Danny (een woeste rammer) en Roberta (een onthechte hysterica) komen elkaar tegen in een café. Danny kan alleen nog maar mensen mollen, de anderen vormen van gesprek is-ie kwijtgeraakt, ze zitten hoogstens nog als dreunen in zijn kop. Roberta is een misbruikt immigrantenkind, ze kan roken, schelden en zuipen als geen ander, maar veel meer mogelijkheden tot communicatie staan niet tot haar beschikking. Ze komen elkaar tegen in een kroeg, waarschijnlijk op een moment dat ze allebei een eind aan hun leven willen maken. Hun confrontatie is wanhopig, en ze eindigt in het bed van Roberta. Na een hopeloze vrijpartij proberen Danny en Roberta de muren waarin ze gevangen zitten te slopen: ze creëren een romance waarin ze allebei eventjes kunnen geloven. In het ochtendlicht ziet alles er weer anders uit.
Het stuk bestaat uit drie scènes, drie sferen ook: knokken, fantaseren, en jezelf in je eigen fantasie naar binnen vechten. De uitkomst is onzeker. Danny en Roberta blijven waarschijnlijk eindeloos doorknokken, doorvrijen en doorfantaseren.
De voorstelling van het MUZtheater (regie: Allan Zipson) is rauw en hard, tegelijk teder en ontroerend. Danny (Theo Fransz) komt gewond en gehavend op, alle woede zit in een constante tic in zijn rechterbeen. De teksten komen uit zijn mond als uit een mitrailleur. Roberta (Colla Marsman) rookt als een schoorsteen en is verder ook zo communicatief als een lantaarnpaal. Uit haar vetrood geschminkte lippen komen alleen maar teksten waar een mens snel een steeg voor in zou vluchten. In bed zien we in akte twee het eind van een vrijpartij die oogt als een voortzetting van oorlog met andere middelen.
Daarna begint de verbazing. Het mooie en ontroerende van het spel dat Theo Fransz en Colla Marsman hier laten zien, is dat ze de intimiteit als het ware aan elkaar ontfutselen. Die twee verschrikkelijk allenige mensenkinderen ontdekken na het neuken iets wat ze ofwel nooit hebben gekend, of waar ze misschien ooit over hebben gefantaseerd, met meteen de conclusie er achteraan: dat is voor mij niet weggelegd. De confrontatie in het grauwe ochtendgloren (Roberta beukt Danny letterlijk de realiteit binnen) is een adembenemende apotheose.
De muziek (Jan-Willem van Kruyssen en Jan van Rijnsoever), een van de handelsmerken van het MUZtheater, is op een verpletterende manier bescheiden aanwezig. Het is eigenlijk geen muziek, het is geluidsdecor. In het begin komen jazzy klanken van heel ver weg angstig dichtbij. En als Danny en Roberta wakker worden toveren de componisten een geluid te voorschijn dat aan fladderende duiven doet denken: de nepmaan van deze vroeg oud geworden Romeo en Julia is ook het licht van een belendende duiventil.
De stijl van de voorstelling lijkt gootsteenrealisme, maar heeft daar eigenlijk niks mee te maken. Het is eerder een verhevigd naturel, alleen al door dat onverwachte meppen, waar je als toeschouwer echt van schrikt. Dat Danny & Roberta zo'n mooie voorstelling is geworden zit, denk ik, in iets magisch: de acteurs zijn (letterlijk) zo naakt, ze verbergen helemaal niks meer. En de personages die ze spelen zijn anderhalf uur bezig om elkaars wapens af te pakken. Zodoende wordt Danny & Roberta in de letterlijke zin van het woord: ontwapenend.