Hoofdcommentaar

Een docentvijandig land

Rond de jaarwisseling woei het niet alleen flink aan onze kust, maar ook in het vaderlandse onderwijsveld. De rituele kritiek op organisatie en niveau van ons onderwijs van querulanten als Arnold Heertje (‘Het hoger beroepsonderwijs is een criminele organisatie’) of Leo Prick (‘Wie behartigt het belang van de leraar? Niemand!’) werd opeens versterkt door kritische notities en aanmaningen uit alle hoeken en gaten.

Overheidsorganen als de Onderwijsraad, het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Innovatieplatform, sociale partners als mkb-Nederland en werkgeversorganisatie vno-ncw, organisaties van docenten, studenten, ouders en zelfs onderwijsmanagers spraken allemaal hun zorg uit over het teruglopende niveau van ons onderwijs. De teneur van de meeste kritiek luidt, kort en goed, dat onderwijsinstellingen niet het vereiste kennisniveau bij leerlingen en studenten tot stand brengen.

Over de aard van de vereiste kennis lopen de opvattingen uiteraard uiteen. Maar daarover gaat de huidige onderwijsdiscussie al niet meer: die gaat over een gebrek aan elementaire kennisoverdracht zonder welke geen onderwijs mogelijk is. Als universiteiten hun toekomstige studenten rekentoetsen moeten gaan afnemen, hbo-studenten staken uit protest tegen het tekort aan lesuren en vakinhoud en ouders klagen dat hun kinderen op school in de steek worden gelaten onder het mom dat ze ‘hun eigen kennis moeten construeren’, is er echt iets aan de hand.

In het onderwijs is een vergelijkbare trend herkenbaar als in veel andere beroepsgroepen, van huisartsen tot politieagenten en van thuiszorgers en verpleegkundigen tot brandweerlieden: het management overwoekert het beroep. Onder het mom van efficiëntie worden meet- en beheerstechnieken uit het bedrijfsleven toegepast op beroepen waarvan de correcte of bevredigende uitoefening naar hun aard niet te meten is. Om er één voorbeeld uit te lichten: de Nederlandse politie is van een redelijk functionele hermandad gedegradeerd tot een soort callcenter voor veiligheid. Sinds de invoering van het prestatiecontract rekent de politie het niet meer tot haar taak om adequaat op veiligheidsproblemen te reageren, maar slechts om abstracte streefcijfers te halen. Agenten zijn meer tijd kwijt aan het administreren van hun eigen bezigheden dan aan opsporing en openbare-ordebewaking. Wie de politie tegenwoordig doortastend wil zien optreden, moet een agent zodanig bedreigen dat die ‘Assistentie collega’ in zijn portofoon roept.

Ook in het onderwijs zijn de eigenlijke onderwijstaak en het bijbehorende personeel overwoekerd door externe organisaties die vaak geen ervaring hebben in het geven van onderwijs: Haagse ambtenaren, pedagogische centra en onderwijsmanagers. De gedachte dat lesgeven een kwantificeerbare taak is waarvoor niet in de eerste plaats de docent, maar externe deskundigen competent zijn, leidt tot absurde situaties. Zo kan het gebeuren dat docenten die al jaren lesgeven aan merendeels allochtone leerlingen een gedwongen ‘bijscholing’ ondergaan van pedagogen die nog nooit voor een klas hebben gestaan, laat staan een tientalige klas. Het is je reinste tijdverlies, maar de onderwijsmanager kan het item tevreden aanvinken op zijn ‘masterplan’.

In het vmbo en mbo zijn de funeste gevolgen van deze Haagse meet- en beheersdrift zo tastbaar dat van een crisis mag worden gesproken. Op roc’s zijn vakdocenten vervangen door ‘coaches’ die ook nog eens minder ‘contacturen’ maken dan hun voorgangers, en dat terwijl het management almaar uitdijt. Ook in het hbo lijkt de scheefgroei compleet. ‘Uit door ons onlangs gepresenteerd onderzoek naar het hbo blijkt dat gemiddeld nog geen derde van de door u beschikbaar gestelde budgetten direct besteed wordt aan studenten, onderwijzend personeel en direct onderwijs ondersteunend personeel’, schrijven Ad Verbrugge en Presley Bergen van de vereniging Beter Onderwijs in een open brief aan minister Maria van der Hoeven: ‘Zo zien we dat het aantal bestuurders, onderwijskundigen en coördinatoren in het beroepsonderwijs snel toeneemt en het aantal vakdocenten snel afneemt. Natuurlijk is de eerste groep ook met van alles bezig in een onderwijsinstelling, maar of dat het onderwijs ook altijd ten goede komt, is een vraag die veel vaker mag worden gesteld.’

Aan de universiteiten is sprake van een vergelijkbare ‘afbraaksituatie’, aldus de verontwaardigde Utrechtse historicus Jeroen Duindam. Dat danken we aan ‘een overheid die zich enerzijds veel te veel permitteerde in het voorschrijven en controleren, anderzijds de koorden van de beurs steeds verder dichtsnoerde. De middelen krimpen dusdanig dat academisch onderwijs nauwelijks meer mogelijk is. In de landelijke politiek komt het thema slechts incidenteel, in verkiezings- en formatietijd, aan de oppervlakte. Zodra de associatie met economie en innovatie wegvalt, lijkt geen partij bereid in goed hoger onderwijs te investeren.’

Over de teloorgang van het onderwijsniveau wordt al tweeënhalfduizend jaar geklaagd – letterlijk sinds de Romeinen – en toch herstelt het niveau zich kennelijk steeds spontaan. In vergelijking met andere westerse landen doet Nederland het niet slecht. Wat ons steekt, is de gedachte dat ons onderwijs zoveel beter zou kunnen en dus zou moeten zijn. En de grootste gemene deler van alle huidige onvrede is dat Nederland een docentvijandig land is. Sinds het aantreden van Jos van Kemenade als minister van Onderwijs op 11 mei 1973 is het beleid van alle Nederlandse onderwijsministers, of ze nu links- of rechtsdraaiend waren, gebaseerd op de gedachte dat iedereen verstand heeft van onderwijs geven, behalve de docent.

Het besluit van minister Van der Hoeven om per 2008 het competentiegericht onderwijs (cgo) in het middelbaar beroepsonderwijs in te voeren, is de zoveelste proeve van dit misverstand. Toekomstige leraren leren competenties af te vinken op een ‘kwalificatieprofiel’ dat door het bedrijfsleven is aangereikt, in plaats van zich te richten op de kwaliteiten die onmisbaar zijn voor goed leraarschap: betrokkenheid, enthousiasme en het vermogen om een productieve relatie met de leerling op te bouwen. Kennelijk is geen bevolkingsgroep zo hardleers als onze politici.

Medium reactie

…………………………………………………………………………………………………………….._
Daar hebben ze dus geen verstand van en dus terug naar de vernieuwing dwz de middenschool. Heb ik dat weer?

reactie : G.A.Kirchner_, donderdag 18.39_

……………………………………………………………………………………………………………..

Een mij uit het hart gegrepen stukje en dan werk ik nog niet eens in het onderwijs maar bij de verslavingsreclassering. Omdat ik ooit besloten heb op elk forum te scanderen: “ Iets doen is goed, maar het registreren is beter!” kon ik het niet nalaten hier te reageren. Ik hoop dat ik er toe kan bijdragen dat het stopt, want het loopt de spuigaten uit. Naar genuanceerde kritiek wordt niet of nauwelijks geluisterd of als er al een reactie komt dan is het iets in de sfeer van: “ Het is toch normaal dat je verantwoordt wat je doet”. Maar de timmerman die driekwart van de tijd bezig is met de rekening raakt toch al gauw zijn klanten kwijt.
Daarom reageer ik langzamerhand maar met one-liners of stukjes
Zie bijvoorbeeld:
http://www.vnn.nl/index.cfm?pid=83&itemid=228&contentitemid=73 of
http://www.vnn.nl/index.cfm?pid=83&itemid=228&contentitemid=89

Het lijkt er op dat de samenleving excelleert (= meer en meer in Excel inpasbaar is). De management-opleidingen laten nu aan de samenleving zien wat de studenten geleerd hebben in de jaren tachtig / negentig; niet zo heel erg leuk als je er mee moet werken!

reactie: Ruerd Swierstra, donderdag 20.08
_……………………………………………………………………………………………………………..

Het lijkt er inderdaad op dat we hier in Nederland tot een dusdanige crisissituatie moeten komen dat er een generatie scholieren/studenten verloren gaat. En de vraag is of ze het dan merken.
En hier is niet alleen de regering schuld aan. Koepelorganisaties doen net zo hard mee door te weinig publiek aan de bel te trekken en mee te draaien zodra dat beter met hun eigen belangen (die niet die van het onderwijs in het algemeen zijn) strookt. Veel studenten willen vooral snel klaar zijn, daarin gesteund door prestatiebeurzen en wat dies meer zij. We zijn allemaal verzadigd met ons eigen welzijn en gerief.
Het is van zo'n schande en treurigheid dat ik na twee jaar mij te hebben ingezet te helpen dit tij te keren, ik nu vooral hier mijn jaar wil afmaken en zo snel mogelijk naar het buitenland.
“In Nederland wil ik niet blijven,
Ik zou er dichtgroeien en verstijven.
Het gaat mij daar te kalm, te deftig,
Men spreekt er langzaam, wordt nooit heftig, En danst nooit op het slappe koord.
Wel worden weerlozen gekweld,
Nooit wordt zo'n plompe boerenkop gesneld, En nooit, neen nooit gebeurt een mooie passiemoord.”_
reactie: D. van der Schoot, donderdag 23.05
……………………………………………………………………………………………………………..

_U heeft vast al gehoord van de plannen om webcams op te stellen in klaslokalen.
Heer Smits, het schaap van Idols, staat straks als eerste voor de schoolingang.
Docenten achter aan sluiten en monden dicht graag.
Denk je eens in: straks mogen ouders misschien wel kinderen wegstemmen die het succes van hun Bianca, Rogier, Chantal of Aprilletje in de weg staan.
Kunnen ze live betrokken zijn bij de verrichtingen van hun oogappeltjes vanaf de werkplek, en die lullige onderwijzers en onderwijzeressen eindelijk eens goed in gaten houden. Want iedereen weet intussen dat ze d’r niks van bakken!
Hé, die Harmsen heeft wel erg veel oog voor Sem en Rianne.
Is er vast zo eentje die z’n handen niet kan thuishouden. Lekker kort gedingetje!
Natuurlijk barst al dat hoogbegaafde nageslacht van het acteertalent.

“Mijn Hilde is hot, hot, hot! en ‘check’ mijn Robbie, wat een beest!
Mijn Ritalinetje is helemaal top, kijk maar uit!’’
“Welkom bij Class Life Live beste ouders. U hoort het al de stemming zit er goed in!
Ons welbekende motto luidt : ‘Leren is Spelen’.
Vandaag zijn we te gast in Fokhuizen en zoals gewoonlijk houdt de burgemeester van de gastgemeente een peleton beveiligers stand by en staat er een team van de Stichting Correlatie klaar voor nazorg.
Want wij staan uiteraard borg voor de veiligheid van uw kids.
Class-life wordt mede mogelijk gemaakt door het Innovatie -Team van het Ministerie van Iederwijs en Fruit4U fruitjuices verrijkt met extra vitamine én benzedrine.

“Let the show begin!”
Directeur Jerry Beurs van basischool Futurama is wild enthousiast: ‘’Dit is echt helemaal te gek! Nee mensen, dit is werkelijk top! Door deze webdeal kan ik alle E.T.’s ( Educational Targets ) voor dit jaar in een klap realiseren. Dit is echt Wow!
De heer Beurs leidt vervolgens zelf het dagprogramma in.
“Hai kids, we beginnen vandaag met zinsdeling. Wat dat is? Ja, dát mogen jullie mij vertellen. Iemand een ideetje? Nee? Woorden afbreken? Nee, nee. Woorden afbreken mag niet. Bovendien zijn we hier bezig wat op te bouwen ja?
Wat zeg je Robbie? Samen delen? Ja, hartstikke goed!
Je gaat samen met een partner zinnen lezen, en jullie lezen dan allebei een stukje van de zin.
Júist, een zinsdeel heet zoiets Bianca, goed zo meissie!
Tot de camera: ‘’Kijk mensen zo eenvoudig is het nou! Ze komen gewoon zelf met allerlei dingen en daar kan je dan zo veel mee. Onderwijs is echt kicke!”
De directeur wenkt de docent: ‘’Hé Dick, jij mag aan de bak jongen, ja wat dacht jij dan, je moet wel werken voor je geld hoor!“ Dick Plezier loopt langzaan naar voren, de camera zoemt in.
De les is begonnen. De pappa’s en mamma’s zitten aan de buis gekluisterd.

reactie: V.A.Schalkwijk, vrijdag 0.27 …………………………………………………………………………………………………………….._

Mijn reactie sluit niet exact aan bij hetgeen het artikel meldde, maar toch wil ik u het onderstaande melden.
In 1994 ben ik begonnen met een onderzoek naar de invloed van tv op het doen en denken van mensen. Eerst voor een scriptie en daarna om uiteindelijk op een proefschrift over ethiek en tv te kunnen promoveren. Maar tussendoor heb ik steeds baantjes als lerares op allerlei middelbare scholen gehad voor een jaar of zo. Ik ben van mening dat zowel onderwijs als tv erg te lijden hebben onder het commerciële denken. En dat die commerciële tv ook nog eens een negatieve invloed op het onderwijs uitoefent.
Wat mij vooral erg sterk is opgevallen is de enorme invloed van tv-programma’s met hoge kijkcijfers op het gedrag en het denken van dat wat jongeren. Zeg: wat middelbare scholieren op de tv zien. Daar is de invloed van een school niets bij! Zolang als er bij de tv in de eerste plaats over KIJKCIJFERS en dus over commercieel verantwoord gepraat wordt en niet in de eerste plaats over ethiek, is onderwijs een hopeloos bootje op een wild bruisende en spuitende riool. Wat dat is zoals ik de commerc. tv zie: een openrioolbuis die de huiskamers binnen loopt en waar de raten in rondzwemmen. Dat iemand als De Leeuw nu televisieman van het jaar geworden is, wil niets wezenlijks over kwaliteit zeggen, wel over kijkcijfers en commercie. Vorig jaar was De Mol televisieman van het jaar.IDEM!!
De knoop zit ’m erin dat alles commercieel moet zijn. Onderwijs en tv dus ook. Wat dat met de samenleving doet, dat zal die “commerciëlen” een worst wezen.

…..Zo heb ik bijv. een jaar op een school voor V.M.B.O.in Amersfoort het vak levensbeschouwing gegeven, in de tijd dat Paul de Leeuw van het C.O.C. ook een prijs kreeg omdat hij het “homo-zijn” in zijn televisieprogramma’s zogenaamd goed in beeld bracht. Wat hij in zijn shows ondermeer deed is spotten met mannen die een liefdesrelatie met een man willen door ondermeer na te doen hoe zij als “homo’s” nageroepen werden. Wanneer er weer zo een programma van De Leeuw op de tv geweest was, kon ik dat in de klas de daarop volgende dagen merken. En op het schoolplein was “homo” het scheldwoord.
Ik heb dat in de klas toen ter sprake gebracht door te vragen of de leerlingen eigenlijk wel wisten wat de woorden “hetero” en “homo” betekenden. Bij het woord “hetero” bleef het stil en bij het woord “homo” brak er een storm van oerwoud geluiden in de klas uit en “dood, dood” en “juffrouw bent u zeker lesbisch? bah wat vies”-geroep.
Om een voorbeeld te geven van het feit dat “hetero” en “homo” twee z.g. voorvoegsels konden zijn, zei ik dat twee meisjes die met elkaar praatten homosociaal waren in die situatie. Dat ging de leerlingen hun pet ver te boven en waarschijnlijk gaat dat wat ik daarmee wil aanduiden veel mensen in onze samenleving hun pet (of hoed of doek) ver te boven. Wat mij ondermeer op de scholen opgevallen is, is dat een benadering zoals bijvoorbeeld door zo iemand als Paul de Leeuw met zijn pesterijen en spot, de situatie in het onderwijs helemaal niet makkelijker gemaakt. Voor de kijkcijfers mag hij dan goed zijn, voor de ethiek niet. heeft.

reactie: M van de Looverbosch, zaterdag 12.08
_……………………………………………………………………………………………………………..

Beste Aart Brouwer,
In plaats van een inhoudelijke reactie stuur ik liever een gedichtje, een allegorietje dat de staat van het onderwijskundige denken in ons docentvijandige land illustreert. Zelf ben ik sinds 1974 docent Frans (zowel op een middelbare school als op de master-opleiding van een hogeschool) en in die hoedanigheid heb ik jaar in jaar uit te maken gehad met de structurele schoffering van onze beroepsgroep. Al snel besef je dan dat je moet kiezen tussen je druk maken of je vrolijk maken. Ik kies voor het laatste. Je kunt de verschrikkelijke ongenuanceerdheden die over je uitgestort worden immers niet serieus blijven nemen!
Lykele Zwanenburg

Boe! Wow!

De boerderij heeft open deuren,
het is vandaag haar open dag.
Je ruikt er eeuwenoude geuren
van stro en mest, en hoort gelach
van mensen die naar binnen lopen
door die twee deuren, open, open,
en dan naar buiten, naar de wei.
Daar staan ze, liggen ze, een rij
van bonte beesten in het gras,
geen rij, een groep, geen groep, een klas, geen klas, een kudde die herkauwt waarmee ze zich heeft volgestouwd, die steeds verteert wat is geleerd en rumineert en weer verteert.
Tussen haar in zie je mevrouwen,
meneren, die aandachtig schouwen.
Het zijn geschoolde pedagogen.
Wat zien zij in de koeienogen?
Als eerste slaan ze een tijdje gade
een koe genaamd Lapalissade.
“Dat zoeken we op.”- “Een goed idee!”
Daarna gaan ze naar nummer twee.
Ze heet Gerdien en in haar blik
staat: samenwerken geeft een kick.
“Net wat ik al die tijd al dacht!”
mompelt een doctorandus zacht.
Bij nummer drie staat in haar iris
dat actief leren een plezier is.
Nummer vier loeit je tegemoet
dat je pas leert als je iets doet.
Ze schrijven ales ijverig op
en gaan daarbij van top naar top.
Langzamerhand worden ze moe,
maar zie, daar is de laatste koe,
de mooiste, vinden ze allemaal.
Dit is de kern van haar verhaal:
in ’t onderwijs - fenomenaal! -
staat de leerling - Yes! Wow! - centraal!

reactie: L. Zwanenburg, zondag 15.36_
……………………………………………………………………………………………………………..

Beste meneer,
Mijn zoon zit op 4 VMBO-T. Treurig:wat hij leerde de afgelopen 4 jaar stop je in een beker en er blijft ruimte vrij. Ondertussen kreeg hij een contract aangeboden om in Engeland professionele voetballer te worden in de komende twee jaar. Als hoogopgeleide niet blij dat mijn zoon slechts leert achter een balletje te rennen. Op dit moment denk ik, beter goed opgeleid als voetballer en straks zijn boterham kunnen verdienen, dan weer een treurig opleidinkje volgen en zonder kennis, stage en diploma door het leven.
Met deze vooruitzichten denken wij aan de gedegen basis, middelbaar-en hogere scholen in onze landen. Helaas zijn we vluchtelingen.

reactie: luz Jimenez, zaterdag 13.27
……………………………………………………………………………………………………………..
Nu meteen allemaal lid worden van BON (Beter Onderwijs Nederland). Voor een te verwaarlozen bedrag kun je bijv. als ouder een stevige vuist maken richting autistische politici, schoolbestuurders, koepelorganisaties, KPC-achtige meedenkers en andere blindgangers.
BON is de club van Ad Verbruggen die met een stevig comité van aanbeveling eindelijk de handschoen opneemt tegen vooral al die (nu “vreselijk geschrokken”) Tweede Kamerleden die al die jaren de boel verschrikkelijk hebben laten versloffen. Lees hun website en wordt lid!

reactie: W van Os, dinsdag 13 februari