World Social Forum in Porto Alegre

Een doorbraak voor links

Het sleutelwoord op het World Social Forum dit jaar, in Porto Alegre, Brazilië, was «groot».

Grote toeloop: meer dan honderdduizend afgevaardigden! Grote toespraken: meer dan vijftienduizend mensen propten zich naar binnen om Noam Chomsky te zien! En vooral: grote mannen. Lula da Silva, de pas gekozen president van Brazilië, kwam naar het Forum en sprak 75.000 aanbiddende fans toe. Hugo Chavez, de omstreden president van Venezuela, bracht een «verrassings»-bezoek om aan te kondigen dat zijn regime deel was van dezelfde beweging als het forum zelf.

«Links in Latijns-Amerika beleeft een wedergeboorte», verklaarde Chavez, terwijl hij beloofde zijn opponenten tegen elke prijs te zullen verslaan. Als bewijs voor die wedergeboorte wees hij op de herverkiezing van Lula in Brazilië, de overwinning van Lucio Gutierrez in Ecuador en de taaiheid van Fidel Castro in Cuba.

Maar kon in hemelsnaam een bijeenkomst die een presentatie van nieuwe grassroots-bewegingen moest zijn een feest worden van mannen met een hang naar drie uur durende toespraken over het verslaan van de oligarchie?

Natuurlijk bestond het forum, in al zijn diversiteit, niet alleen uit toespraken voor enorme menigtes met alle neuzen dezelfde kant op. Er waren ook veel kleine groepen mensen die naar elkaar keken. Er waren duizenden ad hoc-bijeenkomsten van activisten uit de hele wereld die feiten, tactieken en analyses uitwisselden voor hun gemeenschappelijke strijd. Maar wat absoluut zijn stempel drukte op de gebeurtenis was het Grote.

Twee jaar terug, op het eerste World Social Forum, was het sleutelwoord niet «groot» maar «nieuw»: nieuwe ideeën, nieuwe methodes, nieuwe gezichten. Want als de meeste afgevaardigden het over één ding eens waren, was het dat de traditionele methodes van ?inks hadden gefaald, ofwel omdat ze te halsstarrig waren ofwel niet in staat de machtige krachten van corporatieve globalisering te weerstaan.

Dat kwam voort uit door schade en schande verkregen ervaring, die nuttig blijft ook al hebben enkele linkse partijen het recentelijk goed gedaan in de peilingen. Veel afgevaardigden op dat eerste forum hadden hun leven gewijd aan het opbouwen van arbeiderspartijen, om uiteindelijk hulpeloos te moeten toezien hoe die partijen hun wortels loochenden zogauw ze aan de macht waren, en het beleid implementeerden dat werd voorgeschreven door de wereldmarkten. Anderen kwamen met gehavende lichamen en gebroken harten na hun hele leven te hebben gevochten om hun land te bevrijden van een dictatuur of raciale apartheid, om uiteindelijk te moeten toezien hoe hun bevrijde land zijn soevereiniteit weggaf aan het Internationaal Monetair Fonds in ruil voor een lening.

Weer anderen op dat eerste forum waren vluchtelingen uit communistische partijen die ten slotte hadden gezien hoe de socialistische «Utopia’s» van Oost-Europa waren veranderd in gecentraliseerde, bureaucratische nachtmerries. Groter in aantal dan al die veteranen-activisten was een nieuwe en energieke generatie van jonge mensen die nooit politici hadden vertrouwd en hun eigen politieke stem vonden in de straten van Seattle, Praag en Sao Paolo.

Toen dit mondiale gespuis bijeen kwam onder de slogan «Another World is Possible» was duidelijk dat het bereiken van die andere wereld geen kwestie zou zijn van het revitaliseren van de modellen uit het verleden, maar van het bedenken van nieuwe bewegingen die die ervaringen gebruikten en tegelijkertijd nooit dezelfde fouten zouden maken.

Er zat een duidelijk patroon in de alternatieven die werden aangedragen. Politiek moest minder gaan om het vertrouwen van leiders en meer om het mogelijk te maken dat mensen hun eigen beslissingen nemen; democratie moest minder vertegenwoordigend en meer participerend zijn. Voor een links dat altijd koos voor gecentraliseerde overheidsoplossingen voor problemen was de nadruk op decentralisering en directe participatie een doorbraak.

Op het eerste WSF ýerd Lula ook toegejuicht: niet als een heroische figuur die zwoer de krachten van de markt te zullen bestrijden en honger uit te bannen, maar als een vernieuwer wiens partij aan de frontlinie stond om middelen te ontwikkelen waardoor verarmde mensen inýhun eigen behoeften konden voorzien. Helaas waren die thema’s van verregaande participatie en democratische machtiging grotendeels afwezig in Da Silva’s campagne voor het presidentschap. In plaats daarvan vertelde en hervertelde hij een persoonlijk verüaal over hoe kiezers hem konden vertrouwen omdat hij arm was geweest, en hun pijn kende. Maar de wensen van de internationale financiële gemeenschap het hoofd bieden, draait niet om de vraag of een individuele politicus geloofwaardig is, maar om het feit dat, zoals Da Silva nu al bewijst, geen mens of partij sterk genoeg is in zijn eentje.

ýp dit moment lijkt Lula maar twee keuzes te hebben: afzien van zijn verkiezingsbeloftes van herverdeling van welvaart, of proberen ze door te drukken en in een burgeroorlog in Chavez-stijl terecht te komen. Maar er is nog een optie, eentje die zijn eigen Arbeiderspartij eerder probeerde, en die Porto Alegre zelf een baken van een nieuw soort politiek maakte: meer democratie. Hij zou kunnen weigeren de Messias of de lone ranger ýe spelen en in plaats daarvan macht terug te geven aan de burgers die hem hebben gekozen, in kwesties als betaling van buitenlandse schulden of landhervormingen. Er zijn vele mechanismen die hij zou kunnen gebruiken, zoals burgercomités, lokale raden en besturen, en referenda. Een alternatief economisch pad kiezen zou nog steeds grote weerstand oproepen, maar zijn tegenstanders zouden niet de luxe hebben om tegen Lula te zijn, zoals ze tegen Chavez zijn, en in plaats daarvan gedwongen zijn tegen de wil van de meerderheid in te gaan — tegen democratie zelf zijn.

Misschien is de reden waarom participerende democratie op het WSF wordt ingelijfd door grote mannen en aanbiddende massa’s dat er niet veel eer aan te behalen is. Om te kunnen werken, vereist het oprechte nederigheid van gekozen politici. Het betekent dat een overwinning in de stembus geen blanco cheque is voor vijf jaar, maar het begin van een niet-eindigend proces van teruggeven van macht aan het electoraat.

Voor sommigen is de kaping van het WSF door politieke partijen en machtige heren het bewijs dat de bewegingen tegen corporatieve globalisering eindelijk volwassen worden. Maar is het echt zo volwassen, midden op het kerkhof van mislukte linkse politieke projecten, om te geloven dat er verandering komt door te stemmen op de nieuwste charismatische leider en dan te hopen dat alles goed zal gaan? Doe niet zo raar.

© The Nation

Vertaling: Rob van Erkelens