Een dreun, een zoen

Verwaaide tekst, gevonden op het laatste restant van de Berlijnse Muur: ‘Wer will dass die Welt so bleibt wie sie ist, der will nicht dass sie bleibt.’ Het is een citaat van de schrijver Erich Fried. Het had van John Patrick Shanley kunnen zijn, een schrijver uit de Newyorkse Bronx. Shanley schreef in 1983 een toneelstuk, Danny and the Deep Blue Sea. Hij droeg het op aan ‘iedereen die me sloeg of me kuste en aan iedereen die ik sloeg of kuste’, ook al zo'n mooie tekst. Shanleys stuk gaat over het verwarrende niemandsland tussen slaan en zoenen, het fantaseren over de wereld die niet kan blijven zoals ze is, omdat ze anders geen bestaansrecht meer heeft. Het stuk werd eerder gespeeld door ‘de commerciëlen’ (met in de titelrollen Peter Faber en Olga Zuiderhoek). Het wordt nu opnieuw gespeeld onder de titel Danny & Roberta door het MUZtheater, een gezelschap dat voorstellingen voor jongeren maakt. Onder het publiek werden tijdens de première weddenschappen afgesloten over de leeftijdsgrens. Uitslag: een voorstelling voor iedereen vanaf zestien jaar. Maar dan ook echt: iedereen!

Danny (een woeste rammer) en Roberta (een onthechte hysterica) komen elkaar tegen in een café. Danny kan alleen nog maar mensen mollen, de anderen vormen van gesprek is-ie kwijtgeraakt, ze zitten hoogstens nog als dreunen in zijn kop. Roberta is een misbruikt immigrantenkind, ze kan roken, schelden en zuipen als geen ander, maar veel meer mogelijkheden tot communicatie staan niet tot haar beschikking. Ze komen elkaar tegen in een kroeg, waarschijnlijk op een moment dat ze allebei een eind aan hun leven willen maken. Hun confrontatie is wanhopig, en ze eindigt in het bed van Roberta. Na een hopeloze vrijpartij proberen Danny en Roberta de muren waarin ze gevangen zitten te slopen: ze creëren een romance waarin ze allebei eventjes kunnen geloven. In het ochtendlicht ziet alles er weer anders uit.
Het stuk bestaat uit drie scènes, drie sferen ook: knokken, fantaseren, en jezelf in je eigen fantasie naar binnen vechten. De uitkomst is onzeker. Danny en Roberta blijven waarschijnlijk eindeloos doorknokken, doorvrijen en doorfantaseren.
De voorstelling van het MUZtheater (regie: Allan Zipson) is rauw en hard, tegelijk teder en ontroerend. Danny (Theo Fransz) komt gewond en gehavend op, alle woede zit in een constante tic in zijn rechterbeen. De teksten komen uit zijn mond als uit een mitrailleur. Roberta (Colla Marsman) rookt als een schoorsteen en is verder ook zo communicatief als een lantaarnpaal. Uit haar vetrood geschminkte lippen komen alleen maar teksten waar een mens snel een steeg voor in zou vluchten. In bed zien we in akte twee het eind van een vrijpartij die oogt als een voortzetting van oorlog met andere middelen.
Daarna begint de verbazing. Het mooie en ontroerende van het spel dat Theo Fransz en Colla Marsman hier laten zien, is dat ze de intimiteit als het ware aan elkaar ontfutselen. Die twee verschrikkelijk allenige mensenkinderen ontdekken na het neuken iets wat ze ofwel nooit hebben gekend, of waar ze misschien ooit over hebben gefantaseerd, met meteen de conclusie er achteraan: dat is voor mij niet weggelegd. De confrontatie in het grauwe ochtendgloren (Roberta beukt Danny letterlijk de realiteit binnen) is een adembenemende apotheose.
De muziek (Jan-Willem van Kruyssen en Jan van Rijnsoever), een van de handelsmerken van het MUZtheater, is op een verpletterende manier bescheiden aanwezig. Het is eigenlijk geen muziek, het is geluidsdecor. In het begin komen jazzy klanken van heel ver weg angstig dichtbij. En als Danny en Roberta wakker worden toveren de componisten een geluid te voorschijn dat aan fladderende duiven doet denken: de nepmaan van deze vroeg oud geworden Romeo en Julia is ook het licht van een belendende duiventil.
De stijl van de voorstelling lijkt gootsteenrealisme, maar heeft daar eigenlijk niks mee te maken. Het is eerder een verhevigd naturel, alleen al door dat onverwachte meppen, waar je als toeschouwer echt van schrikt. Dat Danny & Roberta zo'n mooie voorstelling is geworden zit, denk ik, in iets magisch: de acteurs zijn (letterlijk) zo naakt, ze verbergen helemaal niks meer. En de personages die ze spelen zijn anderhalf uur bezig om elkaars wapens af te pakken. Zodoende wordt Danny & Roberta in de letterlijke zin van het woord: ontwapenend.