Martin Bril

Een doodgewoon mens

Martin Bril

Evelien

Uitg. Prometheus, 208 blz., ƒ28,50

Ondanks welvaart en emancipatie is er voor sommige vrouwen weinig veranderd sinds Flaubert het bovarysme uitvond: de verterende romantische verlangens naar passie en avontuur die ontstaan uit verveling, ontevredenheid en huwelijkssleur. Martin Brils Evelien is zo'n moderne Madame Bovary. Zij woont in Amsterdam-Zuid, in een buurt die ruikt naar geld, goed onderhouden tuinen en Italiaans design. Haar man Harko heeft een goede baan, zij hoeft niet te werken en zorgt voor huishouden en kinderen. Maar ’s nachts ligt ze wakker terwijl hij snurkt en haar zowat uit bed duwt, en vraagt zich af waarom zij haar carrière bij een IT-bedrijf vaarwel heeft gezegd om zich aan haar dochtertje te wijden. De lol van het moederschap is er een beetje af, met de kinderen door het Vondelpark wandelen en dure kleding kopen in Van Baerlestraat of P.C. Hooft blijkt geen levensvervulling te zijn. Zijn het de hormonen, is ze op Harko uitgekeken, zou ze weer aan het werk willen en carrière maken zoals hij? Evelien wordt regelmatig geplaagd door de gedachte dat haar wereld wel erg klein en benauwend is, maar ze is niet in staat daar iets aan te veranderen.

Evelien is geen intellectueel, eerder een onbenullig type, en haar culturele belangstelling is nihil. Haar leesgewoontes beperken zich tot De Telegraaf en Nieuwe Revu, ze gaat nooit naar een film of een toneelstuk, ze loopt regelmatig langs het Museumplein maar het komt niet in haar op naar een expositie te gaan. Evelien komt er niet uit, en daarom heeft ze een minnaar genomen, maar ook die gaat snel vervelen, want hartstocht wordt ongemerkt even routineus als het huwelijk. Wanneer Harko hier achter komt — want een door de wol geverfde leugenaarster is ze ook al niet — maakt ze een einde aan de verhouding, maar Harko verlaat beledigd het huis en ze blijft alleen achter met haar twee dochtertjes. Geldzorgen heeft ze blijkbaar niet: haar leven gaat gewoon door, alleen zonder man. Echt missen doet ze hem niet.

Op Eveliens verjaardag nodigt Harko haar uit voor een etentje. Hij stelt voor dat ze weer gaat werken, maar Evelien bekent niets meer te voelen voor websites en computergames. Evelien en Harko maken het weer goed, zij schaft wat pikante lingerie aan en wanneer haar minnaar Theo weer opduikt, ontdekt ze dat zijn mooie wilde krullen een groter wordende kale plek verbergen. Zij bedankt voor de gebruikelijke afscheidswip en laat hem alleen achter in het restaurant. Buiten bedenkt ze dat het leven zo kwaad nog niet is.

Harko, Evelien en de kinderen gaan op vakantie in de Dordogne. Harko zit aan zijn gsm vastgeklonken maar hangt snel op als Evelien verschijnt, en zij begint te vermoeden dat hij vreemdgaat. En ja, ook Harko is verliefd geworden, op een jonge bimbo met grote borsten. Terug in Amsterdam verhuist hij naar een flat. Weer alleen. Evelien is boos en opgelucht.

Evelien heeft het moeilijk. Naast het gebruikelijke getouwtrek om de kinderen wordt ook nog haar pasje bij Albert Heijn geweigerd, want ze staat rood bij de bank. Harko heeft «voor de aardigheid» al uitgerekend dat zij er financieel niet op vooruit gaan als ze besluiten te scheiden. En dan gaat ook nog Theo de minnaar dood. Hartaanval. Evelien gaat stiekem naar de begrafenis, want de familie heeft haar laten weten dat haar aanwezigheid niet op prijs wordt gesteld. Op weg naar huis komt ze Harko tegen, die de rouwadvertentie heeft gelezen en besloten heeft haar op te halen. «Gezellig», zegt Evelien. Hij heeft een nieuwe jas aan en z'n haar zit anders. Ze stappen in zijn auto en besluiten het nog een keer te proberen. Samen zingen ze mee met Elvis, One night with you.

Evelien is een dun verhaal over niet bijster interessante, doodgewone mensen. Martin Brils heldin is zeker herkenbaar, maar zij ondergaat haar leven zo lamlendig en suf dat je je moeilijk met haar kunt identificeren. Je denkt steeds: mens, doe iets, ga naar een psy, neem prozac, ga op reis, zoek een baan, word desnoods lesbo. Maar Evelien denkt niet na over haar bestaan, zij mist elke vorm van introspectie, zij reageert nauwelijks op de dingen die haar overkomen. Wellicht schuilt hierin haar tragiek. Want Martin Bril heeft bewust zo'n soort vrouw willen beschrijven.

Hij is in haar huid gekropen, en zoals Flaubert verkondigde: «Madame Bovary, c'est moi!», zou hij terecht mogen opmerken dat hij Evelien is, omdat hij haar feilloos aanvoelt en begrijpt. En omdat hij duidelijk een beetje verliefd op haar is. Dat vooral maakt Evelien tot een vermakelijk en prettig leesbaar boek.