This Is a Robbery. FBI-foto na de roof in het Isabella Stewart Gardner Museum, Boston, 1990 © Courtesy of Netflix © 2021

Het stelen van schilderijen uit musea is een raadselachtige zaak. Niet omdat het illegaal is, of omdat het per se bijzonder moeilijk is, maar omdat de gestolen waar zo slecht te verhandelen moet zijn. Het lijkt erop dat criminelen vooral geïnteresseerd zijn in het bezit van zulke waar omdat het bij tegenslag – arrestatie, of problemen met collega’s – kan worden gebruikt als borg of onderpand, of ingezet in koehandel over strafvermindering (het Van Gogh Museum kreeg zo twee in 2002 gestolen werkjes terug). Het is ook de portee van This Is a Robbery, de vierdelige documentaire over de diefstal van dertien werken uit het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston in 1990. Dat is een legendarische roof vanwege de waarde die de werken vertegenwoordigen – een slordig half miljard – en de kalme, bijna alledaagse manier waarop de rovers te werk gingen: ze kwamen verkleed als politieagenten binnen, knevelden de bewaker en namen rustig anderhalf uur de tijd om doeken uit hun lijst te schroeven.

De belangrijkste prooien waren Het concert van Vermeer en Storm op het meer van Galilea van Rembrandt. Verder een portretje door Manet, tekeningen van Degas en een landschap van Govert Flinck. Bij elkaar een merkwaardig pakketje: de Rembrandt en de Vermeer zijn hors concours, maar de rest is dat niet. Ze zijn nog altijd spoorloos.

De serie pluist dertig jaar na dato de data nog eens uit in een aaneenschakeling van getuigenissen waarmee geleidelijk de feiten van de zaak duidelijk worden en er ruimte ontstaat voor hypotheses. Die vorm wordt voortgedreven door een soort ‘incompetentie-paranoia’: wie alle dossiers en alle aantekeningen en alle telefoongegevens nog eens doorspit komt hoe dan ook iets tegen waar de toenmalige onderzoekers niets mee hebben gedaan, dingen die ze hebben laten liggen, getuigen die niet zijn teruggebeld. Bij elke onregelmatigheid, elk ontbrekend formulier, kan een duister motief worden vermoed. Frappant is dat iedereen de ernst van de roof wel inziet, maar dat er eigenlijk op de museumstaf na niemand bijzonder bedroefd om is. Het Gardner Museum gold als in zichzelf gekeerd en elitair, de bewakers waren een lachwekkend amateuristisch stelletje (een bewaker placht voor de nachtdienst zijn trombone mee te nemen), dat moest wel een keer misgaan.

De plaatselijke context, Boston in de jaren negentig, kleurt de serie, maar speelt de documentaire ook parten. De makers zijn zelf Bostonians, ze kennen de cultuurverschillen tussen de wijken en ze hebben een onmiskenbare sympathie voor de ‘kleurrijke’ criminelen van de stad, zoals filmkijkers die misschien kennen uit The Departed of The Town. Het is prettig voor de makers dat de Bostonse politie opzichtig klungelde (bij aankomst op de plaats delict hadden zij al een doos donuts bij zich) en dat de fbi de zaak al na een maand of wat liet liggen. Het meest aannemelijke scenario is dat een kleine Italiaans-Amerikaanse bende de inbraak pleegde. Van het zestal meest voor de hand liggende verdachten zijn er inmiddels vijf dood. De zesde zegt niks. De Rembrandt en de Vermeer liggen waarschijnlijk ergens te verstoffen in een anonieme opslag. Tot ze een keer van pas komen.

This Is a Robbery: The World’s Biggest Art Heist. Netflix