Der müde Tod. Regie Fritz Lang © Eye Filmmuseum

Lil Dagover, superster van de vroege Duitse cinema, steelt de show in Fritz Langs horror-fantasy-comedy Der müde Tod (1921). Een jaar daarvoor brak ze door in Das Cabinet des Dr. Caligari van Robert Wiene, een film die Lang zelf had moeten maken, maar die was het filmfeuilleton Die Spinnen (1919) aan het draaien, waarin Dagover eveneens speelde. Tot laat in de jaren zeventig acteerde ze nog in films, maar haar hoofdrol in Der müde Tod bepaalde haar sterrenstatus.

Bij de release in Nederland gaf het Duitse ufa-bedrijf de film ook de titel De dood en het meisje. Dat is mooi, want hier gaat het verhaal over: een jonge vrouw kampt met allerlei gevaren, niet in de laatste plaats de Dood zelve, om zich te herenigen met haar overleden geliefde. Als een apotheker in het dorp haar een drankje geeft, raakt ze in een trance waardoor drie avonturen zich afspelen in steden in respectievelijk het Midden-Oosten, Venetië en China waar Dagover probeert haar minnaar (Walter Janssen) te redden.

Fritz Lang vertelde dat dromen die hij als vroege adolescent had de inspiratiebron voor de film vormden. Toen hij ziek werd, kreeg hij allerlei visioenen, onder meer van een ‘duistere vreemdeling met een brede-randhoed die verlicht door het maanlicht in het raam verscheen’. Deze figuur wordt de Dood in Der müde Tod, een man die, komisch, in de drie avonturen telkens als een ander personage verschijnt, bijvoorbeeld als tuinier in de Arabische stad waar een kalief de geliefde van de vrouw wil onthoofden.

Deze mix van comedy en horror is onweerstaanbaar, en merkwaardig is de wijze waarop Lang erin slaagt ook nog een ‘boodschap’ in de vertelling te verweven die afwisselend mierzoet en loodzwaar is. Zo luiden tussentitels ‘Want de liefde is zo sterk als de dood; Passie is zo wreed als het graf’, en: ‘Pas op voor geesten en verschijningen; Laat smerige geesten je leven niet verpesten’.

De set designs en special effects zijn verbluffend. Vroeg in de film blijkt dat de Dood een eigen tuin met een hoge muur heeft omringd. Maar nergens kunnen de dorpelingen een ingang ontdekken (wat grappig is aangezien je allerminst in de tuin van de Dood wil belanden). Als de vrouw dan wél een poort vindt, na nog eens wat geestverruimends te hebben ingenomen, wordt een reusachtige trap naar boven zichtbaar. Later zien we ook vliegende tapijten en, onvergetelijk, een miniatuurleger. Het is net alsof je naar een blockbuster anno nu kijkt. Dit alles houdt Lil Dagover bij elkaar met haar fabuleuze acteertalent. Haar schoonheid heeft iets alledaags of ‘puur menselijks’, alsof iedereen zich in haar kan verplaatsen. Al gauw heb je door dat zelfs de Dood, een boos kijkende man, niet bestand is tegen dit meisje.

Der müde Tod is tot oktober te zien in diverse zalen in het land, met muzikale begeleiding door het ensemble Wishful Singing en percussionist Modar Salama die nieuwe composities van Steven Kamperman spelen