Hoofdcommentaar: Midden-Oosten

Een doekje voor de vrede

Het is de mondiale nachtmerrie: een toestand van permanente oorlog, uitgevochten met de grofste middelen in het ontvlambare, olierijke Midden-Oosten. De tweede Palestijnse intifada heeft zich allang ontwikkeld tot een voort razende tornado van terreur en contraterreur. Tenminste 1051 Palestijnen en 334 Israëli’s vonden de dood sinds september 2000.

De strijd tussen joden en Palestijnen, die in feite al een eeuw aan de gang is, is geen lastig lokaal conflict dat genegeerd kan worden. Daarvoor zijn er te veel satellietschotels en te veel hogere belangen. Of die nu van humanitaire of zakkenvullende aard zijn, doet niet terzake: dit conflict raakt de wereld.

De haat heeft zich diep geworteld. De gevolgen daarvan deden zich reeds ongenadig voelen op 11 september 2001. De moordpartijen van Israëli’s en Palestijnen over en weer zijn een essentieel ingrediënt in de radicalisering van jonge moslims. Een ontwikkeling die zich tot ver voorbij het Midden-Oosten uitstrekt.

Ook militair begint de oorlog nu over de randen van de Palestijnse gebieden te klotsen. Bij het jongste Israëlische offensief maandagnacht (29 Palestijnse doden), volgend op een reeks Palestijnse zelfmoordaanslagen die weer volgden op Israëlische vergeldingen van eerdere aanslagen et cetera — de vergeldingskluwen is haast onontwarbaar — beschoot Israël doelen in Zuid-Libanon. Onmiddellijk daarna volgde een aanslag op een Israëlische bus (vier doden) bij de Libanese grens. De aanslag lijkt het werk van de Libanese Hezbollah. Waarmee het gevaar dreigt dat Syrië, de ware heerser over Libanon, in het conflict wordt gezogen.

Geen van beide partijen kan een militaire overwinning behalen zonder hulp van buitenaf. Ariel Sharon kan geen volledige oorlog ontketenen. Het zou hem de kop kosten. De binnenlandse afkeer van de smerige oorlog wordt steeds groter. Bovendien doet het Westen dan wellicht wat ze nooit heeft gedaan. Dan worden dreigende woorden misschien omgezet in keiharde pasmunt. Als een economische boycot wordt afgekondigd en de Amerikaanse stroom defensiematerieel richting Tel Aviv opdroogt, is het gedaan met de Israëlische slagkracht.

Ook de Palestijnen redden het niet alleen. Alom klinkt hun roep dat het Westen hun leed niet onder ogen wil zien. Volmondige steun van het Westen is echter niet te verwachten zolang de stroom «martelaaroperaties» niet opdroogt en Arafat niets doet om extremisten uit te schakelen. Elke zelfmoordaanslag maakt de situatie onmogelijker. Terreur kan in het huidige tijdsgewricht nimmer leiden tot politieke steun, voor noch achter de schermen. Ook niet van Arabische staten, want Israël controleert de grenzen van de Palestijnse gebieden en de VS zijn ongenadig jegens terroristenvrienden.

Beide partijen kunnen niet winnen zonder hulp, en zijn niet tot toegeven bereid; de omgeving is gedwongen zich afzijdig te houden, en het voortrazen van de oorlog heeft desastreuze gevolgen. De impasse is compleet.

Er lijkt slechts één uitweg. De vrede moet worden afgedwongen. Geen wapenstilstand, maar een totale vredesregeling. Slechts het ruw de kop afslaan van het oorlogsmonster biedt perspectief op een oplossing van de geschillen.

Dat die slechts gezocht kan worden in het stichten van een Palestijnse staat naast Israël staat nauwelijks meer ter discussie. De geleidelijke weg van onderhandelingen bleek een doodlopende. Nu lijkt de tijd aangebroken dat de EU en de VS de handen ineenslaan en ook de Arabische wereld aan hun kant krijgen. Het vredesplan dat de Saoedische kroonprins Abdullah onlangs lanceerde (normalisering van de betrekkingen met Israël in ruil voor terugtrekking uit de Palestijnse gebieden) biedt daartoe perspectief. Alleen in een gezamenlijke actie kunnen deze drie machtsblokken Israël en de Palestijnen werkelijk dwingen tot vrede.

Op straffe van economisch en politiek isolement zou Israël onmiddellijk VN-resolutie 242 (terugtrekken uit de Palestijnse gebieden) moeten nakomen; en Arafats regering zou korte metten moeten maken met extremisten, hoe dicht die inmiddels ook aanschurken tegen de PLO-voorzitter. Het uitroepen van een Palestijnse staat zónder joodse nederzettingen buiten Hebron en Jeruzalem zou gepaard moeten gaan met de installatie van een bufferzone bewaakt door een sterke internationale vredesmacht. Geen peace keeping, maar peace enforcing. De spil daarvan zou gevormd kunnen worden door de veelbesproken Europese Rapid Reaction Force. Pas dán kan gesproken worden over onnoemelijk ingewikkelde aspecten als de status van Jeruzalem en de terugkeer van vluchtelingen.

Zo zou het misschien moeten gaan, maar zo gaat het natuurlijk niet. Zou Bush een dergelijke anti-Israëlische wending politiek overleven? Bestaat er bereidheid om troepen misschien wel decennia lang te stationeren in een brandhaard waar al eerder Amerikaanse en Franse troepen werden opgeblazen? Wat als de Palestijnen gewoon doorgaan met hun aanslagen? Breken de Israëli’s dan door het veiligheidskordon heen? Dat deden ze al eerder, in Libanon. En hebben Arabische heersers wel belang bij deze vrede?

En dus haalt Bush, heel voorzichtig, weer het plan van stal om waarnemers naar het gebied te sturen. Tandeloze meneren en mevrouwen die alleen zien wat hun regering hun opdraagt en zich laten gebruiken als een doekje voor het bloeden. Tegen beter weten in. Want de wond die het Israëlisch-Palestijnse conflict in de zij van de internationale gemeenschap heeft geslagen, is inmiddels niet meer te helen.