. In de fractie was nauwelijks iemand die er het belang van inzag. Ook over andere initiatieven die ze lanceerde, betoonde de fractie zich weinig enthousiast. «Als ik die eerste periode zou mogen overdoen, denk ik dat ik elke dag bij Ad Melkert op de stoep was gaan zitten. Om te zeggen: zo gaat het niet, ik kom tot niks. Dat had ik moeten doen, maar dat ligt niet in mijn aard.»

Kortram besloot «het veld» in te trekken. «Ik ben met verschillende instellingen gaan praten, en met burgers. Om een visie van de PvdA op wonen, zorg en dienstverlening in een nota neer te leggen. Gaandeweg die rit hebben Adri Duijvestein en Khadija Arib zich erbij gevoegd.» Tevens begon ze te pleiten voor verlenging van de schoolperiode van allochtone leerlingen in achterstandsituaties. Staatssecretaris Adelmund reageerde positief op dit voorstel. «Maar wat mij zo ontzettend tegenviel, is dat dit voorstel niet omarmd werd door de fractie. Ik heb wel vaker het gevoel gehad dat mijn initiatieven opzettelijk werden tegengewerkt.» Ze zegt dat er vanuit haar partij lacherig werd gedaan toen ze «pesten» op de politieke agenda wilde zetten.

Vaak dacht ze terug aan haar jaren als multicultureel adviseur; vaker dan haar lief was. Kort ram: «Ik ontdekte dat mijn ervaringen in mijn vorige baan niets waren in vergelijking met wat ik hier aantrof. Ik had niet verwacht dat die mechanismen die ik vroeger in die organisaties had geregistreerd hier minstens zo hardnekkig aan de orde waren. Dat is naïef van mij geweest.»

Hoe zou ze, in haar hoedanigheid van multicultureel adviseur, oordelen over de fractie, waar per slot van rekening ook een samenwerking tussen autochtoon en allochtoon tot stand gebracht moest worden? «Als je zoals Ad leiding geeft aan een multi-etnische fractie moet je een beetje weten wat voor patronen en wetmatig heden zich voordoen in een multi-etnische groep. Ik denk dat hij en het bestuur meer ondersteuning zouden moeten krijgen in interculturele managementvaardigheden.»

Er hebben zich volgens haar «meerdere negatieve mechanismen» voorgedaan. «Waaronder uitsluiting en tegenwerking. En er zijn beelden van mensen de fractie ingestuurd waardoor op een gegeven moment zo'n persoon gemarginaliseerd is geraakt.» Ineens: «De manier ook waarop er gedacht wordt over achterbannen. Toen ik aankaartte dat ik een parlementair onderzoek wilde naar het mislukte achterstandsbeleid, werd in de fractiegroep meteen gezegd dat mij dat door mijn Surinaamse achterban zou zijn ingefluisterd. Dat is heel triest. In mijn achterban heb ik namelijk zowel autochtonen als allochtonen zitten. Dat zijn denkbeelden, en dat is nog triester, waar mensen zich niet bewust van zijn.» Fel: «Ik zeg niet dat er racisten in de fractie zitten. Maar er is wel sprake van multiculturele onkunde. Daarvoor krijgt de fractie echt een dikke onvoldoende.»

Toen Kortram een discussie aanzwengelde over «multicultureel bouwen» kreeg de PvdA dreigbrieven bezorgd. Kortram: «Die brievenschrijvers schreven dat ik moest oprotten naar Suriname. In die periode heb ik in de fractiegroep verteld dat mensen in de Bijlmer mij gevraagd hadden of het kon dat hun kinderen geen sinterklaas vierden op school. Omdat ze gepest werden met pieterbaas. Toen is iemand uit de fractiegroep naar De Telegraaf gegaan: Kortram wil sinterklaas afschaffen. In die periode van kwetsbaarheid besluit een collega er een schepje bovenop te doen. Dat is wat ik bedoel als ik zeg dat er beter multicultureel gemanaged moet worden.»

Ze begint over Ad Melkert. «Ad heeft mij op onderdelen wel gesteund. Hij stond achter mijn voorstel om het woord ‘allochtoon’ af te schaffen. Ad zei: je hebt daar echt een punt beet.» In haar pleidooi voor «multicultureel bouwen» steunde de fractievoorzitter haar niet. «Ik ben er toch mee doorgegaan en er kwam bij hem iets van acceptatie.» Van «pesten» distantieerde Melkert zich aanvankelijk ook. «Uiteindelijk opende hij er wel een rondetafelgesprek over.» Elementen uit «pesten», «multicultureel bouwen», «naamgeving» en «woonwensen allochtone ouderen» - alle afkomstig uit Kortrams koker - werden uiteindelijk wél opgenomen in het programma waarmee de PvdA thans de verkiezingen ingaat.

Hoewel ze samen met VVD-collega Enric Hessing in mei 2001 werd uitgeroepen tot meest onbekend kamerlid, had Kortram het idee dat ze de laatste twee jaar toch goed op gang was gekomen. Een schaduw wierp de botsing met fractiegenote Marleen Barth, die haar in het ophef makende artikel van Gerard van Westerloo in NRC Handelsblad, februari 2001, van leugen achtigheid had beticht. Kortram: «Marleen had een motie ingediend zonder mij te vragen wat ik vond. Het ging over medezeggenschap, dat heb ik in mijn portefeuille. Er is een fatsoensregel: als je je bemoeit met het woordvoerderschap van een ander, dan heb je daar op z'n minst overleg over. Ik was echt heel boos. Ik heb gedreigd dat ik tegen zou stemmen.» Ten overstaan van de fractie bood Barth haar excuses aan, ook voor de uitspraken.

In datzelfde NRC-artikel had fractiegenote Marja Wagenaar de door Barth geconstateerde leugenachtigheid onderschreven. «Marja bood haar verontschuldigingen aan toen ik in mijn eentje op mijn kamer was. Ik zei: Marja, ik wil dat je dit en plein public doet, niet in een achterafkamertje.»

Afgelopen december maakte de commissie-Ouwerkerk bekend dat Kortram niet op een verkiesbare plek op de lijst zou komen te staan. Kortram: «De commissie heeft laten weten dat ze mij onvoldoende in staat acht een achterban te mobiliseren. Dat is een criterium dat bij autochtone kandidaten niet meegewogen wordt.» Ze is niet van plan zich uit de politiek terug te trekken. «Misschien is een burgemeesterschap een optie. En in 2006 zit er weer een andere commissie.»

Met de huidige fractie had Lucy Kortram niet verder gewild. «Alles overwegende heb ik een streep getrokken en geen stippellijn. Ik zit er nog wel tot mei, ja. Het gevaar dat ik verder gemargina liseerd zou worden was dus niet denkbeeldig. Ik heb bij Ad aangegeven dat ik het op een goede manier wil afmaken. Ik heb gezegd dat bepaalde spelletjes zich niet meer moeten voordoen. Als een aantal mensen doorgaat met aan mijn portefeuille knabbelen of probeert mij op een zijweg te zetten, zal ik dat niet accepteren.» Ze zegt dat Melkert de betrokkenen erop heeft aangesproken.

De ober bezorgt de rekening. «Mijn kinderen zijn geïnteresseerd in de politiek», zegt ze. «Dat zou ik ze nu niet gunnen.» Ze zet een multiculturele theorie uiteen, ontleend aan het boek Black Skin, White Masks (1967) van Frantz Fanon. «Onder invloed van machtsverhou dingen kan er vervreemding optreden. Binnen politieke partijen en fracties zijn er veel krachten die zelfvervreemding veroorzaken bij alloch tone politici.» Dat is haar verklaring voor het feit dat allochtone nieuwkomers als Albayrak, Arib, Örgü en Karimi wél furore maken. «De mate waarin een allochtoon succes in de politiek heeft, ligt niet alleen aan de betrokkene zelf, maar vooral aan de fractie cultuur. Vooralsnog is die erop gericht zelf vervreemding bij allochtone politici te bewerkstelligen. Dan schikken ze zich naar het model van een ideaaltype allochtoon, zoals de autochtoon het wenst. Dan heb je veel moeten achterlaten.»

Maandag laat Kortram nog van zich horen. Ze heeft schriftelijke vragen gesteld aan staats secretaris Remkes. Of hij er kennis van heeft genomen dat voor de tweede maal granieten platen van de Leeuwardense Achmeatoren zijn gevallen?

========================

Hans Ouwerkerk, verantwoordelijk voor de kieslijst: «Bij het samenstellen van de nieuwe kieslijst heeft de commissie met diverse betrokkenen gesproken over Lucy’s functioneren. Over het algemeen was men erg kritisch over haar. Ze scoorde niet hoog. We hebben lang geaarzeld haar van de lijst te schrappen omdat ze een Surinaamse achterban vertegenwoordigt. Omdat de referenties zo negatief uitvielen, zijn we hard op zoek gegaan naar andere kandidaten met een Surinaamse achterban. Die hebben we gevonden. Dat is inderdaad een vorm van positief discrimineren. Maar Lucy heeft het veel te veel als een complot willen zien. Ze is daarin doorgedraaid.»

Sharon Dijksma, fractiegenote: «Uiteindelijk heeft Lucy best belangrijke onderwerpen in haar portefeuille gekregen. Ik weet dat ze het in het begin heel moeilijk heeft gehad. Het samenstellen van je portefeuille is een hele strijd. Ik kreeg in het begin ook alleen afvalbeleid toegeworpen. Zij wilde multiculturele onderwerpen, maar anderen waren haar voor. Ik vind dat portefeuilles eerlijker verdeeld moeten worden, dat had haar gevoel van eigenwaarde kunnen vergroten. Ik geloof niet dat het spaaklopen van haar carrière te maken heeft met etnische geschillen.»

Marleen Barth, fractiegenote: «Lucy beheerst de regels van de fractie niet zo. Ze is daarom tegen muren op gelopen. Ze heeft veel mensen en vooral zichzelf in de weg gezeten. Verder wil ik er on the record niks over zeggen.»

Bert Middel, fractiegenoot: «Ik heb geen enkele behoefte hierop te reageren. Ik weet wie het zegt. Elke vier jaar heb je te maken met mensen die dingen zeggen die ze beter niet kunnen zeggen.»